846 keer bekeken

Herinneringen aan Umbrië

  • zaterdag 12 augustus 2017 @ 11:36
    #4
    reactie op (#3) bernard-de-clairvaux

    REISVERSLAG UMBRIË MET FOTO'S.

    Ik zit nog een beetje in de gewenning na een mooie, gezellige, maar ook wel intensieve vakantie in Umbrië. In het kader van het verwerkingsproces type ik dus dit reisverslag. Onze vakantie begon met een voorspoedige eerste reisdag naar Trento, waar we een tussenovernachting hadden geboekt in een modern appartementencomplex aan de rand van de binnenstad. We kenden het nog van vorig jaar en we hadden grootse plannen voor een eerste aperol-spritz op het Domplein. De warmte hield ons echter toch wat dichter bij de airco van ons appartement. We bezochten de volgende ochtend nog wel een bisschoppelijk paleis, dat wordt gebruikt voor tijdelijke (foto)tentoonstellingen. Dit maal over flora en fauna in de Dolomieten. Daarna moesten we door kachelen naar Arezzo. Hoofddoel was Fattoria La Vialla, een biologische boerderij die haar producten vooral online verkoopt in NL en Duitsland. We hadden daar voor vrijdag een lunch gereserveerd en dat pakte geweldig uit. Overigens zaten we vooral tussen de Nederlanders en Belgen. Italianen komen en kopen er niet, aldus de uitbaatster van onze agriturismo aldaar. Op Zaterdag konden we pas om 16 uur arriveren bij ons hoofdadres bij Montefalco. Een ideaal excuus om Arezzo nog eens in te lopen. Jaren geleden zag ik daar de fresco’s van Piero dela Fransesca maar sindsdien is mijn interesse alleen maar toegenomen. Volgens de website kun je de kerk tegenwoordig alleen maar binnen met een online ticket, maar dat bleek erg mee te vallen. Sterker nog, het hele systeem van ‘time slots’ werd niet eens gehanteerd omdat het zo rustig was. Heerlijk dus. Het enige onrustbarende was dat mijn dames intussen aan het shoppen waren…wat zouden ze allemaal uitgeven? Die onzekerheid zou mij deze vakantie nog vaker bekruipen…;-).

    Na een prettige ritje van anderhalf uur en een efficiënt bezoek aan een supermarkt stonden we stipt om 16 uur bij ons adres, Casale Satriano. Heerlijk gelegen tussen de wijngaarden en olijfbomen, 3 km buiten Montefalco. Vanzelfsprekend hadden we zondag betiteld als rustdag en het zwembad was meteen goedgekeurd door onze meiden. De overige gasten waren allemaal italianen, die zich niet zovaak aan zwembad lieten zien. Onze directe buurman bleek een archeoloog uit Rome, die goed Frans sprak. Met hem heb ik dus regelmatig een babbeltje kunnen maken en ik kreeg zelfs een boekje van hem, dat hij heeft geschreven over Romeinse munten. Onze eerste verkenning richtte zich natuurlijk op ons eigen stadje Montefalco. Een charmant stadje, gelegen op een heuvel. Maar die zijn er natuurlijk meer. Mijn interesse ging vooral uit naar het Museum in het voormalige Franciscusklooster, dat helemaal volhangt met fresco’s. De apsis bevat een hele cyclus van Benozzo Gozoli, vanzelfsprekend over het leven van Franciscus. Het is fantastisch om zo’n originele plek te kunnen bezoeken.

    foto van Hans Busio.

    Intussen was het weer wat onbestendig geworden en hadden we zelfs af en toe een regen- en onweersbui. De weersverwachtingen voorspelden echter temperaturen tot 40 graden, dus genoten we nog even van de koelte. Een dag later stond Bevagna op het programma, 7km van onze hut, dus geen echt zware expeditie. In tegenstelling tot andere stadjes troffen we daar geen renaissancekunst aan. Hoofdattractie vormden 2 romaanse kerken aan het centrale plein. Beiden sober en met een donkere, mystieke crypte. De kinderen vonden het maar niks. Omdat het weer nog niet super was, reden we onder donkere luchten door naar Foligno. Een industriestad die niet uitgebreid wordt besproken in de reisgidsen, maar online was mijn oog gevallen op het Palazzo Trinci. Dit middeleeuwse stadspaleis bevat een aantal interessante (wereldse) frescocycli en dat bleek een schot in de roos. We dwaalden als enige bezoekers door het immense complex en met name het trappenhuis deed denken aan een soort Esscher-tekening. De familie Trinci bestuurde namens de Pausen gedurende een eeuw de regio tussen Assisi en Spoleto en vanzelfsprekend hoorde daar de juiste status bij.

    foto van Hans Busio.

    Op de terugrit naar ons appartement raakte de thermometer de 15 graden….de week daarna zou het heel anders zijn. Op donderdag reden we naar Spoleto. In eerste instantie lijkt het een beetje rommelig tegen een heuvel te zijn gekwakt, maar dwalend door de steegjes krijg je al gauw ‘gevoel’ bij die sfeer. De Duomo is overigens een renaissanceparel met schittende fresco’s van Perugino en Fra Lippo Lippi. Ook de kerkvloer was bijzonder vormgegeven in ‘cosmatisch’ mozaiek. Voor mij was het hoofddoel echter de ‘Rocca’ het kasteel boven de stad. De laatste jaren is het ingericht als historisch museum, met archeologische vondsten, beeldhouwfragmenten, fresco’s en schilderijen uit de regio. Ook hier was een zaal ingericht met wereldse schilderingen geïnspireerd door hoofse gedichten.

    foto van Hans Busio.

    In onze tweede week ben ik nog een ochtend teruggereden naar Spoleto om het archeologisch museum en het bisschoppelijk museum te checken. Ik werd met name verrast door een indrukwekkende romaanse kruisafneming, die afkomstig was uit een onooglijk klein kerkje ergens in de regio. Dan bekruipt je pas echt het middeleeuwse gevoel. Mijn privérondje door Spoleto was overigens ook gericht op het Longobardisch erfgoed van de stad, waarmee men zelfs Unesco-status heeft bereikt. Dit bleek echter een aanfluiting omdat zo’n beetje alle locaties dicht waren. De bezoektijden en adressen op de betreffende websites klopten gewoon niet. Het bood me wel de mogelijkheid om een paleis te bezoeken dat oorspronkelijk niet op de planning stond…je moet tenslotte kunnen improviseren.

    Cultureel hoofddoel van de vakantie was natuurlijk Assisi en ik had zelfs het plan om een extra dag te besteden aan het ‘heilig landschap’ rond deze stad. Sinds kerstmis had ik me immers helemaal ingelezen, of beter ‘ingevreten’, in de geschiedenis van Franciscus. Op zaterdag trokken we er heen, om de grote toeristenstromen te ontwijken. Op deze ‘reisdag’ zijn veel mensen immers onderweg van of naar hun vakantieadres. We reden inderdaad een prettig lege parkeergarage in en konden vrij gemakkelijk door de middeleeuwse stad naar de basiliek van Fransiscus wandelen. Hoewel het niet druk was, of misschien juist daardoor, viel de kermisachtige commercie extra op. Assisi profileert zich graag als een culturele hotspot, maar we kregen een onaangenaam gevoel bij het oppervlakkige opportunisme dat de winkeltjes en horeca uitstraalden. Die kermis is natuurlijk in de middeleeuwen al begonnen, dus zo kun je overal een historische draai aan geven. De rust in en om de basiliek viel daarom extra op. Ik had me voorbereid op busladingen toeristen en Oost-Europese devoten, maar het viel 100% mee. Er was voldoende ruimte om alles goed te bekijken en ook de organisatie was keurig. Geen kwezelige religieuze toestanden, maar eerder een museale sfeer en ook goede informatiepanelen. Prima geregeld, overigens ook de (militaire) beveiliging. Op dit soort plekken ontkom je niet aan controles, maar dat verliep heel efficiënt. Na Franciscus bezochten we nog even de kerk van zijn vriendin Clara, maar toen hadden we het wel gehad met het sfeertje in Assisi. Ik ben later ook niet teruggekeerd. Het leeswerk vond ik leuk en interessant, maar een dagdeel Assisi is echt genoeg.

    Intussen waren de temperaturen gearriveerd op de beloofde 40 graden en merkten we, dat dit toch wel effect had op onze energie en ambities. Het koelde ’s avond ook niet af, dus ‘borreltijd’ werd ook danig ingekort. Gelukkig bevonden onze slaapkamers zich op de begane grond onder andere verdiepingen waardoor we in relatieve koelte konden slapen. Overdag werd onze actieradius echter wat minder, maar het zwembad bood natuurlijk uitkomst. We deden natuurlijk ook een wijnproeverij bij onze wijnboer. Lekker enne… ook airco;-). Overigens kregen we gedurende ons verblijf ook een goed beeld bij de werkzaamheden die plaats vinden in en om de wijngaarden. Dat is niet alleen romantiek, maar af en toe ook behoorlijk lawaaiig als er tractoren en bulldozers aan te pas komen. Maarja, daarvoor heb je een agriturismo uitgekozen, zei mijn vriendin dan. Daarin moest ik haar dan gelijk geven.

    Voor de ontspanning had ik natuurlijk genoeg leesvoer meegenomen en naast diverse kunstboeken, raakte ik vooral geïnspireerd door het boek ‘Shopping in the Renaissance’. Ja, dat boek gaat dus echt over markten, winkels, kopen van voedsel en luxeproducten, wetten en handhaving in Italiaanse renaissancesteden. De onderwerpen sloten fantastisch aan bij de dingen die we zagen bij onze uitstapjes. Zo vielen mij ineens de standaardmaten voor stenen en dakpannen op, die her en der zijn gebeiteld in de muren van palazzo’s of kerken. Ook originele winkelpuien zijn nog te herkennen, bijvoorbeeld in het straatbeeld van Spoleto. Ondanks mijn strakke voorbereiding, waren er dus toch prettige historische verrassingen.

    Ondanks de warmte bezochten nog wel het pittoreske Spello, met schitterende fresco’s van Pinturicchio en later in de week reden we naar Todi. Die airco in de auto is dan ineens een bonus. Dit stadje ligt echt schitterend op een rotsklomp en bezit naast een romaanse duomo een aantal stoere palazzi, gelegen aan het centrale plein. Vanzelfsprekend hebben we een aantal keer gegeten in ‘ons’ Montefalco en ik kon het niet laten om zelf nog een keer het klooster in te lopen. Vorig jaar reden we nog wat weemoedig weg uit Toscane, maar gezien de hitte vonden we het niet erg om na 2 weken uit Umbrië te moeten vertrekken.

    We kenden inmiddels de zaterdagse drukte, dus hadden we al eerder besloten een tussenstop te maken in Modena. Zodoende konden de files lekker oplossen, terwijl wij de stad verkenden. Eerste halte was de Galleria Estense… we waren de enige bezoekers. De familie Este heersten oorspronkelijk vanuit Ferrara en hadden ook Modena ingepalmd. Toen de mannelijke lijn uitstierf moesten zij Ferrara weer afstaan aan de Paus, maar konden ze Modena behouden. Zoals zoveel Italiaanse vorstendommetjes kwamen ze onder Habsburgse invloed, maar hun verzamelwoede heeft er niet onder geleden. We werden ondergedompeld in een mooie collectie renaissance en barokkunst, met veel onbekende namen. Kunstnijverheid, antieke beelden en muziekinstrumenten droegen bij aan de pracht en praal. De Este’s hebben hun langzame teloorgang in grote stijl vormgegeven.

    De rest van Modena bleek verder ook behoorlijk uitgestorven. Toch waren de winkels open zodat de dames lekker in de airco konden shoppen (dat vond ik intussen niet meer erg!) en ik de stad verder kon uitpluizen. Hoofdattractie is zonder meer de romaanse dom. Niet zo groot, maar vol met romaans beeldhouwwerk en schitterend gerestaureerd. Wat verder opvalt in de stad: de vele straten met galerijen. Bij elkaar moeten het echt kilometers zijn. Je kunt bijna helemaal overdekt de stad doorkruisen en dat was bij 40 graden wel heel prettig. Het Palazzo Estense is een overdonderend barokcomplex dat je helaas niet kan bezoeken.

    Om 16 uur reden we de stad uit en op Google Maps zag ik dat de files intussen waren opgelost. Erg prettig dat een plan soms goed uitpakt. We reden door naar ons laatste adresje, gelegen in Trentino. Daar waren de temperaturen een stuk aangenamer en werden we zelfs verrast door een verfrissende regenbui: we vonden het echt niet erg! Die zondag was dus een beetje een rustdag, maar we bezochten nog wel het superinteressante Museo Retico, dat zich richt op de regionale archeologie. De Reten waren een aan de Kelten verwant volkje, met een hoge welvaart dankzij hun strategische woonplaatsen langs handelsroutes door diverse Alpendalen en –passen. In hun kunst zijn naast Keltische, ook duidelijke Etruskische invloeden aanwezig. Later kwam het gebied natuurlijk onder Romeinse invloedsfeer en trokken ook de Longobarden en Bajuwaren voorbij. Opvallend zijn ook de restanten van vroegchristelijke kerkjes. Maandag was het weer mooi weer en werd onze ‘actieve dag’. In de ochtend bezochten we via een spannende rotskloof een middeleeuws pelgrimsoord, de Sanctuario San Romedio. Geen zware tocht, dus erg grappig om te zien hoe Italiaanse bezoekers waren uitgedost in de meest professionele outdoor-outfits.  In de middag doorkruisten we een nog nauwere kloof, in diverse ijstijden uitgesleten door gletschers en puin. Door de droogte stond het water niet zo hoog, maar normaal kolkt het riviertje de Novella door deze canyon.

    Na deze korte break in Noord-Italië moesten we op dinsdag toch echt weer naar huis. De reis verliep veilig, maar door de vele baustelles in Duitsland ben je toch all-in 13 uur bezig met 1100 km. Het was echter gezellig en gelukkig niet zo druk bij de diverse stops. Om 22.15 uur parkeerden we de auto weer voor de deur. Het was weer een fantastisch avontuur, maar of we nog een keer die hitte willen meemaken….

    ps ik heb de foto's uit mijn twitteracount gehaald, dus daardoor is niet alles ideaal geschaald. Wel allemaal lees/zichtbaar ;-)

    Gewijzigd op 2017-08-12 11:37:56
  • zaterdag 12 augustus 2017 @ 10:50
    #3
    reactie op (#2) Marjoke

    Ik plak er nog even wat foto's tussen....

    nb: zie nu dat dat niet meer kan.

    Gewijzigd op 2017-08-12 10:54:04
  • zaterdag 12 augustus 2017 @ 09:22
    #2
    reactie op (#1) bernard-de-clairvaux

    Wat een uitgebreid verslag. Dit is eigenlijk ook vakantieleesvoer smiley

    Klik hier om naar de website te gaan
  • vrijdag 11 augustus 2017 @ 13:29
    #1

    Ik zit nog een beetje in de gewenning na een mooie, gezellige, maar ook wel intensieve vakantie in Umbrië. In het kader van het verwerkingsproces type ik dus dit reisverslag. Onze vakantie begon met een voorspoedige eerste reisdag naar Trento, waar we een tussenovernachting hadden geboekt in een modern appartementencomplex aan de rand van de binnenstad. We kenden het nog van vorig jaar en we hadden grootse plannen voor een eerste aperol-spritz op het Domplein. De warmte hield ons echter toch wat dichter bij de airco van ons appartement. We bezochten de volgende ochtend nog wel een bisschoppelijk paleis, dat wordt gebruikt voor tijdelijke (foto)tentoonstellingen. Dit maal over flora en fauna in de Dolomieten. Daarna moesten we door kachelen naar Arezzo. Hoofddoel was Fattoria La Vialla, een biologische boerderij die haar producten vooral online verkoopt in NL en Duitsland. We hadden daar voor vrijdag een lunch gereserveerd en dat pakte geweldig uit. Overigens zaten we vooral tussen de Nederlanders en Belgen. Italianen komen en kopen er niet, aldus de uitbaatster van onze agriturismo aldaar. Op Zaterdag konden we pas om 16 uur arriveren bij ons hoofdadres bij Montefalco. Een ideaal excuus om Arezzo nog eens in te lopen. Jaren geleden zag ik daar de fresco’s van Piero dela Fransesca maar sindsdien is mijn interesse alleen maar toegenomen. Volgens de website kun je de kerk tegenwoordig alleen maar binnen met een online ticket, maar dat bleek erg mee te vallen. Sterker nog, het hele systeem van ‘time slots’ werd niet eens gehanteerd omdat het zo rustig was. Heerlijk dus. Het enige onrustbarende was dat mijn dames intussen aan het shoppen waren…wat zouden ze allemaal uitgeven? Die onzekerheid zou mij deze vakantie nog vaker bekruipen…;-).

    Na een prettige ritje van anderhalf uur en een efficiënt bezoek aan een supermarkt stonden we stipt om 16 uur bij ons adres, Casale Satriano. Heerlijk gelegen tussen de wijngaarden en olijfbomen, 3 km buiten Montefalco. Vanzelfsprekend hadden we zondag betiteld als rustdag en het zwembad was meteen goedgekeurd door onze meiden. De overige gasten waren allemaal italianen, die zich niet zovaak aan zwembad lieten zien. Onze directe buurman bleek een archeoloog uit Rome, die goed Frans sprak. Met hem heb ik dus regelmatig een babbeltje kunnen maken en ik kreeg zelfs een boekje van hem, dat hij heeft geschreven over Romeinse munten. Onze eerste verkenning richtte zich natuurlijk op ons eigen stadje Montefalco. Een charmant stadje, gelegen op een heuvel. Maar die zijn er natuurlijk meer. Mijn interesse ging vooral uit naar het Museum in het voormalige Franciscusklooster, dat helemaal volhangt met fresco’s. De apsis bevat een hele cyclus van Benozzo Gozoli, vanzelfsprekend over het leven van Franciscus. Het is fantastisch om zo’n originele plek te kunnen bezoeken. Intussen was het weer wat onbestendig geworden en hadden we zelfs af en toe een regen- en onweersbui. De weersverwachtingen voorspelden echter temperaturen tot 40 graden, dus genoten we nog even van de koelte. Een dag later stond Bevagna op het programma, 7km van onze hut, dus geen echt zware expeditie. In tegenstelling tot andere stadjes troffen we daar geen renaissancekunst aan. Hoofdattractie vormden 2 romaanse kerken aan het centrale plein. Beiden sober en met een donkere, mystieke crypte. De kinderen vonden het maar niks. Omdat het weer nog niet super was, reden we onder donkere luchten door naar Foligno. Een industriestad die niet uitgebreid wordt besproken in de reisgidsen, maar online was mijn oog gevallen op het Palazzo Trinci. Dit middeleeuwse stadspaleis bevat een aantal interessante (wereldse) frescocycli en dat bleek een schot in de roos. We dwaalden als enige bezoekers door het immense complex en met name het trappenhuis deed denken aan een soort Esscher-tekening. De familie Trinci bestuurde namens de Pausen gedurende een eeuw de regio tussen Assisi en Spoleto en vanzelfsprekend hoorde daar de juiste status bij. Op de terugrit naar ons appartement raakte de thermometer de 15 graden….de week daarna zou het heel anders zijn. Op donderdag reden we naar Spoleto. In eerste instantie lijkt het een beetje rommelig tegen een heuvel te zijn gekwakt, maar dwalend door de steegjes krijg je al gauw ‘gevoel’ bij die sfeer. De Duomo is overigens een renaissanceparel met schittende fresco’s van Perugino en Fra Lippo Lippi. Ook de kerkvloer was bijzonder vormgegeven in ‘cosmatisch’ mozaiek. Voor mij was het hoofddoel echter de ‘Rocca’ het kasteel boven de stad. De laatste jaren is het ingericht als historisch museum, met archeologische vondsten, beeldhouwfragmenten, fresco’s en schilderijen uit de regio. Ook hier was een zaal ingericht met wereldse schilderingen geïnspireerd door hoofse gedichten. In onze tweede week ben ik nog een ochtend teruggereden naar Spoleto om het archeologisch museum en het bisschoppelijk museum te checken. Ik werd met name verrast door een indrukwekkende romaanse kruisafneming, die afkomstig was uit een onooglijk klein kerkje ergens in de regio. Dan bekruipt je pas echt het middeleeuwse gevoel. Mijn privérondje door Spoleto was overigens ook gericht op het Longobardisch erfgoed van de stad, waarmee men zelfs Unesco-status heeft bereikt. Dit bleek echter een aanfluiting omdat zo’n beetje alle locaties dicht waren. De bezoektijden en adressen op de betreffende websites klopten gewoon niet. Het bood me wel de mogelijkheid om een paleis te bezoeken dat oorspronkelijk niet op de planning stond…je moet tenslotte kunnen improviseren.

    Cultureel hoofddoel van de vakantie was natuurlijk Assisi en ik had zelfs het plan om een extra dag te besteden aan het ‘heilig landschap’ rond deze stad. Sinds kerstmis had ik me immers helemaal ingelezen, of beter ‘ingevreten’, in de geschiedenis van Franciscus. Op zaterdag trokken we er heen, om de grote toeristenstromen te ontwijken. Op deze ‘reisdag’ zijn veel mensen immers onderweg van of naar hun vakantieadres. We reden inderdaad een prettig lege parkeergarage in en konden vrij gemakkelijk door de middeleeuwse stad naar de basiliek van Fransiscus wandelen. Hoewel het niet druk was, of misschien juist daardoor, viel de kermisachtige commercie extra op. Assisi profileert zich graag als een culturele hotspot, maar we kregen een onaangenaam gevoel bij het oppervlakkige opportunisme dat de winkeltjes en horeca uitstraalden. Die kermis is natuurlijk in de middeleeuwen al begonnen, dus zo kun je overal een historische draai aan geven. De rust in en om de basiliek viel daarom extra op. Ik had me voorbereid op busladingen toeristen en Oost-Europese devoten, maar het viel 100% mee. Er was voldoende ruimte om alles goed te bekijken en ook de organisatie was keurig. Geen kwezelige religieuze toestanden, maar eerder een museale sfeer en ook goede informatiepanelen. Prima geregeld, overigens ook de (militaire) beveiliging. Op dit soort plekken ontkom je niet aan controles, maar dat verliep heel efficiënt. Na Franciscus bezochten we nog even de kerk van zijn vriendin Clara, maar toen hadden we het wel gehad met het sfeertje in Assisi. Ik ben later ook niet teruggekeerd. Het leeswerk vond ik leuk en interessant, maar een dagdeel Assisi is echt genoeg.

    Intussen waren de temperaturen gearriveerd op de beloofde 40 graden en merkten we, dat dit toch wel effect had op onze energie en ambities. Het koelde ’s avond ook niet af, dus ‘borreltijd’ werd ook danig ingekort. Gelukkig bevonden onze slaapkamers zich op de begane grond onder andere verdiepingen waardoor we in relatieve koelte konden slapen. Overdag werd onze actieradius echter wat minder, maar het zwembad bood natuurlijk uitkomst. We deden natuurlijk ook een wijnproeverij bij onze wijnboer. Lekker enne… ook airco;-). Overigens kregen we gedurende ons verblijf ook een goed beeld bij de werkzaamheden die plaats vinden in en om de wijngaarden. Dat is niet alleen romantiek, maar af en toe ook behoorlijk lawaaiig als er tractoren en bulldozers aan te pas komen. Maarja, daarvoor heb je een agriturismo uitgekozen, zei mijn vriendin dan. Daarin moest ik haar dan gelijk geven.

    Voor de ontspanning had ik natuurlijk genoeg leesvoer meegenomen en naast diverse kunstboeken, raakte ik vooral geïnspireerd door het boek ‘Shopping in the Renaissance’. Ja, dat boek gaat dus echt over markten, winkels, kopen van voedsel en luxeproducten, wetten en handhaving in Italiaanse renaissancesteden. De onderwerpen sloten fantastisch aan bij de dingen die we zagen bij onze uitstapjes. Zo vielen mij ineens de standaardmaten voor stenen en dakpannen op, die her en der zijn gebeiteld in de muren van palazzo’s of kerken. Ook originele winkelpuien zijn nog te herkennen, bijvoorbeeld in het straatbeeld van Spoleto. Ondanks mijn strakke voorbereiding, waren er dus toch prettige historische verrassingen.

    Ondanks de warmte bezochten nog wel het pittoreske Spello, met schitterende fresco’s van Pinturicchio en later in de week reden we naar Todi. Die airco in de auto is dan ineens een bonus. Dit stadje ligt echt schitterend op een rotsklomp en bezit naast een romaanse duomo een aantal stoere palazzi, gelegen aan het centrale plein. Vanzelfsprekend hebben we een aantal keer gegeten in ‘ons’ Montefalco en ik kon het niet laten om zelf nog een keer het klooster in te lopen. Vorig jaar reden we nog wat weemoedig weg uit Toscane, maar gezien de hitte vonden we het niet erg om na 2 weken uit Umbrië te moeten vertrekken.

    We kenden inmiddels de zaterdagse drukte, dus hadden we al eerder besloten een tussenstop te maken in Modena. Zodoende konden de files lekker oplossen, terwijl wij de stad verkenden. Eerste halte was de Galleria Estense… we waren de enige bezoekers. De familie Este heersten oorspronkelijk vanuit Ferrara en hadden ook Modena ingepalmd. Toen de mannelijke lijn uitstierf moesten zij Ferrara weer afstaan aan de Paus, maar konden ze Modena behouden. Zoals zoveel Italiaanse vorstendommetjes kwamen ze onder Habsburgse invloed, maar hun verzamelwoede heeft er niet onder geleden. We werden ondergedompeld in een mooie collectie renaissance en barokkunst, met veel onbekende namen. Kunstnijverheid, antieke beelden en muziekinstrumenten droegen bij aan de pracht en praal. De Este’s hebben hun langzame teloorgang in grote stijl vormgegeven. De rest van Modena bleek verder ook behoorlijk uitgestorven. Toch waren de winkels open zodat de dames lekker in de airco konden shoppen (dat vond ik intussen niet meer erg!) en ik de stad verder kon uitpluizen. Hoofdattractie is zonder meer de romaanse dom. Niet zo groot, maar vol met romaans beeldhouwwerk en schitterend gerestaureerd. Wat verder opvalt in de stad: de vele straten met galerijen. Bij elkaar moeten het echt kilometers zijn. Je kunt bijna helemaal overdekt de stad doorkruisen en dat was bij 40 graden wel heel prettig. Het Palazzo Estense is een overdonderend barokcomplex dat je helaas niet kan bezoeken. Om 16 uur reden we de stad uit en op Google Maps zag ik dat de files intussen waren opgelost. Erg prettig dat een plan soms goed uitpakt. We reden door naar ons laatste adresje, gelegen in Trentino. Daar waren de temperaturen een stuk aangenamer en werden we zelfs verrast door een verfrissende regenbui: we vonden het echt niet erg! Die zondag was dus een beetje een rustdag, maar we bezochten nog wel het superinteressante Museo Retico, dat zich richt op de regionale archeologie. De Reten waren een aan de Kelten verwant volkje, met een hoge welvaart dankzij hun strategische woonplaatsen langs handelsroutes door diverse Alpendalen en –passen. In hun kunst zijn naast Keltische, ook duidelijke Etruskische invloeden aanwezig. Later kwam het gebied natuurlijk onder Romeinse invloedsfeer en trokken ook de Longobarden en Bajuwaren voorbij. Opvallend zijn ook de restanten van vroegchristelijke kerkjes. Maandag was het weer mooi weer en werd onze ‘actieve dag’. In de ochtend bezochten we via een spannende rotskloof een middeleeuws pelgrimsoord, de Sanctuario San Romedio. Geen zware tocht, dus erg grappig om te zien hoe Italiaanse bezoekers waren uitgedost in de meest professionele outdoor-outfits.  In de middag doorkruisten we een nog nauwere kloof, in diverse ijstijden uitgesleten door gletschers en puin. Door de droogte stond het water niet zo hoog, maar normaal kolkt het riviertje de Novella door deze canyon.

    Na deze korte break in Noord-Italië moesten we op dinsdag toch echt weer naar huis. De reis verliep veilig, maar door de vele baustelles in Duitsland ben je toch all-in 13 uur bezig met 1100 km. Het was echter gezellig en gelukkig niet zo druk bij de diverse stops. Om 22.15 uur parkeerden we de auto weer voor de deur. Het was weer een fantastisch avontuur, maar of we nog een keer die hitte willen meemaken….