40596 keer bekeken

omdat we ze mooi vinden...

  • donderdag 24 november 2022 @ 11:45
    #282
    reactie op (#281) Calamandja


    Dit is misschien niet mooi maar dan wel zeer bijzonder: het is een bladzijde uit een zeer zeldzaam handschrift op zwart perkament. Het dateert uit 1500 en is beschreven met gouden en zilveren inkt. 

    Het ziet er aan de buitenkant niet spectaculair uit: een klein boekje in oblongformaat, 12,8 op 21 centimeter groot, een houten band bekleed met rozige zijde en een etiket waarop ‘Plusieurs basses danses’staat geschreven. Toch is het dansboekje van Margaretha van Oostenrijk (1480-1530) een van de grootste schatten uit de collectie van de Koninklijke Bibliotheek te Brussel: de perkamenten bladzijden zijn zwart, een kleur die aan het Bourgondische hof symbool stond voor luxe en prestige. Wereldwijd zijn maar zeven van dit soort zwarte handschriften, gekleurd met koolstof of ijzergal, bekend. De bladzijden zijn bovendien beschreven met gouden en zilveren inkt.

    Margaretha’s dansboekje dateert van omstreeks 1500. Het is het oudst bekende dansboek uit de Lage Landen. Het bevat 58 basses danses, letterlijk te vertalen als ‘lage dansen’, een soort dans die in de 15de en vroege 16de eeuw in zwang was aan adellijke hoven en waarbij de voeten van de dansers amper van de grond kwamen: het was meer een sierlijk schrijden. De verfijnde basses danses behoorden tot de cultuur van de elite, anders dan dansen waarbij wel werd rondgesprongen en gehuppeld – dat was meer iets voor minder gecultiveerde lieden. Van elke dans in het manuscript is de melodielijn genoteerd, naast de titel en instructies voor de choreografie.

    ‘Ce livre est à la princesse d’Espagne’, schreef Margaretha voorin. Wellicht kreeg ze het cadeau van Filips van Kleef, heer van Ravenstein, en zijn echtgenote Françoise van Luxemburg. Daar zijn volgens onderzoekers verschillende aanwijzingen voor. Drie dansen verwijzen naar de schenkers: ‘La danse de Ravestein’, ‘La danse de Clèves’, en ‘La nouvelle Franchoise’. In februari 1500 kreeg Filips’ trommelaar een salaris voor het opvoeren van verschillende chansons en dansen voor het Bourgondische hof. Dat kan een uitstekende gelegenheid zijn geweest voor het overhandigen van het cadeau met de nodige fanfare, denken onderzoekers. De Van Kleefjes hadden wat goed te maken. Filips was halfweg de jaren 1480 uit de gratie geraakt bij Margaretha’s vader, Maximiliaan van Oostenrijk, de weduwnaar van Maria van Bourgondië. Ze wilden weer een plekje in de zon, en dat was hen een peperduur cadeau waard.

    bron: Veerle Vanden Bosch, Een spotifylijst uit 1500, De Standaard (standaard.be), 24/11/2022.

    Het volledige manuscript kan je digitaal bewonderen op de website van KBR: https://opac.kbr.be/LIBRARY/doc/SYRACUSE/17005043

    Gewijzigd op 2022-11-24 23:54:49
  • vrijdag 05 november 2021 @ 21:59
    #281
    reactie op (#280) Calamandja

    Die karaktervolle kop liet mij niet onberoerd bij een eerste ontmoeting ervan op een Facebook-pagina over middeleeuwse kunst in Frankrijk (of iets dergelijks). 

    De Fransen noemen haar "La Vierge de Moussages", dit houten romaanse gepolychromeerd beeld zou uit de XIIe eeuw stammen. Ze wordt ook "Notre-Dame de Claviers" genoemd, en bevindt zich in de Église Saint-Barthélemy de Moussages. Ze is te vergelijken met haar "zuster" van Heume-Eglise.Ze wordt beschouwd als één van de mooiste madonna's van de Auvergne.

    Gewijzigd op 2021-11-05 22:00:06
  • zaterdag 12 juni 2021 @ 22:01
    #280
    reactie op (#279) Calamandja

    Dit vind ik een uitzonderlijk mooie en vriendelijk lachende engel die onlangs in een rijk versierde middeleeuwse grafkelder werd ontdekt in de omgeving van de O.L.V.-kathderaal in Brugge. Op de lange zijden staat centraal een engel zwaaiend met een wierookvat, gevat tussen verschillende kruis- en bloemmotieven. Op een van de korte zijdes staat een calvariescene afgebeeld: zijnde Jezus aan het kruis, geflankeerd door Maria en de apostel Johannes. Op de andere zijde is een zogenoemde ‘Sedes sapientiae’ te vinden: een afbeelding van Maria met kind gezeten op een troon. Op basis van deze beschilderingen is de grafkelder in de (late) veertiende eeuw gedateerd.

    Op de langswanden van zijn graf laat de overledene engelen met wierook eer betuigen aan Christus die hem eens zal oordelen en aan zijn Moeder die voor hem ten beste zal spreken. Het zijn deze engelen die hem hopelijk naar de hemel zullen begeleiden, zoals in de uitvaartliturgie gezongen wordt "in paradisum deducant te angeli". Rond de engelen op de langswanden zijn meestal grote leliekruisen geschilderd, samen met enkele en samengestelde kruisen die de wanden grotendeels bedekken. 

    De grafschilderingen, die de overledene gezelschap hielden en door geen sterveling ooit nog zouden aanschouwd worden, boeien ons niet enkel door de iconografie, de herkomst en de verspreiding, maar ook als kwalitatief hoogstaande schilderingen die nauw aansluiten bij andere kunsttakken, onder andere de miniatuurkunst, en zo onze gebrekkige kennis van de pre-Eyckiaanse schilderkunst op gelukkige wijze aanvullen. 

    De grafschilderingen bewijzen ook de vakbekwaamheid van de schilders, die in korte tijd en in moeilijke omstandigheden moesten werken. Er is inderdaad maar weinig tijd tussen het overlijden en de begrafenis van de dode aangezien de teraardebestelling meestal de dag na het afsterven plaats vond. Het is bijna onmogelijk in die korte tijdspanne het uitbreken van de vloer, het uitdelven van het graf, het metselen van
    de eigenlijke grafkelder en het beschilderen van de binnenwanden te laten gebeuren. 

  • zaterdag 22 mei 2021 @ 16:14
    #279
    reactie op (#278) Calamandja

    Uta von Ballenstedt, de ‘mooiste vrouw van de Middeleeuwen’

    Uta von Naumburg, Uta von Ballenstedt (ca. 1000-1046), volgens plaatselijke bronnen de ‘mooiste vrouw van de Middeleeuwen’, is in West-Europa nauwelijks bekend. Toch weet bijna de hele wereld hoe ze er ongeveer uitzag, want in 1937 liet Walt Disney zich door haar inspireren. In de tekenfilm Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen gebruikte hij haar beeltenis voor de ‘Boze Stiefmoeder’ die mondiaal als toonbeeld dient voor onbegrensde jaloezie.

    Eigenlijk is maar weinig bekend over Uta von Naumburg. In elk geval is ze na 1000 jaar springlevend. Op veel plaatsen in het stadje Naumburg in Midden-Duitsland, in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt, trekt haar portret de aandacht.

    Unieke beeldengalerij

    Uta is bekend geworden door haar beeld, dat samen met elf andere grondleggers van de Dom van Naumberg is neergezet op een ongebruikelijke plaats: in het koor van de kathedraal, waar gewoonlijk heiligen worden geëerd. Ze staat er naast haar echtgenoot, Ekkehard II von Meissen, die duizend jaar geleden de machtigste man was aan de oostgrens van het Heilige Roomse Rijk. Ook zijn broer Hermann en diens (schalks glimlachende) vrouw Regnildis hebben er een plaats gevonden.

    Uta en Ekkehard waren de stichters van de voorloper van dat godshuis; een vroegromaanse kerk die aan Maria was gewijd, in Nuwenburg, nu Naumburg; een stadje dat ontstond op de splitsing van belangrijke handelswegen. In 1029 verplaatste paus Johannes XIX de zetel van de bisschop van Zeitz naar Naumburg en in de loop van de volgende eeuwen werd de kerk uitgebouwd tot een machtige kathedraal met vier imposante torens, de Petrus- en Paulusdom. Toen de beelden werden vervaardigd, door een onbekende Meester, waren Uta en Ekkehard al ongeveer tweehonderd jaar dood; ze werden begraven in de stiftskerk.

     

     

    Gewijzigd op 2021-05-22 16:34:09
  • zaterdag 10 april 2021 @ 18:01
    #278
    reactie op (#277) Calamandja
    Horae ad usum Romanum, dites Heures de Louis de Laval - met rechts Louis de Laval in gebed

    "Les Heures de Louis de Laval" is een getijdenboek dat in Bourges in opdracht van de bibliofiel Louis de Laval (1411-1489), goeverneur van Champagne (van 1465 tot 1473), werd gemaakt door Jean Colombe en verschillende andere boekverluchters. Dit getijdenboek wordt beschouwd als het rijkst versierde manuscript van zijn tijd, het telt immers niet minder dan 1.234 miniaturen, waarvan 137 een volledige pagina beslaan. Het omvangrijke manuscript telt 342 folio's of 684 bladzijden.

    Het manuscript werd gedurende twee tijdsperiodes geproduceerd:
    - in de eerste periode 1470-1475 gebeurde de productie in eerste instantie door de Meester van het Missaal van Yale en men gokt op boekverluchter Guillaume Piqueau. Daarna werd het werk verder gezet door Jean Colombe, geholpen door twee medewerkers die werkten volgens de stijl van Jean Fouquet.
    - in de tweede periode, rond 1480-1485, werden door Jean Colombe en zijn medewerkers een cyclus van scènes uit de bijbel toegevoegd en werden voetteksten toegevoegd met de beschrijving van elke bijbelscène, en dat in het Frans bovenaan de pagina (waar de rest van het boekwerk oorspronkelijk in het latijn was opgesteld).

    Bij de dood van Louis de Laval op 21 augustus 1489 werd het manuscript door laatstgenoemde nagelaten aan Anne van Frankrijk, dochter van koning Lodewijk XI en echtgenote van Pierre II de Bourbon, met wie hij een nauwe band had.

    Hieronder een video waarin een facsimile wordt doorbladerd:

    Gewijzigd op 2021-04-10 18:15:29
  • zondag 28 maart 2021 @ 22:01
    #277
    reactie op (#276) Calamandja

    Dit is een zeer mooie 'Palmesel' uit de 15de eeuw. Het is een houten sculptuur van Christus, gezeten op een ezel, vastgemaakt op een plank met wielen. Deze "sculpturen op wielen" werden door pelgrims getrokken tijdens processies die in de Middeleeuwen op Palmzondag werden gehouden om de triomfantelijke intocht van Christus in Jeruzalem te vieren. Deze Palmzondagvieringen bestaan al sinds de 4e eeuw. Aanvankelijk wordt het beeld van Christus op de rug van een ezel op een wagen geplaatst. Vanaf de 13e eeuw kwam men in Zuid-Duitsland, de Elzas en Zwitserland op het idee om de sculptuur op wielen te zetten. Deze sculpturen kennen een groot succes, ze stellen de liturgie van Palmzondag immers zeer levendig en concreet voor.

    Dergelijke sculpturen die de Passie van Christus ensceneren komen veel voor in de laatmiddeleeuwse kunst (13e tot 15e eeuw). Naast de ezels van Palmzondag waren er ook sculpturen van Christus met gelede armen om de verschillende stadia van de kruisiging, de afzetting en de graflegging te kunnen nabootsen. Op Goede Vrijdag werd een sculptuur van Christus in een houten tombe geplaatst en op Hemelvaart werd een sculptuur van de verrezen Christus met behulp van een touw naar het gewelf van de kerk verheven, waar hij in een grote opening verdween.

    Die traditie zal echter niet lang blijven duren. De protestantse reformatie en de katholieke contrareformatie zullen de ezels op wielen doen verdwijnen. Protestanten verbieden de verering van religieuze afbeeldingen en vernietigen de Palmezels die dergelijke afgoderij veroorzaken. Ze worden al snel gevolgd door de katholieken die de Palmezel in 1782 hebben verboden, gezien het feit dat de processie op Palmzondag beschouwd moest worden als een moment van contemplatie dat de naderende dood van Christus aankondigt, en niet als een carnavalsoptocht! De Palmezels werden ketters verklaard en worden daarom vernietigd, verbrand, in stukken gezaagd en zelfs verdronken door de bevolking! ... Gelukkig wisten ongeveer vijftig van hen aan de vernietiging te ontsnappen, zorgvuldig verborgen of vergeten in schuren en zolders. Dit is het geval bij deze ezel, een polychrome lindenhouten sculptuur van anderhalve meter hoog met zegenende Chrsitusfiguur, die met de linkerhand de riem vasthield.

    Hieronder nog een vidoe over een palmezel in Petersthal:

    Gewijzigd op 2021-03-29 10:47:20
  • donderdag 04 juni 2020 @ 15:00
    #276
    reactie op (#275) Calamandja

    Steeds in bewondering voor het middeleuws vakmanschap bij die minuskule ivoorwerkjes (23.9 x 32.2 x 1 cm). Opmerkelijk bij deze beschilderde polyptiek met scenes uit de passie van Christus uit 1350 (afkosmtig uit het Rijnland) is de veelvuldige aanwezigheid van Pontius Pilatus, die wordt weergegeven bij zowel de kruisoprichting als bij het aan het kruis nagelen van Jezus aan het kruis, alsook bij de episodes van het strippen en geselen van Jezus.

  • donderdag 21 juni 2018 @ 17:44
    #275
    reactie op (#274) antonius_

    Nog enkele Anna's-ten-drieën of Trinitas Terrestris, met een kleine Maria:

    - De aardse Drie-Eenheid of Trinitas Terrestris: Anna, Maria, Jezus - ca.1520 -

    Over Anna, de moeder van Maria, wordt verhaald in het apocriefe Proto-evangelie van Jacobus. Dit evangelie is eind tweede eeuw geschreven en niet opgenomen in officiële canon van de christelijke kerk. Toch ontwikkelde zich via Byzantium in de 15de en 16de eeuw een Anna devotie in West-Europa. 

    Anna voorzag in de behoefte aan een moedergodin. Daarnaast wilden de mensen in de opkomende steden heiligen die meer bij hun eigen leven pasten. De traditionele heiligen waren veelal van adel of behoorden tot de geestelijkheid. Grootmoeder en moeder Anna verbeeldde warmte en geborgenheid in een herkenbare situatie.

    Anna wordt op schilderijen en in beeldhouwwerken meestal weergegeven met haar kind Maria en haar kleinkind Jezus. Anna-te-Drieën worden deze afbeeldingen genoemd. De beeldenproductie van Anna-te-Drieën vond vooral plaats in het zuiden van de Nederlanden en het Rijnland. 

    Volgende ziet er ook "middeleeuws" uit en komt uit Utrecht:

    Lantaarnconsole St. Anna te Drieën, Nieuwegracht 197 te Utrecht, vervaardigd door Jeanot Bürgi

    Op de console zien we Maria’s moeder Anna, die een vrucht in haar hand houdt, samen met haar dochter en de kleine Jezus. Het beeldhouwwerk verwijst naar het Sint Anna klooster, dat in 1558 op deze plek aan de Nieuwegracht gevestigd werd. Het was het laatste in Utrecht gestichte klooster en heeft maar kort dienst gedaan. 

    In de Ierse mythologie was er ook een Keltische moedergodin: Ana of Dana, een manifestatie van de Oermoeder. Deze Ana transformeert in het christendom tot grootmoeder van Jezus, de Heilige Anna. Als grootmoeder van Jezus dacht men haar bijzondere macht toe als hemelse voorspreekster bij haar kleinzoon. De Oermoeder of Moedergodin, Sophia, allemaal manifestaties van de vrouwelijke kracht in de schepping...

  • zondag 17 juni 2018 @ 10:18
    #274
    reactie op (#273) Calamandja

    Trinitas Terrestris komt eerder Sint Anna ten drieen, toe, dacht ik zo.

    onderschrift.jpg

  • donderdag 14 juni 2018 @ 22:35
    #273
    reactie op (#272) Calamandja
    Sint-Anna-ten-drieën ca. 1450, eikenhout - PARCUM, collectie Abdij van Park, Leuven

    Dit beeldje kwam ik tegen toen ik de abdij van Park bezocht en de tentoonstelling in hun nieuwe tentoonstellingshuis, PARCUM. Deze grote abdij is in volle restauratie, die tegen 2022 zou afgewerkt zijn.

    Ik vind dit beeld een mooie naam hebben: Sint-Anna-ten-drieën. Samen op de schoot bij Anna: als een miniatuurvolwassene zit Maria op de schoot bij haar moeder Anna. Op haar beurt heeft zij het kindje Jezus op de schoot, die grijpt naar het opengeslagen boek. Het trio zit op een elegant gekruiste vouwstoel (enkel aan de achterkant zichbaar)

    De heilige Anna werd in de vijftiende eeuw een van de bekendste en geliefste heiligen. Als grootmoeder van Jezus dacht men haar bijzondere macht toe als hemelse voorspreekster bij haar kleinzoon. Haar verering nam grootse vormen aan met name in het Rijnland en de Nederlanden. Anna te Drieën wordt ook wel de "aardse Drie-Eenheid" (in het Latijn: "Trinitas Terrestris") genoemd, in tegenstelling tot de "goddelijke Drie-Eenheid" ("Trinitas Caelestis"). Na het concilie van Trente (1545-1563) wordt deze titel echter steeds meer gereserveerd voor de Heilige Familie (Jezus, Maria en Jozef).