Blogposts

Blog

Geplaatst op zondag 11 juli 2010 @ 23:32 door Calamandja , 678 keer bekeken

Henk 't Jong over "Plaatjes"

Onze maatschappij is al heel lang een beeldcultuur. Het beeld is echter de laatste jaren in steeds grotere mate aanwezig. Het valt me op dat steeds meer 'gewone' periodieken volledig in kleur, voorzien van vele kleurenfoto's, worden uitgegeven. En dat geldt niet alleen voor reclameblaadjes en kranten, maar ook voor wijkkranten en clubblaadjes. Ik weet niet precies waar dat aan ligt, misschien is het kleurendrukproces goedkoper geworden. Of misschien komt het omdat je anders niet meer opvalt en je boodschap dus niet meer overkomt. Elke vereniging of instantie heeft verder wel een website die vanwege de steeds snellere bandbreedte van de internetters gemakkelijk meer en grotere plaatjes kunnen bevatten.
En natuurlijk doen schoolboeken, zoals die voor geschiedenis, hieraan mee. Veertig jaar geleden mocht je al blij zijn dat er om de paar bladzijden een zwart-wit foto of tekening stond. Tegenwoordig is het kleur op elke pagina en maken foto's en tekeningen een bijna even groot deel uit van een geschiedenisboek als de tekst. In mijn onderzoek naar de geschiedenismethoden, specifiek voor de middeleeuwen, heb ik heel wat van die plaatjes voorbij zien komen. Mijn bevindingen zijn dat vooral de tekeningen één en al anachronismen zijn en dus binnen één afbeelding zaken laten zien uit verschillende tijden die niet bij elkaar horen. En dan heb ik het er niet over dat in een tekening van een 15e eeuwse stad een 13e eeuwse kerk kan staan, maar meer dat de ene persoon er in een 13e eeuwse wapenrusting loopt en een ander in een 14e eeuwse rock of dat bij een ander een 16e eeuwse baret te zien is. Of dat in een scene die in een 13e eeuws kasteel speelt 15e eeuwse ramen te zien zijn. Hoe komt dat?

In interviews met tekenaars is duidelijk te lezen dat ze wel degelijk onderzoek doen voor die opdrachten en proberen alles zo kloppend mogelijk te krijgen. Probleem is dat ze afhankelijk zijn van bronnen en literatuur. Als het over de middeleeuwen gaat zijn ze aangewezen op foto's van nog bestaande middeleeuwse gebouwen en voorwerpen, op miniaturen en wandschilderingen, op schilderijen en beeldhouwwerk. Een enkele keer zal zo'n tekenaar wel in een museum gaan kijken of de gelegenheid hebben door een echt manuscript te bladeren. Dan maak je één op één kennis met iets dat echt in de middeleeuwen is gemaakt. Dat zit er voor de meeste zaken echter niet in. Dan ben je dus afhankelijk van een afdruk in een boek of op internet. Toch ben je er dan nog niet.

Het is mijn ervaring dat veel gepubliceerde bronnen verkeerd gedateerd zijn. Dus dat in zo'n boek een jaartal bij het plaatje staat dat niet klopt. Dat betekent dat degene die het bijschrift maakte niet wist wanneer het gemaakt was. Dat kan die persoon niet altijd helpen. Dikwijls zijn dergelijke plaatjes afkomstig uit beeldbanken of 'atlassen', prentverzamelingen, die lang geleden zijn bijeen gebracht door mensen die het ook niet wisten of die gewoon fouten maakten. Zo wordt zo'n verkeerde datering zondermeer voortgezet.  Het kan zelfs  in een schoolboek terecht komen. Een andere keer komt de fout op het conto van een verkeerd begrijpen van de geschiedenis van een manuscript. Zo gebeurt het nogal eens dat plaatjes uit de kronieken van Jean Froissart in de late 14e eeuw gedateerd worden, omdat hij die boeken toen schreef (ca 1370-1400). Helaas zijn de miniaturen die je meestal ziet uit rijk geïllustreerde uitgaven van deze kronieken van na 1450, dus je ziet geen laat 14e eeuwse scenes maar situaties, decors, mensen en hun kleding uit de tweede helft van de 15e eeuw. Middeleeuwers deden namelijk niet aan onderzoek naar hoe het er uitzag in de periode waarover men schreef, maar localiseerden alles in hun eigen tijd. Als je dat als illustrator niet weet is het makkelijk om anachronistische fouten te maken. Of in ieder geval om in verwarring te raken.

Slagbijrozebeke.jpg

Er bestaan ook nauwelijks boeken waarin je kunt zien hoe kleding, wapens, architectuur en gebruiksvoorwerpen ontwikkelden door de hele middeleeuwen heen. En dan is het ook nog moeilijk om uit te maken wat van die verschillende zaken bij elkaar past. Zo had ik in 1992-93 het probleem om met het inrichten van middeleeuws Archeon alles op 'voorkomend in Holland ca 1350' te krijgen. Ga er maar aanstaan! Hollandse geïlliustreerde bronnen zijn er nauwelijks voor die periode. Dan ben je dus afhankelijk van wat er in de omgevende landen - Vlaanderen, Duitsland, Frankrijk en Engeland - te vinden is. Gelukkig kwam de stadskern archeologie in die tijd net op en verschenen de eerste geïllustreerde opgravingsverslagen. Daarom konden aardewerk, leer-, hout-, been- en ijzerwerk beter gereconstrueerd worden. Toch kwam het nog regelmatig voor dat ik geen pre 1350 afbeelding of voorbeeld van iets vond en ik uit moest wijken naar de 15e eeuw. Met kennis van vormontwikkeling kan je dan wel een beetje reconstrueren hoe het 50 tot 100 jaar vroeger geweest kon zijn, maar je moet dan nog steeds heel voorzichtig zijn. Ik werd er op den duur behoorlijk handig in, maar mag je dat van een niet-specialist als een illustrator van geschiedenisboeken ook verwachten? Ik denk het niet.
Het is daarom dus geen wonder dat de meeste nieuw gemaakte tekeningen in de middeleeuwse afdeling van de geschiedenismethoden niet kloppen. Dat gaan veel minder op voor latere perioden en, gek genoeg, voor de Griekse en Romeinse periode. Daar is al veel langer archeologisch onderzoek naar gedaan en worden al vele tientallen jaren reconstructies geproduceerd, die als voorbeelden voor tekenaars kunnen dienen. Dat is met de middeleeuwen eigenlijk pas een kleine 20 jaar aan de gang. Daarbij lijken de tekenaars niet echt erg geïnteresseerd in re-enactment of levende geschiedenis groepen. Daar is natuurlijk veel informatie te halen (al moet je soms ook oppassen voor 're-enacterisms') maar het is volgens mijn ervaringen nog niet echt tot de methoden doorgedrongen. Ze houden nog te veel vast aan foto-stills van Hollywoodse middeleeuwenfilms en iedereen die mij kent weet hoe ik daar over denk.
Er is nog veel te doen. 

Bron: Henk 't Jong; http://tiecelin.blogspot.com/



Reacties

  • Calamandja
    zondag 8 augustus 2010, 22:40
    Ja de Henk, ik ken hem van de middeleeuwse re^-enactment. Je kan best geen fouten maken met je klederdracht, of de wijze waarop je eten klaarmaakt. Altijd klaar voor een vriendelijke correctie. Zijn bespreking van de film Robin Hood is niet mals. Wikipedia vertelt het volgende: Henk ‘t Jong (Sliedrecht, 13 juni 1948) is een Nederlands striptekenaar en illustrator. Henk ’t Jong studeerde juni 1968 cum laude af aan de Academie voor Beeldende Kunsten te Rotterdam in de richting Publiciteitsvormgeving en Grafisch Ontwerpen. Illustraties van zijn hand werden gepubliceerd in Hitweek nummer 12, 1969 en een strip in Aloha nummer 10, 1969. Na twee jaar als freelance illustrator te hebben gewerkt begon hij als striptekenaar te werken voor het stripblad Pep met de strip Titus. Van 1971 tot 1974 verschenen drie lange verhalen van deze strip. Vervolgens publiceerde hij van 1974 tot 1975 in het stripblad Sjors twee lange verhalen van de strip Rhodekijn en Zijderick. Nadat Pep en Sjors waren gefuseerd tot het stripblad Eppo tekende hij voor dit blad zes avonturen van de klare lijn strip Willem Peper. Van de eerste vier verhalen zijn door uitgeverij Oberon ook albums uitgegeven. Hierna verliet ‘t Jong de stripwereld. Van 1980 tot 1992 was hij werkzaam als heraldisch tekenaar en heeft hij diverse Nederlandse gemeente- en familiewapens ontworpen. Daarnaast was hij educatief ambtenaar in deeltijd bij het gemeentearchief van Dordrecht (1981-1992). Zijn interesse voor geschiedenis in het algemeen en de middeleeuwen in het bijzonder leidde in 1991 tot de oprichting van het middeleeuws genootschap Die Landen van Herwaerts Over (LHO), een vereniging gewijd aan het bestuderen en tonen van middeleeuwse levende geschiedenis. Vanuit het in oprichting zijnde archeologisch themapark Archeon kwam de vraag naar samenwerking met de LHO en dat resulteerde in, aanvankelijk, advies aan (1992-1993), maar later indiensttreding bij het park als coördinator Middeleeuwen (1993-1995). Het eerste jaar dat het park open was, 1994, instrueerde en leidde hij de 48 middeleeuwse archeotolken. Omdat het park niet direct de hoge verwachtingen kon waarmaken werd hij, met diverse anderen, ontslagen, waarna hij in 1996 met de opgedane kennis en contacten het historisch adviesbureau tScrapeel oprichtte. In september 2008 trad hij voor 2 dagen in de week in dienst bij het Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag, als heraldicus-historicus, en startte ook zijn heraldisch atelier De Raaf weer op. In 2009 is hij in Leiden afgestudeerd en is sindsdien MA middeleeuwse geschiedenis. Websites: - http://www.scapreel.nl/ - http://www.atelierderaaf.nl/ - http://www.dielanden.nl/
  • bernard-de-clairvaux
    zondag 18 juli 2010, 09:24
    Leuk artikel!

Plaats een reactie

Je moet ingelogd zijn om een reactie te mogen plaatsen. Klik hier om in te loggen.