837 keer bekeken

De man die Brugge een middeleeuws gezicht gaf

  • donderdag 22 oktober 2009 @ 12:56
    #
    reactie op (#) maerlandt
    Grrrr. Liever een restauratie volgens de regels die ik niet goed vind, dan een slechte met zo'n lullig excuus. 




    Klik hier om naar de website te gaan
  • donderdag 22 oktober 2009 @ 12:43
    #
    reactie op (#) Marjoke
    akkoord met wat je zegt marjoke, maar als ze iets restaureren moeten ze dit wel correct doen, want ik lees hier net bij ons in de krant dat het atonium in brussel één bol scheef staat omwille de slechte herstelling .en weet je wat de reactie is van de ingenieur ? " we moeten vooral blij zijn dat het monument daadwerkelijk gerestaureerd werd, en er nog altijd staat."dat vind ik een persoonlijke absurde reactie.
  • dinsdag 20 oktober 2009 @ 09:40
    #
    reactie op (#) Calamandja
    Wat is echt middeleeuws en wat niet? Als panden door de eeuwen verwaarloosd zijn en daarna gerestaureerd, is het in mijn ogen nog steeds middeleeuws. Als er dingen bij zijn gemaakt die er nooit waren is het een voortzetting van wat altijd gedaan is, namelijk het pand aanpassen aan de tijd of de visie van die tijd. Wat anders vind ik dat er oude gebouwen worden afgebroken, zoals de waterhal in Brugge en dat deze wordt vervangen door een postkantoor/provinciaal gerecht. Dan is het niet meer middeleeuws.

    Ik ben het met de huidige restaurateurs niet eens. Daar is de visie dat alle elementen aan een gebouw moeten laten zitten, zodat de precieze bouwgeschiedenis zichtbaar moet blijven. En dat als dingen hersteld worden, dit ook zichtbaar moet blijven.
    Bijvoorbeeld, de stadspoort in Schoonhoven. Daar zijn stenen van vervangen door stenen in een afwijkende kleur. Dat is nu een lelijk stuk gatenkaas geworden. Ik heb er geen behoefte aan om van iedere steen te zien welke oud en welke nieuw is.

    De lichtere stenen zijn nieuw. Ik moet wel zeggen dat ze nu iets donkerder zijn geworden.

    Ander voorbeeld van deze visie, die hier gelukkig niet is toegepast zijn de paleizen Het Loo en Noordeinde.

    Beide panden waren behoorlijk vervallen. In Noordeinde had een zware brand geword die slechts gedeeltelijk hersteld was. Het Loo had een uitbreiding die het pand volledige uit evenwicht gebracht uit 1914. Daarnaast was de bepleistering uit ca 1805 van steeds slechtere kwaliteit geworden. Deze was erg dik en rommelig geworden. Ook moest die steeds vaker weer gewit worden. De uitbreiding was indertijd een doorn in het oog van Wilhelmina geweest en werd niet gebruikt. Daarom is het gebouw terug gebracht naar de oorspronkelijke stijl. Er waren nog zeer veel bouwsporen overgebleven die alleen maar tevoorschijn gehaald moesten worden.
    Er staat nu een fraai gebouw zoals het oorspronkelijk geweest is. Verwaarloosde en half verdwenen zaken zijn terug gebracht. Ik durf te wedden dat als Het Loo niet terug gebracht is, dat het paleis veel minder in trek zou zijn, dan nu.







    Klik hier om naar de website te gaan
  • dinsdag 20 oktober 2009 @ 00:10
    #
    reactie op (#) bernard-de-clairvaux

    Ja, OK allemaal, maar ik had het liever niet geweten. Gelukkig staan er ook nog een aantal "echte" middeleeuwse huizen, ...denk ik toch...




    Oude vergissingen hebben meer vrienden dan nieuwe waarheden
  • maandag 19 oktober 2009 @ 20:58
    #
    reactie op (#) Marjoke
    de "verkrachting" gebeurt jammer genoeg overal.
  • maandag 19 oktober 2009 @ 13:10
    #
    reactie op (#) bernard-de-clairvaux
    Of het centrum van Antwerpen. Die prachtige gildenhuizen op de Handschoenmarkt (bij het stadhuis) zijn ook allemaal in de 19 eeuw "verbarokt" Op de ruïne van Brederode. Daar is zo goed als geen middeleeuws metselwerk meer te zien met het blote oog. Bijna alles is minimaal ingepakt.



    Klik hier om naar de website te gaan
  • maandag 19 oktober 2009 @ 10:07
    #
    reactie op (#) Calamandja
    Interessant! Sluit natuurlijk aan bij andere steden in Europa waar hetzelfde speelde. Ook het centrum van Barcelona is een middeleeuws doolhof, waar niet alles is, wat het lijkt. Ik kan me nog een anecdote uit een reisgids herinneren. Begin 20ste eeuw vraagt een engelse toerist in een cafe de weg naar de middeleeuwse wijk van Barcelona. De barman zegt: 'eh, de middeleeuwse wijk? Ah u bedoelt die wijk die hier om de hoek wordt gebouwd?' Voorbeeld is het straatje waar nu het Picassomuseum in zit. De meeste gotische stadspaleizen die daar staan, stonden ooit elders in de stad en zijn zelfs met elementen uit andere catalaanse steden verfraaid.

  • zondag 18 oktober 2009 @ 22:40
    #

    TENTOONSTELLING EERT ARCHITECT LOUIS DELACENSERIE - Honderd jaar geleden overleed de Brugse architect Louis Delacenserie. Met middeleeuws aandoende gebouwen gaf hij zijn stad een nieuw gezicht. Een expo in het Gruuthuse haalt het stof van zijn borstbeeld.

    Louis Delacenserie (1838-1909) is een naam die het publiek vergeten is. Nochtans kent iedereen zijn werk. Brugge staat vol met gebouwen die door Delacenserie werden ontworpen of ingrijpend zijn gerestaureerd. En een van zijn bekendste scheppingen, het Centraal Station van Antwerpen, werd dit jaar nog door het Amerikaanse weekblad Newsweek op de vierde plaats gerangschikt in de toptien van de beste stations ter wereld (het allermooiste is Saint Pancras in Londen).

    Delacenserie was de juiste man op het juiste moment. Onder een liberaal stadsbestuur dat van een moderne stad droomde, werd in de eerste helft van de negentiende eeuw veel gesloopt in Brugge. Er verrezen gedurfde gebouwen zoals de stadsschouwburg in neorenaissance stijl en het station. Het straatbeeld veranderde grondig. Nieuwe huizen met bepleisterde lijstgevels maakten van Brugge een 'witte stad'. Het begijnhof, symbool van het stedelijk verleden, verloor zijn inkomsten en verkommerde.

    Maar een economische crisis deed de liberalen de das om. Vanaf 1876 gooide de katholieke partij het roer om. Zij zag brood in het opkomende cultuurtoerisme en koos daarom voor een herwaardering van het middeleeuwse karakter van de stad. Talrijke gebouwen werden gerestaureerd. Nieuwe gebouwen in neogotische stijl versterkten het traditionele uitzicht van Brugge die scone. Brugge werd een prentkaart en lokte steeds meer bezoekers en romantische zielen.

    Van deze ontwikkeling, die op de tentoonstelling in Gruuthuse niet voor niets De uitvinding van Brugge wordt genoemd, was de architect Louis Delacenserie de drijvende kracht. Op een studieverblijf in Italië na woonde hij zijn hele leven in Brugge. Zijn werkkracht dwingt vandaag nog bewondering af. De man combineerde de jobs van stadsarchitect en directeur van de Academie met tientallen bouwopdrachten en restauraties. Tussendoor was hij lid van een rist commissies en verenigingen voor monumentenzorg en stedenschoon. Delacenserie bleef dan ook vrijgezel. Hij was getrouwd met de architectuur.

    Brand

    Wie door de historische kern van Brugge wandelt, stoot haast in elke straat op ingrepen van Delacenserie. Hij restaureerde belangrijke monumenten zoals de Hallen en het Belfort, de middeleeuwse ziekenzalen van het Sint-Janshospitaal, de Heilig Bloedkapel, het stadhuis en de Griffie. Ook het stadspaleis van de heren van Gruuthuse, waar vandaag het museum is ondergebracht dat de tentoonstelling over Delacenserie organiseert, kreeg een stevige opknapbeurt.

    De architect schrok er niet voor terug de gebouwen bij een restauratie 'middeleeuwser' te maken dan ze ooit waren geweest. Omdat hij de oude gebouwen hun oorspronkelijke pracht terug wilde geven, verwijderde hij consequent alle latere toevoegingen in andere stijlen en reconstrueerde hij verdwenen elementen naar eigen inzicht.

    Ook de gebouwen die hijzelf ontwierp, veelal in neogotische stijl met trapgevels en sierlijke torentjes, sloten bij het verleden aan. Vaak werden het echte merktekens in de stad, zoals de Minnewaterkliniek en het Provinciaal Hof.

    Met dat Provinciaal Hof, centraal gelegen aan de Markt, maakte de historiserende beweging in Brugge haar meest opvallende statement. Het vorige provinciegebouw, dat in 1878 afbrandde, was met zijn neoklassieke stijl allang een doorn in het oog van de plaatselijke 'oudheidkundigen'. Het nieuwe Provinciaal Hof van Delacenserie en Buyck sloot perfect aan bij de middeleeuwse omgeving en zat vol verwijzingen naar de bekende monumenten van de stad.

    Veel bezoekers van Brugge beseffen niet dat de middeleeuwse stad die zij koesteren, voor een flink stuk in de negentiende eeuw werd gebouwd. In die zin schiep Delacenserie een illusie, maar hij deed dat met zoveel inzicht en vakmanschap, dat aan zijn nalatenschap nog steeds moeilijk te tornen valt. De architecten van vandaag zouden het nooit meer doen zoals hij.

    'De uitvinding van Brugge' in het Bruggemuseum-Gruuuthuse aan de Dijver 17 loopt tot 25 april, dinsdag tot zondag 9.30-17 uur.

    Bij de tentoonstelling hoort een handige wandelgids langs gebouwen en restauraties van Louis Delacenserie in Brugge.

    www.deuitvindingvanbrugge.be


    Oude vergissingen hebben meer vrienden dan nieuwe waarheden
    Gewijzigd op 2009-10-22 12:56:59