1213 keer bekeken

De middeleeuwse ideeënwereld

  • donderdag 18 mei 2017 @ 00:02
    #12
    reactie op (#8) antonius_

    Dat vind je ook terug in de boeken van Hildegard van Bingen , die trouwens over die engelenorden heel mooie miniaturen heeft laten maken. Maar niet in de vorm van drie maal drie maar in 2 - 5 - 2

    De hemelse Stem deelde het volgende mee aan Hildegard van Bingen: ”De almachtige, onuitsprekelijke God, die voor alle tijden bestond en geen aanvang heeft gekend en nooit zal ophouden te zijn, heeft ieder schepsel naar zijn wil wonderbaar in het leven geroepen en een opdracht gegeven. De een heeft Hij de aarde, de ander de hemel toegewezen en zo heeft Hij de engelen tot heil van de mens en tot eer van Zijn Naam geschapen. Sommigen der engelen  heeft hij opgedragen de mensen in hun nood te helpen en anderen om de oordelen van Zijn geheime raadsbesluiten te openbaren”.

    Deze laatste taken hebben betrekking op de buitenste twee van de negen concentrisch opgestelde rangen rondom het witte middelpunt: God. God is Licht en wordt nooit afgebeeld.
    Direct rondom het witte middelpunt bevinden zich de twee rangen van de Serafijnen en de Cherubijnen van een rode kleur, des te vuriger naarmate zij de puur blanke Drievuldigheid meer nabij zijn. Dan komen er vijf koren waarvan het getal vijf volgens Hildegard ons herinnert aan de vijf wonden des Heren. Eerst de Tronen, die stralen als de dageraad. Dan komen de Heerschappijen met helmen van ijzer en tunieken van marmerkleur. De volgende rij zijn de Vorstendommen, wier gelaat marmerkleurig is, hun tunika’s worden gevormd door zilverkleurige wolken. Beide rijen hebben betrekking op hen die in gezag gesteld staan en namens God en de Mensenzoon regeren. Het blauw van de Heerschappijen en Vorstendommen herhaalt zich nog een keer in de rij van de Krachten ofwel Deugden, die ermee belast zijn de zielen te helpen torens te bouwen van deugd en die de helderheid van de innerlijke gloed der gelovigen weerspiegelen en daarom klederen van zilver dragen.
    Deze zeven koren der engelen worden omsloten door nog twee rijen en wel die van de Aartsengelen en de Engelen. De eersten dragen op hun borst de afbeelding van Gods Zoon, want zij waren de boodschappers die het geheim van Gods raadsbesluit omtrent de Menswording mochten voorbereiden. Als boodschappers dragen zij allen vleugels, evenals de buitenste rij van de engelen die ons mensen het meest nabij staan. Hun wangen zijn rood van ijver om de Wil Gods omtrent ieder van de mensen te volbrengen en onze goede werken bij de Heer te melden.

    De negen koren zijn dus verdeeld in twee, vijf en nog eens twee concentrische cirkels (wat dus afwijkt van de klassieke drie maal drie). De twee rijen die onmiddellijk rondom het middelpunt van het Licht of God liggen, openbaren door hun vuurrode liefde de grootheid en het wezen van God de Vader. De middelste vijf wijzen ons op de tweede Persoon, de Zoon die mens is geworden. De buitenste twee rijen gevleugelde engelen wijzen ons op het werken van de H. Geest. 

     

    In de cursus iconografie die ik gevolgd had, sprak de docent van hoe dichter bij het licht, hoe meer vleugels, twee om te vliegen, twee om voor de ogen te houden, twee om voor de voetjes te houden om niet door het licht verblind te worden... En dan heb je ook nog het aantal ogen op de vleugels, maar dat leidt ons te ver.

  • donderdag 11 mei 2017 @ 13:56
    #11
    reactie op (#10) antonius_

    De Hemelse Hiërarchie van Dionysius de Areopagiet is een uiterst nauwgezette vertaling en studie van een zekere Árpád P. Orbán.

    Twee dingen storen me echter een beetje: ten eerste de bijna duizend 'noten' die achteraan het boek staan, waardoor meer dan 1/3 van het boek uit die 'noten' bestaat; en ten tweede dat er geen enkele, maar dan ook geen enkele, engelennaam vermeld wordt.

    Wel wordt er gesproken over een grote hoeveelheid engelennamen, en ook dat bijvoorbeeld alle namen van de aarstengelen beginnen met de Griekse letters alfa, ro, en chi.  Als lezer krijg je hier echter bovendien wel de indruk dat er veel meer aartsengelen moeten zijn dan de vier bijbelse, ook al wordt er geen aantal gegeven.  In de Henochiaanse traditie is er zelfs sprake van 64 aartsengelen!

    Het is dus geen gemakkelijk boek, maar wel een razend interessant stukje kerkgeschiedenis.

    marc

  • dinsdag 09 mei 2017 @ 19:07
    #10
    reactie op (#9) penrose

    Ik ben benieuwd en zie uit naar jouw bevindingen over het werk van Dionysius,

    met groeten,

    onderschrift.jpg

  • dinsdag 09 mei 2017 @ 08:54
    #9
    reactie op (#8) antonius_

    Bedankt Antonius!

    Heb het boek besteld van 2016: een nieuwe Nederlandse vertaling van de hemelse hiërarchie volgens Dionysius.

  • maandag 08 mei 2017 @ 21:17
    #8
    reactie op (#7) penrose

    Iets over de demonen en engelen en enige opvattingen daaromtrent.

    * In grote lijnen volgen Bernardus , Bonaventure e.a. het Engelentraktaat (over de hemelsche hierarchie) van Pseudo-Dionysius, waarbij de engelen worden ingedeeld in drie triaden die elk drie koren kennen. De hoogste zijn de Serafijnen (zij zijn de enige die contact hebben onderhouden met God), daarop volgend de Cherubijnen, die we beide kennen nog uit het Salve Regina. De laagste zijn de Engelen (de groep die exclusief het contact met de mens onderhouden).

    De Engelencultus wordt uitdrukkelijk niet bevorderd: ze past niet in het monotheistisch godsbeeld. Met heiligen had men minder moeite: die waren per slot slechts (bijzondere) mensen (geweest).

    * alle bijbelse demonen, duivels of het nu woestijnwezens, pestverwekkers, verleiders, veroorzakers van geestziekten waren werden onder een noemer gebracht: die van de "gevallen engelen". Ook de heidense afgoden werden onder die categorie ondergebracht.

    * Bonaventura bespreekt de engelenval dat in wezen een uitgewerkt commentaar is van de hoogmoedspassage van Jesaja 14: 11-15. De profeet spreekt daar van de morgenster (Lucifer) die zijn troon boven de sterren van God wilde plaatsen en aan de hoogste gelijk wilde zijn. Uiteindelijk stortte hij echter neer op de aarde en zelfs tot in de onderwereld. Het is ook daar waar de middeleeuwse mens de demonen (gevallen engelen) zoeken: onder de aarde en in de luchtlagen vlak erboven. Het moment van de rebellie werd voor de schepping van de mens gesitueerd. Dat maakte het mogelijk de verleiding van Eva op het conto van de duivel te schrijven.

    met groeten,

    onderschrift.jpg

  • maandag 08 mei 2017 @ 09:22
    #7
    reactie op (#5) antonius_

    Kan je iets meer vertellen over je laatste punt: die "plaats" van de engelen en demonen?...

    Dank bij voorbaat,

    marc

  • zondag 07 mei 2017 @ 16:59
    #6
    reactie op (#5) antonius_

    bedankt voor deze beschrijving, je wekt het verlangen op om dit boek te lezen. Ik ben nu begonnen met de boeken te lezen die ik bewaard heb voor mijn pensioen, en blij dat ikben dat ik die boeken toen gekocht heb, anders zou ik dat allemaal vergeten zijn. Nu probeer ik tussen andere boeken eindelijk eens Gods filosofen te lezen, en inderdaad de dondekre middeleeuwen, daar is niets van aan. Euh, toch wel een beetje, voor mij is dat de periode dat de Grieken volledig verdwenen waren, en die gelukkig via de Islam (een eerste stap was de herovering van Toldeod met zijn belangirjke bibliotheek) terug bij ons gekomen zijn en van dan af en eboost gegeven hebben aan de ontwikkeling van de "natuurfilosofie" of wat wij nu wetenschap noemen, althans dat leer ik uit Gods filosofen. Maar die definitie van "donkerte" is wel een persoonlijke definitie...

  • zondag 07 mei 2017 @ 14:53
    #5
    reactie op (#4) bernard-de-clairvaux

    Waarde mediavisten,

    Ik ben er doorheen; wat later aan begonnen dan beoogd, maar het is zover: ik ben verrijkt.

    Voor iemand voor wie filosofie en theologie geen dagelijkse kost is een pittig boek; ik moest soms

    halve pagina's omslaan om toch bij de les te blijven. Maar voor een Bouwer eigenlijk een must.

    * Burckhardt - met zijn "donkere middeleeuwen"- wordt met de vloer gelijk gemaakt; je gaat er opgelucht van ademen.

    * de middeleeuwen duren voort tot de industriele revolutie, pas dan verandert de maatschappij ingrijpend: de renaissance is

    slechts een rimpel in het spel van de tijd.

    * de revolutie van de Investituur (scheiding van kerkelijke en wereldlijke macht) heeft meer impact gehad dan de Verlichting en de Franse revolutie (ik denk dat dit waar is).

    * de God van het laatste oordeel en de Christus in majesteit uit de timpanen van de romaanse kerken worden getransformeerd tot de lijdende, menselijke Christus in de gotiek.

    * in kathedraal en in gebed gebruikt men bewust de techniek van Goddelijke presentie en absentie: je voelt bijna dat God aanwezig is.

    * Teksten zijn niet meer (alleen) informatief of beschrijvend van aard, maar hebben een performatief karakter: ze wekken de geest van de lezer op. Bernardus was hierin de absolute grootheid (groter dan Bach in de muziek) en gebruikte heel bewust de techniek van Goddelijke presentie en absentie.

    * drie dingen nog:

    - Synode van Atrecht 1025: beeld is hulpmiddel bij en tot devotie. Voorstelling versus tegenwoordigstelling; Beeld versus beeldervaring.

    Heilige beelden hebben dus niets van heidense afgoderij.

    - 4e Lateraans concilie (Innocentius III): in eucharistie geen herdenking van Christus dood en verrijzenis, maar een tegenwoordigstelling: de reele verandering van brood en wijn in Lichaam en Bloed van Christus. Het grote dispuut met de katharen en de Reformartie.

    - een pracht beschrijving van de plaats van de engelen en demonen.

    Met groeten,

     

     

     

    onderschrift.jpg

  • vrijdag 30 september 2016 @ 09:35
    #4
    reactie op (#3) antonius_

    benieuwd naar je leeservaring!

  • vrijdag 30 september 2016 @ 00:16
    #3
    reactie op (#2) Calamandja

    Ja, dat is h'm. 

    onderschrift.jpg