780 keer bekeken

Weekend Hildesheim und Umgebung

  • maandag 12 oktober 2015 @ 02:04
    #3
    reactie op (#2) bernard-de-clairvaux

    Mooi, ben tot in de crypte geraakt. Eigenlijk hoef je zo je huis niet meer uit. Jammer wat die oorlog allemaal aan Duits erfgoed kapot heeft gemaakt. Er zijn erger dingen natuurlijk.

    Gewijzigd op 2015-10-12 02:04:44
  • zondag 11 oktober 2015 @ 22:13
    #2
    reactie op (#1) bernard-de-clairvaux
  • woensdag 07 oktober 2015 @ 11:15
    #1

    Dit weekend stond weer eens een paar dagen Duitsland op het programma. Deze zomer was het vaak te heet voor historische uitspattingen, dus ik had toestemming voor een extra uitje. Facebook-vrienden hebben al de nodige foto’s gezien, maar vanzelfsprekend wil ik ook even tekstueel verslag doen. Hoofddoel was Hildesheim, waar na jaren eindelijk de belangrijkste romaanse monumenten zijn gerestaureerd. Ze horen inmiddels tot ‘Weltkulturerbe’ en daar wordt qua marketing erg veel werk van gemaakt. Overigens is er in de regio ook ander werelderfgoed te zien en zodoende was onze eerste tussenstop de Bauhausfabriek van Fagus in Alfeld. Dit gebouw is in de jaren 20 ontworpen door Walter Gropius. De opdrachtgever was een vooruitstrevende industrieel met een sociaal hart…die bestonden toen nog.

     

    Zaterdag hebben we de hele dag besteed aan de kerken en musea van Hildesheim. De binnenstad zelf is helaas in de 2de wereldoorlog compleet verwoest (10 dagen voor capitulatie) en ook de Dom en de Michaelskirche hebben zeer zwaar geleden. Je bezoekt dus gedeeltelijke reconstructies, maar gelukkig zijn veel kunstwerken op tijd in veiligheid gebracht, zodat de kerkinterieurs nog erg authentiek zijn. Beide kerken zijn natuurlijk iconen die in alle boeken voorkomen, maar toch raak je onder de indruk van hetgeen je nog meer te zien krijgt. Het gaat niet zozeer om de omvang alswel om de indruk van een ‘Gesammtkunstwerk’. Want dat was de bedoeling van de betreffende bisschoppen: een statement plaatsen van religieuze en wereldse allure. Hoofdrolspeler in Hildesheim was bisschop Bernward. Hij was niet alleen de opdrachtgever van de beroemde bronzen deuren, maar liet ook alle dakpannen van de dom bestempelen met zijn naam… Dan heb je wel kapsones, zou ik zeggen.

     

    De Michaelskerk werd door hem gesticht als zijn grafkerk en was onderdeel van een klooster. De kerk is op zich niet extreem groot, maar door deze strategische ligging op eenhuevel wint hij aan grandeur. Binnen valt de uitgebalanceerde maatvoering op, waardoor de ruimtelijkheid alleen maar toeneemt. De beroemde roodwitte boogvormen kennen we natuurlijk van foto’s, maar de ritmiek bij directe waarneming is veel indrukwekkender. Het meest beroemd is het houten plafond van rond 1200 met daarop een schildering van de boom van Jesse. Deze is absoluut bijzonder, maar in de loop der eeuwen zovaak bijgewerkt, dat het toch een beetje schematisch wordt. Dat kan ook niet anders, maar de totaalervaring maakt alles meer dan goed. Meest verrassend voor mij waren de vrouwenfiguren die boven de pilaren stonden en een tekstvaan droegen, waar oorspronkelijk de kardinale deugden op waren geschreven.

     

    Na deze topper, was onze volgende halte de domkerk. Vanwege een orgelconcert moesten we ons heil eerst nog even zoeken in het vernieuwde Dommuseum, maar dat was vanzelfsprekend geen straf. De collectie is helemaal top en de combinatie van oude en nieuwe architectuur, maakt het een spannend geheel. In de museumshop kocht ik een mooi boek (ja, in de aanbieding) over de bronsgieterij in middeleeuws Hildesheim. Haar ligging nabij de ertsmijnen van de Harz maakte de stad al vroeg tot een centrum van metaalambacht. De dom bevat daarvan 2 wereldberoemde voorbeelden en daar valt je mond echt open. De Bernward-deuren zijn rond 1030 gegoten en combineert taferelen over Adam en Eva (linkerdeur) met het leven van Christus (rechterdeur). De scenes zijn mooie combinaties van 2- en 3 dimensionale figuren, waardoor een bijna moderne levendigheid ontstaat. Erg indrukwekkend.

     

    Dat geldt ook voor de Christuszuil, een bronzen kolom die ook in opdracht van bisschop Bernward werd gegoten. Deze stond oorspronkelijk in de Michaelskerk en sommige onderzoekers vermoeden dat ook de bronzen deuren daar ooit voor bedoeld waren. Natuurlijk is de Domkerk ook beroemd vanwege de 2 romaanse ‘Radleuchter’ die daar hangen. Vanuit mijn hobbyproject heb ik natuurlijk een warme belangstelling voor deze kroonluchters. Ze zijn geweldig, en voor zover je de iconografie kan zien, verwijst het allemaal naar het hemelse jeruzalem. De extra dimensie van de Zutphense kaarsenkroon missen ze, omdat die symboliek pas later is ontstaan. Romaans Hildesheim stelde me dus niet teleur en sterker nog: het is een verplicht reisdoel voor elke liefhebber van de middeleeuwen. Na deze romaanse toppers maakten we een stadswandeling langs een aantal gotische kerken, die na de oorlog echter in sobere vorm zijn herbouwd. Ze hebben ook geen origineel interieur meer, waardoor de ervaring letterlijk en figuurlijk een beetje ‘leeg’ bleef.

     

    Uitswinger van de dag was het Roemer-Pelizeaus Museum, met een overzichtstentoonstelling over Hildesheim in de Middeleeuwen. Zo’n beetje alle dingen die ons gedurende de dag opvielen, werden daar prettig toegelicht. Vaak met recente archeologische vondsten. Het museum had echter ook een andere verrassing in petto: een schitterende collectie Egyptische kunst van de eerste Pharao’s tot de vroegchristelijke Kopten. Leuk om even uit de middeleeuwen te stappen, maar daarbij hielp ook een Weissenbier op het terras.

     

    Zondag stond nog een zware dag op het programma. Dit soort trips doe ik heus niet alleen voor de lol, soms moet je ook gewoon hard werken om het tot een goed einde te brengen. Hannover is een uiterst degelijke, of beter saaie stad, maarja: er zijn 3 belangrijke musea gevestigd, die toch echt een keer bezocht moesten worden. Als eerste liepen we het Sprengel Museum binnen, dat helemaal is gewijd aan moderne en hedendaagse kunst. Dat hadden we namelijk nog niet gehad! Vanwege een recente uitbreiding heeft men eindelijk genoeg ruimte voor de (schitterende) eigen collectie en voor tijdelijke tentoonstelling over actuele kunst. Prima museum, met name ook de tentoonstelling over affichekunst tussen 1900-1940 vond ik erg mooi. Volgende halte was het Landesmuseum Niedersachsen, waar geschiedenis en archeologie van dit bundesland wordt getoond. Daarnaast beschikt het (natuurlijk) over een mooie kunstcollectie van middeleeuwen, renaissance, barok tot ca. 1900. Door de variatie in de collectie, raak je als bezoeker niet snel verzadigd.

     

    Dat geldt zeker voor het laatste museum dat we bezochten. Het Kestner-museum voor toegepaste kunsten. Dit was toch wel de verrassing van de dag. Het museum toont allerlei kunstnijverheid en design van de middeleeuwen tot nu…en heeft daarnaast ook nog een mooie collectie Egyptische, Griekse, Etruskische en Romeinse kunst. Natuurlijk hadden vooral de middeleeuwen mijn aandacht, maar ook mooi: een jaren-60 platenspeler van Braun of een oranje plastic stoel uit de jaren 70. Zo ontsnap je prettig aan de hokjesgeest!

     

    Om 16 uur sprongen we in de auto om filevrij weer op de Nederlandse grens af te stormen. We namen nog snel de afslag Oldenzaal voor een snel menuutje en arriveerden om 20.30 uur weer voor de Zutphense poort. Het was weer een geslaagd avontuur!

     

    Gewijzigd op 2017-01-03 00:48:50