Van de brandstapel gered: de Decamerone van Boccaccio

Geplaatst op zaterdag 24 januari 2004 @ 23:47, 347 keer bekeken


Frans Denissen maakte een nieuwe vertaling van de beroemde verhalenbundel van Giovanni Boccaccio, de 'Decamerone'. Het prachtig uitgegeven boek, geillustreerd met honderd Vlaamse miniaturen in kleur, doet een beetje de schandaalsfeer vergeten die er eeuwenlang rond Boccaccio heeft gehangen.


Giovanni Boccaccio - fresco in Uffizi

Giovanni Boccaccio (1313-1375) was met Dante en Petrarca de laatste van de coryfeeen van het klassieke Florence. Zijn vrijmoedige, scabreuze verhalen werden door de Inquisitie in 1571, zo'n twee eeuwen na zijn overlijden, samen met andere verboden boeken op de index gezet. Boccaccio had in een moment van vertwijfeling zelf ooit zijn manuscript aan de vlammen willen toevertrouwen. Aan het einde van zijn leven neigde hij steeds meer naar het spirituele. In 1362 viel hij zelfs ten prooi aan een religieuze en morele crisis. Volgens een heremiet moest hij zijn wereldse geschriften, waaronder de 'Decamerone', afzweren. Zo niet, zou hij tot de eeuwige verdoemenis veroordeeld worden.


Francesco Petrarca - beeld in Uffizi

Zijn goede vriend en stadsgenoot Petrarca verzekerde hem echter dat het aardse en het vrome voor een zekere spanning zorgen, maar elkaar niet uitsluiten. Petrarca, wiens leven en werk een illustratie was van dat statement, praatte Boccaccio zijn voornemen uit het hoofd. Er moet wel bijverteld worden dat Petrarca de precieze inhoud van de 'Decamerone' niet kende. Leerschool De iets oudere Petrarca (1304-1374) had Boccaccio voor het eerst in 1350 ontmoet. Ze waren blijven corresponderen, en Petrarca was uitgegroeid tot Boccaccio's leermeester. Onder invloed van Petrarca was Boccaccio zich gaan toeleggen op de studie van klassieke teksten, meer bepaald op de Griekse. Daarvoor kon Boccaccio als autodidact terugvallen op een zeer brede, maar eclectische kennis.

Boccaccio's vader, een koopman en geldhandelaar, zou - mocht hij nog geleefd hebben - dat waarschijnlijk met lede ogen hebben aangezien. In 1325 had hij zijn zoon naar Napels gestuurd om er zich te bekwamen in bankzaken. Wat Giovanni pure tijdverspilling vond. Hij verbleef liever aan het hof van Robert van Anjou, koning van Napels - waartoe ironisch genoeg zijn werk bij de bank hem toegang verschafte - temidden van de intellectuelen en kunstenaars van zijn tijd. Zijn kennishonger werd er meer gestild dan door zijn studie canoniek recht (1330-1334). Boccaccio kende er ook vele (ongelukkige) liefdes. Zijn vermeende relatie met Maria d'Aquino, een onwettige dochter van de koning, zou hij verwerken in de gedichten en romans die hij schreef voor de 'Decamerone'. Maria draagt er steeds de naam Fiammetta in. Financiele, politieke en familiale problemen dwongen Boccaccio in 1341 onverhoeds terug te keren naar Florence. Hij verbleef vervolgens aan verschillende hoven, nam actief deel aan het politieke en openbare leven in Florence.


Boccaccio en Dame Fortuna in een miniatuur

Ondanks alle missies en opdrachten die hij voor zijn geboortestad zou uitoefenen, zou Boccaccio het financieel nooit breed hebben, ook niet nadat hij zich de lagere wijdingen had laten toedienen. Ondertussen bleef hij de herinnering aan het leven in Napels koesteren. De droom om er opnieuw te worden opgenomen aan het hof borg hij pas definitief op toen hij ter plekke vaststelde dat Napels intussen erg veranderd was. De laatste jaren van zijn leven bracht Boccaccio afwisselend door in Florence en het nabije Certaldo, waar zijn huis een trefpunt voor humanisten werd (een reconstructie ervan is nu een toeristische attractie). Zijn geschriften uit die tijd zijn repertoria en biografieen in het Latijn. In 1368 was ook het definitieve manuscript van zijn 'Decamerone', niet echt verschillend van de eerste versie die tussen 1349 en 1351 tot stand kwam, klaar.


Schilderij van Waterhouse

Vlucht

De 'Decamerone' is een raamvertelling waarvan het kader genoegzaam bekend is: tien Florentijnse jongeren, zeven vrouwen en drie jongemannen, ontvluchten in 1348 het door pest getroffen Florence, trekken zich gedurende tien dagen terug in de omliggende heuvels en doden de tijd door samen te zingen en elkaar te onderhouden met verhalen. Vanaf de eerste dag wordt er beslist elke dag een nieuwe moderator aan te stellen, een Koningin of Koning, en vanaf dag twee moeten alle vertellers zich bovendien houden aan een opgelegd thema dat de avond tevoren wordt vastgelegd. De titel 'Decamerone', het Grieks voor 'tien dagen', geeft de tijdspanne aan waarin het verhaal zich afspeelt. Maar het is tegelijkertijd ook een verwijzing naar een tractaat over het scheppingsverhaal, de 'Hexaemeron' van Ambrosius, een Latijnse kerkvader en bisschop van Milaan uit de vierde eeuw. Boccaccio's vertelling is echter geen scheppingsverhaal maar een recreatie die een heilzame werking wil hebben na de slechte en bewogen pesttijd. En tevens is het een verstrooiing voor de jongedames voor wie de 'Decamerone' bedoeld is. Boccaccio zal zich meermaals richten tot zijn lezeressen, zowel in de tekst zelf als in de voorrede en het slotwoord.


Boccaccio en audientie in een miniatuur

Taboe

De lezers zouden de lectuur van de 'Decamerone' echter ook als verderfelijk kunnen ervaren. Dat lijkt Boccaccio zelf te suggereren door aan het begin en het einde van het werk de bijnaam 'Prins Galeotto' te gebruiken: 'Hier begint het boek 'Decamerone', bijgenaamd 'Prins Galeotto''. Het was Galeotto ofte Galehault die in de ridderroman 'Lancelot du Lac' zijn verliefde vriend Lancelot en de koningin Guinevere samenbracht. Hun verhaal bezegelde op zijn beurt het al even noodlottige einde van Francesca da Rimini en haar schoonbroer Paolo, zoals beschreven in een van beroemdse passages uit Dantes 'Hel' (Zang V: 'Galeotto fu 'l libro e chi lo scrisse'). Tijdens het lezen van 'Lancelot' kusten ze elkaar, waarop Francesca' echtgenoot hen betrapte en vermoordde. Door de naam Galeotto op een ietwat ironische manier te gebruiken, maakte Boccaccio duidelijk dat hij niet de intentie had iemand in het verderf te storten. Ook de vele interventies van verteller en personages trachtten eventuele kritieken te counteren. Boccaccio had overigens het grootste respect voor Dante. Al op erg jonge leeftijd was hij in de ban geraakt van zijn werk - hij liep school bij een fervent Dante-lezer. Door de jaren heen had hij er zich verder in verdiept, wat hem uitermate van pas kwam toen de stad Florence hem in 1373 verzocht Dantes werk in het openbaar te becommentarieren. Om gezondheidsredenen heeft hij zijn 'Lecturae Dantis' echter niet kunnen afronden. Het is dan ook niet meer dan logisch dat de 'Decamerone' zich niet onttrekt aan Dantes invloedssfeer. Met de 'Goddelijke Komedie' heeft het een zelfde structuur gemeen en je vindt er in zekere mate de in de Middeleeuwen erg belangrijke getallensymboliek terug: honderd, het aantal verhalen of zangen, staan symbool voor de perfectie. Maar terwijl Dantes oeuvre een synthese vormt van het middeleeuwse gedachtegoed, is dat in dat van Boccaccio meer onderhuids aanwezig. Boccaccio heeft zich die erfenis duidelijk veel meer eigen gemaakt. Dat wijst alleen maar op zijn meesterlijke vertelkunst.


Dante Allighieri

Boccaccio wist als geen ander de spanningsboog in zijn verhalen te creeren.
Waarmee toch ook weer niet gezegd kan worden dat alle verhalen even sterk zijn. De taal maakt ze erg levendig. Volgens Pietro Bembo die de eerste grammatica Italiaans ('Prose della volgar lingua', 1525) uitbracht, was het proza van Boccaccio echter alleen voor de tragische novellen de na te streven standaard. Petrarca's taal stond model voor de poezie. Vijftig jaar na het verschijnen van Bembo's grammatica verscheen een selectie uit de 'Decamerone' die als bij wonder door de kerk werd aanvaard. Het is Boccaccio dan ook nooit om losbandigheid te doen geweest. Het hoofse ideaal, de liefde en de intelligentie zijn daarentegen de drie hoofdthema's van de 'Decamerone'. De intelligentie vertaalt zich in een sluwheid, een bedrevenheid van de personages, veelal kooplui die de Fortuin in hun kraam proberen te doen passen en daar veelal ook in slagen. Niet toevallig behoren ze tot Boccaccio's eigen klasse.

Precies vier eeuwen later zorgde de Decamerone een laatste maal voor een afkeuring toen het eerste deel van Pier Paolo Pasolini's 'Trilogia della vita' werd aangeklaagd wegens obsceniteit. Maar ook zijn vertelling werd misbegrepen.

Giovanni Boccaccio - Decamerone
Vertaald uit het Italiaans door Frans Denissen
2003, Amsterdam, Athenaeum - Polak & Van Gennep,
804 blz, 65 euro, ISBN 90-253-0315-3.



Bron: Inge LANSLOTS, 28-11-2003, De Tijd


Welkom bij Clubs!

Kijk gerust verder op deze club en doe mee.

Wat is dit?


Of maak zelf een Clubs account aan:


Aanbevelingen door leden:

bernard-de-clairvaux starstarstarstarstar

Een geweldige community over de middeleeuwen in al haar facetten. Boeken, tentoonstellingen, steden en discussies met diepgang en humor. Een Vlaams-Nederlandse samenwerking van historisch niveau!