776 keer bekeken

Lüneburg und Umgebung

  • zaterdag 24 september 2016 @ 00:01
    #4
    reactie op (#1) bernard-de-clairvaux

    Inderdaad een interessant verslag, misschien trekken wij ook eens vier dagen naar Duitsland. Wat zou je aanraden, dicht bij België, of qua middeleeuwen, zoals ik me ze verbeeld? 

  • zaterdag 17 september 2016 @ 10:53
    #3

    Mooie trip. 

    Klik hier om naar de website te gaan
  • vrijdag 16 september 2016 @ 17:00
    #2
    reactie op (#1) bernard-de-clairvaux

    Mooie trip, en veel variatie. Het is allemaal ook niet zo ver vanuit oost Nederland.

    onderschrift.jpg

  • vrijdag 16 september 2016 @ 12:16
    #1

    Af en toe moet de avonturier in mij zijn Passat zadelen en de sporen geven. Enerzijds voor middeleeuwse inspiratie, anderzijds voor...tja, reflectie? Dat laatste kwam er dit keer niet echt van, want het programma zat bomvol en daarnaast vormde de temperatuur van 32 graden ook een uitdaging: het was gewoon een pure overlevingsstrijd! Misschien heeft dat ook wel een gezonde uitwerking. De hedendaagse man hoeft geen mammoets meer te doden, want zijn vrouw vindt intussen meer dan knollen en wortelen. Waar zijn we dan nog goed voor? Een reis door Duitse Baustelles en Staus is dan geen slecht alternatief. Het voelt als een tocht door de grotten van Lascaux, waar aan het eind een schaars verlichte zaal opdoemt vol met...mammoets!

    Lüneburg stond al jaren op het 'Wunschzettel', maar het ligt net niet handig om de routes voor een korte tussenstop. Daarvoor is er ook teveel te zien, zeker vanwege de kloosters in de nabije omgeving. Het klooster Lüne aan de rand van stad had ik 4 jaar geleden al bezocht, nu dook ik dus de binnenstad in. Op de heenreis bezocht ik overigens Verden a.d. Aller. De dom van dit slaperige stadje figureert in menig boek over de Duitse gotiek, dus ik moest er toch een keer heen. De kerk vond ik eerlijk gezegd niet zo spannend, hoewel de 'rommelige' westfacade wel een hele stoere indruk maakt. Binnen bevond zich echter een bijzondere highlight, de zogenaamde Levithenstuhl. Het is een 'driezitsbank' voor de priester en zijn assistenten en zit vol met symboliek over het lijden van christus, het OT en hoe e.e.a. in het leven van de gelovige een plaats moet krijgen.

    Na Verden werd de navigatie gericht op Lüneburg, waarbij ik ca 40 km door de binnenlanden van de Lüneburger Heide toerde. Een soort sentimental journey, want in 1992 was ik daar 2 keer op militaire oefening. Lüneburg is een hanzestad die haar rijkdom vooral had te danken aan de winning en handel in zout. In de 13/14de eeuw had zij zo'n beetje een zoutmonopolie in het hele Oostzeegebied. In de loop van de 15de eeuw kwam daar concurrentie bij van zeezout uit de Atlantische zoutpannen, maar er bleef nog voldoende marktaandeel over ter financiering van de vele kerken en koopmanshuizen. Overigens werd tot in de jaren 80 zout gewonnen in de saline aan de rand van de binnenstad. Het huidige Salzmuseum legt alles perfect uit, van de eerste primitieve methoden tot de latere geindustrialiseerde productie. Zout werd niet voor niks het witte goud genoemd. Om de saline bouwden de Lüneburgers een compleet middeleeuws fort ter bescherming van hun productie. Deze rijkdom kwam indirect ook ten goede  aan de hertogen van Lüneburg-Wolfenbüttel die hun residentie in de stad hadden. Echter tijdens een erfopvolgingskwestie kwamen de Lüneburgers in opstand en werden de nieuwe hertogen naar Celle verjaagd, waar ze een schitterend kasteel neerzetten. Lüneburg verkreeg weer extra privileges, waar ze natuurlijk wel voor moesten betalen. De zoutwinning stond echter in voor alle financiele ongemakken. In het vernieuwde stedelijk museum wordt alles keurig uit de doeken gedaan en vanzelfsprekend begint men het verhaal met de geologische situatie van de stad, vervolgens worden alle tijdperken prettig doorgewandeld, met natuurlijk volop aandacht voor de middeleeuwen. Onder andere met de rijke versieringen van de koopmanshuizen.

    De kerken van Lüneburg bezitten nog veel van hun oorspronkelijke interieur, inclusief beeldhouwwerk, schilderijen en retabels. Toch is veel in de loop van tijd verdwenen of verhuisd naar de musea in Hamburg of Hannover. Overigens bezit het stedelijk museum ook nog veel moois. Al bij al krijg je toch een goede indruk van de vroegere rijkdom. Voor wat extra baksteengotiek ben ik nog doorgereden naar het Kloster Ebstorf, alweer het 3de 'Heidekloster' wat ik in de loop der jaren bezocht. Het blijft bijzonder dat deze kloosters, als onder een glazen stolp hun sfeer en inrichting hebben behouden. Tijdens de reformatie wist men geen raad met al die adelijke dames die opgehokt zaten in deze kloosters, dus ze konden niks beter verzinnen dan: doorgaan met dit concept en zo werden het 'Evangelische Damenstiften', waar nog steeds boventallige adelijke dochters werden ondergebracht. Ik kreeg zo'n beetje een privérondleiding van een dame die woont in een ander stift en dus veel uit eigen ervaring kon vertellen. De kloosters worden nog steeds bewoond door alleenstaande vrouwen, weduwe dan wel gescheiden. Een adellijke afkomst is gelukkig niet meer vereist.

    Terug in Lüneburg bezocht ik het stadhuis, dat vanwege de inkomsten uit de zoutwinning ook fantastisch was ingericht. Het stond bol van bijbelse en mythologische symboliek over goed en slecht bestuur. Dat gebeurde natuurlijk in meer stadhuizen, zoals ik deze zomer nog in Siena zag. Maar in NW-Europa heb ik zo'n overdaad nog niet gezien. Je mocht er helaas niet fotograferen, maar hierbij toch een algemene foto.

    Afbeeldingsresultaat voor rathaus lueneburg

    Ik verbleef overigens buiten de stad op een oud landgoed dat was omgetoverd tot een golfresort. Leuk om zodoende ook nog geschiedenis mee te pakken en in het trappenhuis hing zelfs een portret van Willem III. Mijn kamer lag achter het rechter-zolderraam. Dan klinkt weinig belovend, maar het is was een zeer ruime 1-persoonskamer.

    Op dag 3 moest ik weer afzakken naar huis, maar vanzelfsprekend met wat tussenstops. De eerste halte was Bardowick, een slaperig dorpje net buiten Lüneburg. Tussen 800-1000 was het echter een belangrijke handelsnederzetting op de grens van het Karolingisch-Ottoonse Rijk met de Denen en de Slavische volkeren, die toen nog rond de Elbe leefden. De plaatselijke dom is nu eigenlijk veel te groot, maar is wel een getuige van het rijke verleden van het stadje. Het is overigens nooit een (bis)dom geweest, maar gezien haar omvang heeft het die benaming gekregen.

    Tot slot bracht ik nog een bezoek aan het kunstenaarsdorp Worpswede, vlakbij Bremen. Ik was er 16 jaar geleden al een keer, maar de musea en sfeer rechtvaardigen een herhaalbezoek. Het is zo'n typisch verhaal van kunstenaars die eind 19de eeuw de puurheid van de natuur en de boerenbevolking opzochten om nieuwe inspiratie op te doen...en omdat het leven er goedkoop was. Een soort St Martens Latem, Bergen of Laren. Vervolgens trok het ook rijke stedelingen aan en intussen is het een 'hangout' geworden voor kunstliefhebbers. Je moet dus wel een beetje door de overdaad aan galleries en senioren heenkijken, maar dan is er nog steeds veel moois te zien.

    En toen was het toch echt tijd voor de terugreis. Ik wilde namelijk voor de spits voorbij Bremen zijn. Ondanks de baustelles was ik toch om 18 uur thuis en kon ik gezellig aanschuiven bij mijn tafeldames. Het was weer een prettige trip.

    Gewijzigd op 2016-09-16 16:15:07