Nobel Streven - Frits van Oostrom

Geplaatst op zaterdag 11 november 2017 @ 13:58 , 344 keer bekeken

Het leven van Jan van Brederode is als een onwaarschijnlijk spannende roman. De middeleeuwse ridder komt tot leven in het nieuwe boek van spoorzoeker neerlandicus Frits van Oostrom.
 
Hij was een complete mislukkeling: Jan, de zevende heer van het trotse, hoogadellijke Hollandse geslacht Brederode (ca. 1372-1415). Een loser, maar niet zielig, veeleer intens tragisch. Als tweede geborene volgde hij zijn vader op; zijn oudere broer Dirk werd kartuizer monnik. Hij was geliefd bij de opeenvolgende landsheren, graaf Albrecht van Beieren en Willem VI. Hij trouwde met Johanna van Abcoude, een prachtige partij die niet enkel een uitgestrekt gebied aan de grens van Holland en het Utrechtse Sticht meebracht, maar ook de heerlijkheid Gaasbeek in Brabant. Hij was redelijk succesvol in de oorlog met de Friezen, ‘een veertiende-eeuws Vietnam’, en in de onophoudelijke twisten tussen de Hoeken en de Kabeljauwen, in de Honderdjarige Oorlog de Hollandse variant van de Rozenoorlog.
 
Maar er zaten barstjes in Brederodes toekomstdromen. Hun familiewapen vertoonde een barensteel, een breuk, wat volgens sommigen op afkomst uit bastaardij wees. De Brederodes probeerden dit heraldisch eigenaardigheidje te verdoezelen. Erger was de onverantwoorde ‘koopsom’ voor zijn droomhuwelijk; zijn schoonvader zat hem onbarmhartig op de hielen voor zijn nog uitstaande schuld en bracht hem op de rand van het faillissement. Bovendien bleef het veelbelovende huwelijk kinderloos. Een pelgrimstocht naar het Ierse Lough Dergh nabij Limerick, waar een nauwe krocht de hellevaart van Sint Patrick suggereerde, mocht niet baten. Jan hield aan zijn dagenlang eenzaam verblijf en vasten in de grot een obsessieve angst voor duivels over.
   
De kap over de haag
 
De familiesituatie bleek onhoudbaar en Jan kwam met een lumineus plan op de proppen: hij en zijn vrouw zouden in het klooster treden zonder formeel te scheiden. De opvolging kwam in handen van zijn jongere broer Walraven, die verlost van de schoonvaderlijke schuld het geslacht Brederode nieuwe kansen zou schenken. Het echtpaar kon in het klooster de dood van de lastige schoonvader afwachten en hopen op de erfenis van Abcoude. Zo geschiedde eind 1401. Johanna trad in bij de dominicanessen in Wijk bij Duurstede; Jan zocht het verder van huis in de chartreuse Sint-Jansberg in Zelem bij Diest. Hier werkte hij als lekenbroeder en vertaalde er in bewonderenswaardig proza een Frans moraliserend traktaat: Des coninx summe. Maar het plannetje draaide verkeerd uit. Walraven werd gevangen genomen en zadelde de familie op met een gigantisch losgeld. Tot overmaat van ramp: toen Johanna’s vader stierf, dook Jacob van Gaasbeek als erfgenaam voor Abcoude op.
 
Om zijn erfrechten te verdedigen gooide Jan na zes jaar kloosterleven zijn kap over de haag. In een wanhoopspoging om de erfenis alsnog binnen te halen ontvoerde hij op 9 april 1410 zijn vrouw uit het klooster in Wijk. De bisschop van Utrecht arresteerde hem. Het schandaal zou Jan, ook na twee jaar gevangenschap, blijven achtervolgen. Hij bood zijn diensten aan de Engelse koning aan, die de uitgetreden monnik evenwel smadelijk de laan uitstuurde. Jan koos voor de tegenpartij en sneuvelde in de Franse gelederen bij de slag van Azincourt in 1415. Daarmee kwam een einde aan ‘het onwaarschijnlijke maar waargebeurde verhaal van ridder Jan van Brederode’, de ondertitel van het nieuwste werk van de Utrechtse neerlandicus Frits van Oostrom, 
  
Meesterlijk puzzelen
 
Van Oostrom houdt van dubbelzinnige titels, denk maar aan Het woord van eer (1987). Ook de titel van zijn jongste boek is ambigu. Ridderlijk streven, ja, maar met een niet te onderschatten koopmanskant, waarvan men bar weinig merkt in de idealiserende ridderromans. Het vaak stuitende materialisme van die tijd gebruikt ironisch genoeg als munteenheid ‘de nobel’…
Van Oostrom heeft op voorbeeldige wijze oud bronnenmateriaal geanalyseerd en heel wat nieuwe documenten gevonden. Als een meester-puzzelaar past hij de overvloedige gegevens in elkaar tot een coherente biografie. Knap is zijn zoektocht door ‘een struikgewas aan teksten’, waarna hij het verhaal van een zekere Olandyne (Hollander) in Southampton met Jan van Brederode kan verbinden. Nog straffer vind ik zijn analyse van Le bourbier d’Azincourt (2006), waarin de Franse schrijver Pierre Naudin de lotgevallen van Jan van Brederode romaniseerde zonder het zelf te beseffen.
 
Nobel streven helpt de onzekerheid over het auteurschap van Des coninx summe definitief uit de wereld. Een merkwaardige bijvangst van dit onderzoek is zijn nieuwe visie op het Hulthemse handschrift, een vlaggenschip van de Middelnederlandse letterkunde. Het zou niet in Brussel, maar in het Utrechtse zijn ontstaan met Jacob van Gaasbeek als meest plausibele opdrachtgever. Dat is niet geringe winst voor de literatuurgeschiedenis. Maar toch kan ik me niet van de indruk ontdoen dat het literaire dreigt weg te zinken in het moeras van familieverwikkelingen, gebiedsverschuivingen en oorlogen. Het is wachten tot bladzijde 62 vooraleer de Middelnederlandse letterkunde aan bod komt. De neerlandicus is duidelijk iets meer opgeschoven in de richting van de historicus. Dat blijkt ook uit de illustraties: iets minder dan de helft zijn ambtelijke documenten. Waarom geen foto van de indrukwekkende ruïne van het kasteel Brederode bij Santpoort, of van de pelgrimsdrukte nu in Lough Dergh, of van de resten van de chartreuse in Zelem?
 
Dankzij de heldere en beeldende taal blijft deze grensverleggende studie genietbaar. Vooral de vele significante details maken de lectuur aangenaam. Vitamientjes werden voor de zieke gravenzoon Willem van Oostervant aangevoerd in de vorm van ‘appelen van garnaten ende van aryangen’ (granaatappels en sinaasappels). Jan verzette zich tegen het geloof in ‘beelwitten’, toverkollen die op bezemstelen door de schoorsteen zouden vliegen. Zo krijgt de lezer een fascinerend beeld van de bewogen tijd rond 1400.

Lezers die meer willen weten kunnen voor aantekeningen, bibliografie, aanvullingen, correcties en heel wat extra’s terecht op de mooie, begeleidende website www.nobelstreven.nl.
 
FRITS VAN OOSTROM - NOBEL STREVEN.
Het onwaarschijnlijke maar waargebeurde verhaal van ridder Jan van Brederode.
Prometheus, 384 blz., 24,99 €.

 
Bron: Jozef Janssens, "Een tragische loser", De Standaard, 3 november 2017


Welkom bij Clubs!

Kijk gerust verder op deze club en doe mee.

Wat is dit?


Of maak zelf een Clubs account aan:


Aanbevelingen door leden:

bernard-de-clairvaux starstarstarstarstar

Een geweldige community over de middeleeuwen in al haar facetten. Boeken, tentoonstellingen, steden en discussies met diepgang en humor. Een Vlaams-Nederlandse samenwerking van historisch niveau!