521 keer bekeken

Willem van oranje

  • dinsdag 06 december 2016 @ 22:59
    #8
    reactie op (#7) Marjoke

    Dit is allemaal ware college van de specialisten!

    onderschrift.jpg

  • dinsdag 06 december 2016 @ 21:37
    #7
    reactie op (#6) bernard-de-clairvaux

    Als de gebieden alleen door een man geerfd mochten worden, heette dat een zwaardleen. Overigens was het niet altijd vastgelegd of het een zwaardleen was. Dit hing vaak af van de kracht en de wil van de leenheer/koning om een gebied terug te halen. Want Lodeweijk XI wilde alle Bougondische gebieden in handen krijgen. Ook die buiten Frankrijk lagen .En deze gebieden waren zeker gen zwaardleen.

    De gebieden van de Nassau's in de Nederlanden, vonden hun oorspronk bij Willem van Duijvenvoord. Een bastaardzoon uit het geslacht Wassenaar Duivenvoorden. Deze wist zijn fortuin te vergaren en werd uiteindelijk bankier van van zowel de graven van Holland, als de hertog van Brabant. En daar deze vaak niet terug konden betalen, kon hij deze gebieden in bezit houden. Zo ook het onderpand voor een lening, de baronie van Breda. Toen hij kinderloos overleed, benoemde hij zijn neer Jan van Polanen tot erfgenaam (ook een zijtak, maar nu wettelijk van Wassenaar)

    Hun erfdochter Johanna van Polanen trouwde met Engelbrecht van Nassau en zo kwamen de Duitse Nassau's in deze regionen.

    Er was een familieafspraak. De oudste zoon, ging naar de Nederlanden (het rijkste gebied) en de jongere, de Duitse. Indien deze tak uitstierf, ging het bezit terug naar de Duitse tak en werd het weer zo verdeeld. Op deze manier bleven de Nederlandse bezittingen 1 geheel.

    Dit is twee keer gebeurt.

    Klik hier om naar de website te gaan
  • dinsdag 06 december 2016 @ 09:17
    #6
    reactie op (#5) antonius_

    Dat waren zeker leengoederen, maar vanzelfsprekend al lang in handen van de betreffende familie(s). Daarmee werd zo'n leen feitelijk een bezit, want een leenheer kon niet zomaar een leengoed 'terugnemen'. Als leenheer was je immers in politieke en vooral militaire zaken afhankelijk van je leenmannen en dat betekende vaak een gevoelige balans. Continu oorlogjes voeren over dit soort zaken kost geld en levert indirect ook minder belastingen op, dus dat was niet slim. Ik herinner me ook dat de heer van BoZ, uit het geslacht Glimes, de oorlog van Maximilian I tegen Gent en Brugge financierde. Daarvoor in ruil kreeg de stad BoZ dan weer bepaalde marktrechten. In die verwevenheid moest een leenheer dus over eieren lopen.

    Alleen als er specifieke bepalingen in een (ver) verleden waren vastgelegd, kon een leenheer een gebied terugvorderen. Bekend voorbeeld is wel het hertogdom Bourgondië dat terugkwam in handen van de Franse koning toen Karel de Stoute op het slagveld sneuvelde. Hij had geen mannelijke nakomeling en de Franse onderdelen uit zijn bezit (leen!) werden weer ingepalmd door de Franse koning.

  • maandag 05 december 2016 @ 16:43
    #5
    reactie op (#4) Marjoke

    Waren de bezittingen die Willem via erfenis verwierf, waaronder de bezittingen uit huize Nassau-Breda (Hendrik III van Nassau-Breda) (via de erfenis van  rene chalon) wel leengoederen ? En was Willem daar wel leenman van ?

    ik ben heel benieuwd

    onderschrift.jpg

  • maandag 05 december 2016 @ 14:29
    #4
    reactie op (#3) antonius_

    Klik hier om naar de website te gaan
  • maandag 05 december 2016 @ 11:18
    #3
    reactie op (#2) Marjoke

    Ja, dit is duidelijk. Heldere uitleg.

    onderschrift.jpg

  • maandag 05 december 2016 @ 07:25
    #2
    reactie op (#1) antonius_

    Karel de vijfde en Philips waren, als graaf van Holland, de leenheer en deze stelden de stadhouders aan. Ook in de andere gewesten. De leenheer is altijd die genen die een bezitting in leen geeft aan de leenman. Dit is ontstaan in de vroege middeleeuwen (dus toch binnen de krijtlijnen).

    Als een leenman op diens beurt ook weer een bezitting in leen gaf, werd hij op diens beurt voor die leenman weer de leenheer. Het feodale stelsel.

     

    De koning/keizer stond boven aan

    Die gaf aan een edelman, bv Branbant in leen. Deze gaf op diens beurt weet BV Breda of Bergen op Zoom in leen.

    De stadhouders is een ander verhaal. Dit waren altijd hoge edelleiden, die hun eigen bezittingen (lenen) in de landen, maar ook buiten het bezit van de keizer hadden. Omdat de Bourgondische hertogen te veel gebieden in bezit hadden die elk hun eigen bestuur hadden, was het onmogelijk deze persoonlijk te regeren. Om hem te vervangen, werden stadhouders benoemd. Dit was dus geen leengoed, maar de stadhouder was een plaatsvervanger van de landsheer.

    Dit is onder de Habsburgers voortgezet. Het stadhouderschap was niet erfelijk, maar er zijn wel meerdere familieleden in de zelfde gewesten benoemd. Zo was Willem van Oranje niet de eerste stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht uit het geslacht Nassau.

    Willem is benoemd door Philips II. Net zoals Willem door Philips is benoemd tot lid van de Raad van Staten en ridder van het Gulden Vlies. Hij was tenslotte DE hoogste edelman. De eerste van zijn gelijken. Want hij was soeverein prins. Het prinsdom Orange stelde nietveel voor. Maar het was soeverein. Dit in tegenstelling tot Lamoraal van Egmont, die was prins van Graver (of zo), maar dat was geen soeverein prinsdom.

    Duidelijk?

    Klik hier om naar de website te gaan
  • zondag 04 december 2016 @ 23:41
    #1

    ja, buiten de krijtlijnen, maar in deze club zitten de beste specialisten. Wie van het Habsburgse huis heeft aan Willem een plek gegeven als leenheer of stadhouder van Holland. Is dat Karel V of  heeft

    philips II dit gedaan ? Was willem leenheer of stadhouder, en wat is het verschil tussen leenheer en stadhouder. Ik denk dat Marjoke hier het meest van weet. Ik ben benieuwd.

    onderschrift.jpg