1177 keer bekeken

Maart - Très Riches Heures du duc de Berry

  • dinsdag 03 maart 2015 @ 16:59
    #3
    reactie op (#2) bernard-de-clairvaux

    Prachtig trouwens dat we kunnen uitzien naar een expositie over het gebedenboek van hertogin Maria van Gelre.

    onderschrift.jpg

  • zondag 01 maart 2015 @ 20:57
    #2
    reactie op (#1) Calamandja
    Leuk toeval. Op zaterdag 28 maart is er een symposium over de oom van de Limburgs, Jan Maelwael. Locatie: Valkhof Museum. Tot mijn gruwelijke spijt kan ik er niet heen, omdat mijn Ega dan al een uitje heeft. Erg jammer dat deze bijeenkomst zo laat wordt aangekondigd.
  • zondag 01 maart 2015 @ 19:57
    #1

    Les_Tr%C3%A8s_Riches_Heures_du_duc_de_Be


    De maand maart is gestart en prijkt ook op de clubhome. Het betreft een detail uit één van de bekende miniaturen uit het zeer rijk verluchte getijdenboek van de hertog van Berry beter gekend onder zijn franse naam "Les Très Riches Heures du Duc de Berry". Het boekwerk werd rond 1410 door hertog Jan van Berry en gedeeltelijk vervaardigd door de befaamde miniatuurschilders de gebroeders Van Limburg.


    Deze afbeelding toont het werk op het veld tegen de achtergrond van het kasteel van Lusignan in Poitou. Het kasteel van Lusignan was vanaf 1374 als leen in bezit van Jean de Berry en het was tot aan zijn dood een van zijn geliefde verblijfplaatsen.


    Rechtsboven het kasteel zweeft de fee Mélusine, de beschermvrouwe van het kasteel. Het verhaal van Mélusine was bekend uit uit de roman ‘La noble histoire de Lusignan’ van Jean d’Arras geschreven voor Jean de France duc de Berry in 1393, waarin men hem opvoert als de rechtmatige erfgenaam van het kasteel dat door de fee gebouwd werd. uitLinksboven zijn een herder en zijn hond met een kudde schapen te zien; drie boeren werken in een wijngaard. Op de kruising van de veldwegen zien we een 'Montjoie' die misschien als grenspaal van het domein kan geïnterpreteerd worden. Op de voorgrond is een boer aan het ploegen achter twee ossen, een rood-gekleurd, de andere zwart. De afbeelding van de ploeg is tot in detail uitgevoerd.


    Deze miniatuur is volgens sommigen niet (volledig) van de hand van de gebroeders van Limburg, maar wel van de zogenaamde tussenschilder die aan het handschrift werkte omstreeks 1440-1450. Het is een van de eerste miniaturen waarop schaduwen (van de ossen en de boer) worden afgebeeld.  Giotto en Pietro Lorenzetti hadden dit in de dertiende eeuw ook al gedaan maar eerder voor gebouwen en rotspartijen. De artiest die deze miniatuur maakte is de eerste die het schilderen van schaduw zo duidelijk en correct toepast op personen in de miniatuurschildering. Het gebruik van schaduw is trouwens ook te zien op de miniatuur van de maand oktober en dit pleit voor de identificatie van deze tussenschilder als Barthélemy d'Eyck, die ook in met zekerheid aan hem toegeschreven werken een meester was in het weergeven van schaduw.


    Elke illustratie in de kalender wordt bekroond door een hemelboog met in het centrum een 'zonnewagen' een afbeelding van de god Helios die met zijn vurige wagen dagelijks de zon langs de hemel voerde. De zonnewagen is gebaseerd op een medaille uit de collectie van Jean de Berry, die de intocht van keizer Heraclius in Jeruzalem afbeeldde.


    De 'hemelboog' aan de bovenzijde bevat vooral astrologische informatie.  De binnenste vier bogen bieden de mogelijkheid te berekenen op welke datum van een bepaald jaar de eerste nieuwe maan zal verschijnen. In de binnenste boog worden in arabische cijfers de 31 dagen van maart opgesomd. In de tweede boog vind je 19 verschillende letters met daarboven een gouden maansikkel. Elk jaar heeft een eigen letter (of cijfer) en als je die letter kent, kun je ook zien wanneer de nieuwe maan verschijnt. Als de jaarletter bijvoorbeeld een a is, dan verschijnt de eerste nieuwe maan op 19 maart. In de derde boog wordt dat dus geïllustreerd met een nieuwe maan bij elk van die letters. In de vierde boog wordt het nog eens in het Latijn uitgelegd: primationes lune mensis marcii, dies xxxi. Dat betekent: de eerste nieuwe manen van de maand maart, die 31 dagen telt. De tabel in boogvorm stelde de lezer dus in staat om te bepalen op welke dag van de maand de nieuwe maan moest verschijnen in functie van het gecorrigeerde gouden nummer van het jaar. Het enige kerkelijke aspekt van deze tabel is dat ze kon gebruikt worden voor het berekenen van de paasdatum die afhankelijk is van de maanstand, Pasen wordt in principe gevierd op de eerste zondag na de eerste volle maan in de lente (om exact te zijn na 21 maart).


     Dan volgt een geïllustreerde boog waarin de tekens van de dierenriem zijn afgebeeld, met links het dierenriemteken van het begin van de maand en rechts dat van het einde van de maand, en met daarboven een Latijnse tekst.  Voor maart zijn dat Vissen en Ram. In de twee buitenste ringen wordt dan beschreven dat de zon in de maand maart de laatste graden van het sterrenbeeld Vissen doorloopt (in het Latijn finis graduum piscium) en de eerste twintig graden van het sterrenbeeld Ram (initium arietis gradus xx).  


    De binnenste en de buitenste getallenboog geven dus de overeenkomst tussen het verloop van de maand en de progressie van de Zon door de sterrenbeelden. Het getal dat achter de tweede tekst staat geeft aan hoeveel booggraden de zon in dit sterrenbeeld doorloopt gedurende de gegeven maand. De hemisferen boven de miniaturen werden zeer waarschijnlijk allemaal geschilderd door de gebroeders van Limburg.