Kunst en cultuur van de middeleeuwen

Delftst+steentje.jpg 

Wtempliers0.gifELKOM OP DEZE CLUB OVER DE MIDDELEEUWEN 

 In deze club volgen we het nieuws op van de middeleeuwen: nieuwe inzichten, analyses, boeken, tentoonstellingen, films, strips, levende geschiedenis en re-enactment. Kortom elk evenement dat ook maar een link heeft met de middeleeuwen. Het kan ook een belevenis of ervaring zijn van een clublid, daarvoor dient het forum. Op de blogberichten kan  je ook je reacties kwijt. Naast het vele nieuws heb je ook nog plaatjes in de fotoalbums en enkele links.

templiers.gifD
e naam van de club verwijst naar het boek De Kathedralenbouwers van de franse historicus G. Duby: de middeleeuwers waren bij uitstek kathedralenbouwers. Dit boek heeft mij begeesterd en het middeleeuwse vuur wakkerde voor eeuwig aan door "De naam van de Roos" van de erudiete Umberto Eco.

Alle links van deze club en nog vele andere links naar websites over de middeleeuwen vind je op de startpagina:
"Middeleeuwen.2link.be", ook beheerd door de operator van deze club.

De periode voor de middeleeuwen, namelijk de Prehistorie en de Oudheid wordt behandeld in de club
"Van Prehistorie tot Middeleeuwen".

---

Foto van de aanwezige clubleden op de tweede clubbijeenkomst van de Kathedralenbouwers te Brugge op 18 april 2009. Op het programma stond een bezoek aan de tentoonstelling "Karel de Stoute - Pracht & Praal in Bourgondië 1433 - 1477". Terug een gezellige & leerrijke bijeenkomst.

cluppersbrugge(1).jpg

documents.gif

  • Nieuws berichten

    • De bedwelmende 'mythes' van Rinus Boidin

      06.03.2010 | 12:27

      20100126_134816.jpg

      Breda - Medicus Rinus Boidin (62) staat met beide benen stevig op de grond; hij oogt als de vleesgeworden nuchterheid.

      Gelukkig maar, want als anesthesioloog van het Amphiaziekenhuis moet hij tenslotte hordes operatiepatiënten 'wegmaken' - en het is wel de bedoeling dat die ook terugkomen.

      Welnu, aan dat front geen klachten over de sinds 1983 in Breda woonachtige Zeeuws-Vlaming. Ook in theoretisch opzicht staat de aimabele anesthesist zijn mannetje. Zijn jarenlange ervaring als researcher resulteerde in een honderdtal publicaties op medisch gebied. Bovendien mag Boidin gelden als een van de geestelijke vaders van Amphia's gereputeerde MRI-afdeling, waarvoor hij - als 'ontzettende bèta' - veel pionierswerk heeft verricht. Allemaal feiten die vertrouwen inboezemen.

      Een mens zou zich spontaan voor eender welke operatie aanmelden, als hij maar door Boidin met diens kalme zelfvertrouwen onder narcose gebracht zou worden..

      Even bedwelmend, maar van een heel andere orde, is een gesprek met de arts over zijn hobby, geschiedenis. En dan vooral de historie van de eerste duizend jaar na Christus. Want even zelfverzekerd zet Boidin daarin de gangbare geschiedenis volledig op zijn kop. Totdat het zijn gesprekspartner duizelt. Want de aanloop naar het moderne West-Europa in het eerste millennium heeft zich volgens de Bredase geneesheer heel anders voltrokken dan onze school- en studieboeken altijd vermelden.

      Om de beuk er maar meteen met Germaanse rauwheid in te gooien: Bonifatius is helemaal niet in 754 te Dokkum vermoord. Dat kon ook niet, want het huidige Friesland lag destijds nog onder drie meters Noordzeewater. Het oorspronkelijke Friesland lag zó zuidelijk, dat de Engelse missionaris in werkelijkheid in het huidige Noord-Frankrijk is omgebracht, aan de oevers van de Borre. "Op die plek staat toevallig wel een toepasselijk kruisvormige elektriciteitsmast", vertelt Boidin met geanimeerd aplomb.

      Het is maar een enkel voorbeeldje, want de man kan moeiteloos talrijke historische 'misvattingen' opsommen. Dat doet bij dan ook in het boek De Mythe, dat hij vandaag publiceert. Het is een bewerkte bundeling van een artikelenreeks waaraan Boidin in '81 begon en waarvan een groot deel eerder verscheen in De Semafoor, het periodiek van de in Bavel zetelende Studiekring Eerste Millennium.

      Nu is de SEM zelf ook een club van hoogst eigenwijze tot tegendraadse academici, die uit onverholen wantrouwen jegens de bestaande geschiedschrijving een controversieel historicus als wijlen Albert Delahaye (1915-'87) hoger aanslaan dan de middeleeuwse auteurs, die namens hun opdrachtgevers valse voorstellingen van zaken zouden hebben gegeven.

      Zelf stoelt Boidin zijn 'alternatieve benadering' vooral op een vergelijkende analyse van Franse, Duitse, Engelse en Nederlandse histories van landstreken (niet van landen). De Franse bronnen slaat hij het hoogst aan, de Duitse het laagst. "Sowieso gaapt er een gat van zevenhonderd jaar tussen Karel de Grote en Karel V."

      Boidins pogingen dat gat te dichten, leveren fascinerende lectuur op. Al riskeert hij onbedoeld, de oude 'mythes' door nieuwe te vervangen. Want hoe snel interpretatiefouten gemaakt zijn, illustreert de auteur zelf met zijn alinea over de Bredase stadshistorie. Hollander Jan van Polanen een Vlaming uit Poperinge? Engelbrecht I van Nassau die zijn schoondochter huwde, nadat zijn eega (Johanna van Polanen) die hem drie jaar overleefde, jong gestorven zou zijn? Dat zijn wonderlijke alternatieven voor feiten uit onverdachte bronnen. Maar, die stammen dan ook uit het tweede millennium.

      DE MYTHE.
      Een alternatieve benadering van de middeleeuwse geschiedenis van West-Europa
      M.P. Boidin.
      Van Ierland Uitgeverij (€ 19,95).


      Het is gebruikelijk dat de verschillende landen hun eigen interpretatie geven aan gebeurtenissen. Dat geeft kleur en diversiteit, elk land zijn eigen mythe. Daar is niets mis mee, maar het wordt heel anders als de feiten verschillend worden weergegeven. Het boek ‘De Mythe’ is zo genoemd omdat er in alle landen hardnekkige historische verhalen blijven voortleven die door harde feiten zijn achterhaald. Boidin is op zoek gegaan naar deze feiten en discrepanties in de geschiedenis van verschillende landen. Daarnaast heeft hij gezocht naar alternatieven voor dat specifieke stuk van de middeleeuwse geschiedschrijving. Hij heeft zelf geprobeerd een aantal van die ‘Mythen’ te ontmantelen. Uiteindelijk bleek dat er in de klassieke opvatting van de geschiedenis nog wel wat nieuws te ontdekken viel. Er bleken meer gaten in de geschiedschrijving van de Middeleeuwen te zitten dan men zou denken. Na een paar jaar kwam Boidin tot andere inzichten en interpretaties dan de klassieke geschiedschrijving van West-Europa. De geschiedschrijving in dit boek is op veel punten wezenlijk anders dan de geschiedenis die u op school heeft geleerd. De klassieke geschiedschrijving bleek, bij nader inzien, vaak te zijn gebaseerd op mythen die vervolgens een eigen leven gingen leiden.

      Dit boek is een relatief diepgaande analyse van middeleeuwse geschiedschrijving. Het gaat over de bezetting door de Romeinen, Julius Caesar en zijn De Bello Gallico, het rijk van de Merovingers en de vroege ontwikkeling van de godsdienst met de rol van Bonifatius daarin, de Franken en Francia met het wel en wee van de Karolingers. Karel de Grote, zijn veroveringen en veldtochten spelen een centrale rol in dit boek. Het opdelen van Francia en de ontwikkeling van Holland, Friesland, Brabant, Frankrijk, België en Duitsland worden uitvoerig behandeld.
      Kortom: een verhaal over West-Europa in de Vroege Middeleeuwen.

    • Jacoba Van Beieren 1401-1436

      18.01.2010 | 00:46

      9789460031854.jpg

      Er zijn weinig vrouwen uit de vaderlandse geschiedenis die zozeer tot de verbeelding hebben gesproken als Jacoba van Beieren, de laatste gravin van Holland en Zeeland voor de Bourgondiërs. Al bijna zes eeuwen lang is haar bewogen levensgeschiedenis verbeeld, bezongen en beschreven. Vijf wetenschappelijke biografieën zijn inmiddels aan haar gewijd. Toch is Jacoba in feite nog steeds een grote onbekende. De vorstin die viermaal is getrouwd, diverse oorlogen heeft gevoerd, tweemaal op spectaculaire wijze aan haar belagers is ontsnapt en uiteindelijk jong en tragisch aan haar einde is gekomen, laat zich niet zo gemakkelijk kennen. Wat in de loop der eeuwen over haar persoonlijkheid is gezegd, is grotendeels ontleend aan eenzijdige beeldvorming of gebaseerd op bevooroor deelde interpretaties. In dit boek wordt voor het eerst radicaal afstand genomen van latere beeldvorming, in een poging terug te keren naar de historische Jacoba. Welke rol speelde zij zelf in de gebeurtenissen? Was zij een sterke, zelfstandige en ambitieuze dame die op beslissende momenten weigerde zich te schikken in de bescheiden rol die mannen haar hadden toebedeeld? Of moeten we haar eerder zien als een pion in dienst van het spel dat door anderen gespeeld werd?


      Een pion voor een dame. Jacoba van Beieren 1401-1436,
      Antheun Janse;
      uitg. Balans, Amsterdam, 2009;
      ISBN 978 94 600 3185 4; 400 blz.; € 19,95.

      Janse heeft een meesterwerk geleverd: prachtig geschreven, voor de ontwikkelde leek goed toegankelijk en, op brede studie van primaire bronnen, ook nog goed gefundeerd. Niet te dik of te dun. Misschien had Jacoba zich geen mooier monument kunnen wensen. Wat bij Bilderwijk nog een „snoepig weewtjen” was, is bij Janse een pion in het proces van politieke besluitvorming geworden. Wel kunnen vragen worden gesteld over zijn vrij positieve oordeel over Bourgondië. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de passages over de internering in Gent.

      File:Jacoba van Beieren (1401-1436), gravin van Holland en Zeeland.jpg

      JACOBA hertogin van BEIEREN (ged. Le Quesnoy, Henegouwen, 16-7-1401 – gest. Teijlingen, bij Sassenheim, 9-10-1436), gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen. Dochter van Willem VI, hertog van Beieren, graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen (1365-1417), en Margaretha van Bourgondië (1374-1441). Jacoba van Beieren trouwde (1) in 1415 met Jan van Touraine (1398-1417); (2) in 1418 met Jan IV, hertog van Brabant en Limburg (1403-1427); (3) in 1422 met Humphrey hertog van Gloucester (1390-1447) en (4) in 1432 en opnieuw in 1434 met Frank heer van Borselen, graaf van Oostervant (1395-1470/71). Deze huwelijken bleven kinderloos.

      Jeugd

      Jacoba was enig kind. Haar moeder was de dochter van Filips de Stoute, hertog van Bourgondië. Via haar vader zou zij bij zijn dood de titel ‘hertogin van Beieren’ erven: een titel die, behalve prestige, weinig opleverde. De gebieden waarvan ze daadwerkelijk de erfgename was lagen in de Nederlanden. Al op driejarige leeftijd kreeg ze de officiële titel ‘dochter van Holland’. Als vijfjarige werd Jacoba verloofd met Jan van Touraine, de tweede zoon van de Franse koning. Jan kwam naar Henegouwen, naar het kasteel van Le Quesnoy, waar Jacoba en haar moeder meestal verbleven. De kinderen speelden samen en kregen les in lezen en schrijven. Hun lot veranderde dramatisch toen Jans oudste broer in 1415 plotseling overleed. Jan was nu kroonprins (‘dauphin’) van Frankrijk en Jacoba, met wie hij kort tevoren was getrouwd, zou koningin worden. Dit toekomstbeeld duurde echter niet lang, want in april 1417 overleed Jan aan een abces in de hals. Jacoba, nauwelijks vijftien, werd weduwe. Tot overmaat van ramp stierf haar vader anderhalve maand later aan de gevolgen van een hondenbeet. Jacoba bleef alleen met haar moeder in Henegouwen achter, terwijl haar erfdeel van alle kanten werd belaagd.

      Een omstreden erfenis

      Graaf Willem had een jaar voor zijn dood van de edelen en steden van Holland en Zeeland – en kort daarna die van Henegouwen – de toezegging gekregen dat zij Jacoba na zijn dood als landsvrouw zouden erkennen. Holland en Zeeland behoorden echter formeel tot het Duitse Rijk en roomskoning Sigismund voelde er weinig voor de rechten van Jacoba te erkennen. De beide graafschappen waren naar zijn mening zwaardlenen en konden daarom alleen via de mannelijke lijn vererven. Bovendien had de koning met lede ogen de Bourgondische invloed in de Lage Landen zien toenemen. Hij vond de broer van Jacoba’s vader, Jan ‘zonder genade’ van Beieren, een betere kandidaat voor de opvolging. Jan was bisschop-elect van Luik en had al jaren zijn blik gericht op de graafschappen van zijn broer. Hij had zich nooit laten wijden; zodra de buit zich zou aandienen kon hij zijn bisschopszetel verlaten. Die kans deed zich nu voor. Hij verloofde zich prompt met Elisabeth van Görlitz, een nicht van Sigismund en de erfgename van Luxemburg, en wierp zich op als kandidaat voor de opvolging in Holland, Zeeland en Henegouwen.

      Toen de plannen van Jan van Beieren duidelijk werden, maakte de Bourgondische familie van Jacoba haast met een nieuwe verbintenis. Ze werd uitgehuwelijkt aan haar neef, de veertienjarige Jan IV, hertog van Brabant en Limburg én eveneens lid van het huis Bourgondië. Voor dit huwelijk was weliswaar pauselijke dispensatie nodig, maar daarover maakte niemand zich zorgen; naar verwachting zou de toestemming gemakkelijk te verkrijgen zijn. Het huwelijk werd in maart 1418 in Den Haag voltrokken. Inmiddels was Jacoba als gravin in Henegouwen en in grote delen van Holland en Zeeland gehuldigd. Probleemloos verliep dit niet, want niet iedereen erkende haar gezag. Zo weigerde de belangrijkste stad van Holland, Dordrecht, de rechten van Jacoba te erkennen zolang zij geen steun kreeg van Sigismund, die inmiddels tot keizer was gekroond. Die steun kwam er niet. De keizer beleende Jan van Beieren als voogd (‘ruwaard’) voor Jacoba met de drie graafschappen. De opvolgingskwestie werd het sein voor het herleven van de oude Hoekse en Kabeljauwse twisten. Met steun van Kabeljauwse edelen en steden probeerde Jan van Beieren zijn positie te vestigen.

      Het huwelijk tussen Jacoba en Jan van Brabant was een mislukking. Er was onduidelijkheid over de benodigde dispensatie, die eerst wel werd toegekend, maar korte tijd later op aandringen van keizer Sigismund door de paus herroepen. Daar kwam nog bij dat haar nieuwe echtgenoot Jacoba niet de bescherming bood waarop haar familie had gehoopt. Al in februari 1419 leverde de Brabantse hertog Holland en Zeeland uit aan Jan van Beieren, en een jaar later ging hij nog een stap verder door de graafschappen voor twaalf jaar aan Jacoba’s oom te verpanden. Vanaf dat moment was Jan van Beieren daar heer en meester. In december 1420 vertrok Jacoba uit Brabant. Zij keerde terug naar Bergen (Mons) in Henegouwen waar zij korte tijd later – op 19 februari 1421 – haar huwelijk nietig liet verklaren. Enkele weken daarna reisde zij naar Engeland, op zoek naar steun.

      In Engeland meende Jacoba een geschikte nieuwe echtgenoot te vinden in Humphrey, hertog van Gloucester, broer van de koning. Hij was op zijn beurt wel geïnteresseerd in het bezit van de aanzienlijke graafschappen op het vasteland. De reacties op deze nieuwe verbintenis waren sterk verdeeld. De Staten van Henegouwen bijvoorbeeld reageerden verheugd, maar de nieuwe hertog van Bourgondië, Filips de Goede, zag niets in de huwelijksplannen van zijn nicht. Een Brabants-Hollandse verbinding was een betere waarborg voor de Bourgondische belangen in de Nederlanden. Toch zette Jacoba door en trouwde in 1422 voor de derde keer. Het bleek een verkeerde keuze. Haar nieuwe echtgenoot voelde uiteindelijk weinig voor een overzees avontuur. Pas na lang aandringen kwam Humphrey in actie. In november 1424 rukte een Engels leger op in Henegouwen. De veldtocht was weinig succesvol. Filips de Goede en Jan IV, de afgewezen Brabantse echtgenoot, versloegen het Engelse leger. Humphrey gaf de strijd snel op en keerde terug naar Engeland, Jacoba in Henegouwen achterlatend. Zelfs toen zij in handen viel van Filips en opgesloten werd in Gent, deed Humphrey niets. Hij ging terug naar zijn maîtresse Eleonora Cobham, met wie hij in 1428 zou trouwen nadat de paus het huwelijk tussen Jacoba en Jan IV van Brabant alsnog geldig had verklaard.

      De ‘Zoen van Delft’

      In januari 1425 was Jan van Beieren door vergiftiging overleden – vermoedelijk waren de hoeken van de bladzijden van zijn gebedenboek vergiftigd. Formeel was nu Jan IV van Brabant de opvolger, maar die droeg het bewind meteen over aan Filips de Goede. Jacoba was nog altijd niet van zins haar erflanden op te geven. Met behulp van enkele Hoekse ridders wist ze, gehuld in mannenkleren, op spectaculaire manier uit Gent te ontsnappen en te vluchten naar Schoonhoven. De vlucht luidde een nieuwe periode in van strijd tussen Hoeken en Kabeljauwen. De sociale onrust uitte zich in een boerenopstand in Kennemerland en West-Friesland als steunbetuiging aan Jacoba. Blijvend succes bleef echter uit. Zelfs de dood in 1427 van de door Jacoba verafschuwde Jan IV bood geen soelaas.

      Ten langen leste sloot Jacoba een wapenstilstand met Filips de Goede en korte tijd later stemde zij in met een definitief vredesverdrag, ‘de Zoen van Delft’ (3 juli 1428). Het verdrag maakte een einde aan de periode van strijd en onrust. Jacoba hield de titel van gravin, maar erkende Filips als erfgenaam (‘oir’) indien ze zonder wettige kinderen zou overlijden. Zolang ze ongetrouwd was zou Filips als regent van haar landen optreden. Een eventueel nieuw huwelijk van Jacoba moest de instemming van Filips, haar moeder en de Staten van de drie landen krijgen. Ze hield een deel van de inkomsten van de landen om naar haar stand te kunnen leven. Hiermee leek het leven van Jacoba in rustig vaarwater te komen.

      Filips de Goede had Holland en Zeeland in beheer gegeven aan een driemanschap, met de Zeeuwse edelman Frank van Borselen als stadhouder van Holland en Zeeland. Spoedig ontwikkelde zich tussen Frank en Jacoba een relatie. Het is mogelijk dat ook deze verhouding een politieke zet was van Jacoba: een nieuwe poging om met zijn hulp de graafschappen terug te krijgen. Tegen de bepalingen van de Zoen van Delft in trouwden Jacoba en Frank van Borselen in de zomer van 1432. Het was een geheim huwelijk, want niet ten overstaan van de kerk gesloten en – wat in dit geval belangrijker was – zonder de benodigde toestemming. Filips kwam meteen in actie, vooral ook omdat hij Frank van Borselen verdacht van het gelijktijdig beramen van een gifmoordaanslag op hem. Van Borselen werd gearresteerd en kreeg zijn vrijheid pas terug nadat Jacoba de drie graafschappen definitief had overgedragen aan Filips de Goede. Dit gebeurde op 12 april 1433: Holland, Zeeland en Henegouwen waren vanaf nu onderdeel van het Bourgondische machtsblok. Enkele jaren eerder had Filips ook al de regering aanvaard in Brabant en Limburg toen daar de jongere tak van de Bourgondiërs was uitgestorven. De verwerving van de erfenis van Jacoba was een belangrijke zet in de (min of meer bewuste) Bourgondische politiek die uiteindelijk onder Karel V zijn bekroning zou vinden in de vereniging van de Lage Landen.

      Jacoba trouwde in 1434 opnieuw met Frank van Borselen, ditmaal met de benodigde instemming. Dit doet vermoeden dat er toch sprake was van een oprechte genegenheid tussen hen. Ze besefte dat haar rol was uitgespeeld en trok zich terug uit de politieke arena. Niet lang daarna, in de zomer van 1436, openbaarden zich verschijnselen van tuberculose. Op 9 oktober van dat jaar stierf Jacoba – nog altijd kinderloos – op het kasteel Teijlingen, in het bijzijn van haar man en haar moeder. Frank van Borselen deed volledig afstand van haar testament waarin Jacoba hem tot erfgenaam had verklaard: haar schulden bedroegen 3512 pond groot, veel meer dan de opbrengst van haar bezittingen.

      Een tragische heldin

      Het leven van Jacoba maakte haar al snel tot een tragische heldin. Ze had als vrouw een ongelijke strijd te voeren met tegenstanders die nota bene uit haar eigen familie kwamen. Zij was de personificatie van de laatste periode van onafhankelijkheid van de gewesten Holland, Zeeland en Henegouwen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat vele auteurs zich over haar leven hebben gebogen, in het bijzonder vanaf de negentiende eeuw. Historici, maar vooral ook romanciers en toneeldichters droegen ertoe bij dat Jacoba – als één van de weinige vrouwen – tot de canon van de Vaderlandse geschiedenis is gaan behoren. Veel informatie over haar persoonlijkheid en haar drijfveren voor haar langdurige strijd heeft deze belangstelling echter niet opgeleverd. De schrijvers legden vooral nadruk op het ‘Hollandse’ karakter van haar geschiedenis. De band met Henegouwen én het feit dat Jacoba in veel opzichten een Frans-georiënteerde prinses was, bleef daarbij onderbelicht.

      http://nl.wikipedia.org/wiki/Jacoba_van_Beieren

    • Getijdenboek om zelf in te bladeren

      09.01.2010 | 01:38

      Voor het eerst stelt de Bibliotheca Philosophica Hermetica alle 25 middeleeuwse Nederlandse getijdenboeken uit haar collectie tentoon. Stuk voor stuk juweeltjes van privédevotie en elk exemplaar uniek, zowel wat de inhoud als de verluchtingen betreft. Dankzij Geert Grote werd het getijdenboek het populairste boek van de Middeleeuwen.

       


      Getijdenboek+Ghijsbrecht+v+Brederode.jpg

      Als kostbare parels liggen de boeken te pronken op kussens van blauw fluweel. Vijfentwintig zijn het er, alle Nederlandse getijdenboeken van de Bibliotheca Philosophica Hermetica (BPH) in Amsterdam. Oprichter van de bibliotheek, Joost Ritman, heeft ze in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw verzameld. De complete collectie is in 2004 aangekocht door de Nederlandse overheid.

      „Het plan was om de getijdenboeken te beschrijven en op internet te publiceren”, vertelt Helen Wüstefeld, conservator van de bibliotheek voor het aandachtsgebied mystiek. „Dat is gebeurd, maar Ritman vond het zo leuk dat hij ook in boekvorm en met een expositie deze unieke middeleeuwse handschriften breed toegankelijk wilde maken.”

      De beschrijvingen op internet, de expositie en het boek ’Sleutel tot licht’ passen in het streven van de bibliotheek om haar collectie stukje bij beetje te ontsluiten. Vorig jaar en eerder dit jaar heeft ze dat al gedaan met haar Spinoza- en Gustav Meyrink-verzamelingen.

      In de late Middeleeuwen was het getijdenboek het meest verbreide gebedenboek voor de privédevotie van leken. De kern van een getijdenboek bestond uit een aantal teksten die ontleend waren aan het gebedenboek van religieuzen, het brevier. Zo kon de leek zijn gebedsleven zoveel mogelijk aanpassen aan dat van de kerk. Geestelijken stonden immers in direct contact met het Hogere, en door hen zoveel mogelijk na te volgen, zou iets van de heilswerking op de gewone man en vrouw kunnen afstralen.

      Elk getijdenboek begint met de kalender. Wüstefeld: „Hierop staan alle heiligen van een bepaald bisdom, plus de christelijke feestdagen. Speciale heiligen, zoals Bonifatius en Willibrord in de Noordelijke Nederlanden, en eveneens de apostelen stonden in gekleurde inkt, rood of goud, op de kalender. Behalve deze kalender en de aan het brevier ontleende gebeden konden er in een getijdenboek ook psalmen, gezangen en hymnen zijn opgenomen, en teksten voor bepaalde gelegenheden, zoals de dodenvigilie voor de herdenking van overledenen.”

      Getijdenboek in het Nederlands
      Geschreven en verlucht in Utrecht, ca. 1465-1470
      Gehistorieerde initialen: Meester van Gijsbrecht van Brederode


      Maria Magdalena, De Zeven Smarten van Maria en de Kruisiging.

      Maria Magdalena, De Zeven Smarten van Maria en de Kruisiging.

       

      Er stonden lang niet altijd alleen religieuze teksten in een getijdenboek. „Sommige bevatten ook tabellen voor aderlaten bijvoorbeeld en voor het berekenen van schrikkeljaren. Ook zijn er soms beschrijvingen in te vinden van bepaalde mensentypen, zoals het sanguinische of melancholische type. Daarbij werd dan het sterrenbeeld vermeld en of iemand met die bepaalde gemoedstoestand blond, donker, mager of dik was.”

      Die onderlinge verschillen maken elk getijdenboek uniek, zegt Wüstefeld. „Het zijn heel individuele boekjes, die van ouders op kinderen worden geërfd, aangevuld en gemoderniseerd naar de smaak van de tijd. Er werden soms ook nieuwe miniaturen toegevoegd, in een heel andere stijl dan die van het oorspronkelijke boekje. Deze werden dan niet ingenaaid, maar tussen de bestaande verluchtingen gelijmd.”

      Het zijn vooral deze doorgaans schitterende religieuze miniaturen, en de fraaie sier- en strooiranden, met bloemen, vlinders, vogels, vruchten, die de aantrekkingskracht verklaren van deze middeleeuwse handschriften op een groot publiek. Wüstefeld: „De miniaturen hebben meestal scènes uit het leven van Jezus tot onderwerp, van de Annunciatie – de aankondiging aan Maria van zijn geboorte – tot de uitstorting van de Heilige Geest met Pinksteren. Soms wordt de passie, de lijdenstijd van Jezus, heel uitgebreid in beeld gebracht. Ook smeekbeden tot heiligen kunnen verlucht worden. Een bekend voorbeeld bij een smeekbede tot de heilige Anna, de moeder van Maria, is de voorstelling ’Anna-te-drieën’, waarop Anna, Maria en Jezus zijn afgebeeld.”

      Getijdenboek+Hugo+Jansz+vanWoerden.jpg

      Getijdenboek in het Nederlands
      Geschreven en verlucht in Leiden, ca. 1480-1490
      Gehistorieerde initialen: Meesters van Hugo Jansz van Woerden


      Het gebruik van getijdenboeken kwam in de 13de eeuw op gang in Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden en verbreide zich in de 14de eeuw in heel Europa onder brede lagen van de bevolking. De Franse, Duitse en Belgische getijdenboeken waren voor het grootste deel in het Latijn geschreven, de taal van de kerk. Het unieke van de latere Nederlandse getijdenboeken (jaren tachtig van de 14de eeuw) is dat zij zijn geschreven in de volkstaal, het Nederlands. Dat is de grote verdienste van Geert Grote (1340-1384) en zijn beweging van de Moderne Devotie.

      Geert Grote verwierf aan het einde van de 14de eeuw een grote schare volgelingen. Hij predikte een leven in soberheid, in navolging van Christus: bijbelteksten over Jezus moest je niet alleen lezen, je moest ze ook vertalen naar je eigen gedrag, vond hij. Onvermijdelijk preekte hij dus ook tegen de gevestigde orde in de kerk, waar priesters met concubines samenleefden en geestelijke ambten gekocht konden worden.

      „Ook tegen de Utrechtse Domtoren heeft hij gepreekt. Die beschouwde hij als een beeld van machtswellust en ijdelheid van de kerk. Het geld voor de bouw had beter aan de armen besteed kunnen worden, vond hij. De ironie van het lot wil, dat op een miniatuur in het enige Vlaamse getijdenboek op de tentoonstelling uitgerekend de Domtoren staat afgebeeld waar Geert Grote zo tegen was. Het was de grootste vrijstaande toren van die tijd en hij moet een enorme indruk hebben gemaakt op de mensen.De afbeelding van de toren was een symbool voor het hemelse Jeruzalem.

      „Geert Grote kreeg in 1383 een preekverbod en is toen teksten gaan verzamelen en vertalen, waaronder het getijdenboek. Hij wilde dat ook eenvoudig en laaggeschoolde leken zouden kunnen beschikken over gebeden in de moedertaal. Preken met de pen noemde hij dat. Het is”, zegt Wüstefeld, „zonder twijfel aan hem en zijn volgelingen, de moderne devoten, te danken dat het getijdenboek in de Nederlanden zo populair is geworden. Uit de moderne devoten ontstonden de Broeders en Zusters des Gemenen Levens, die zich onderhielden met het afschrijven van religieuze boeken, waaronder getijdenboeken.”

      Geert Grote voegde ook zelf gebeden toe aan het getijdenboek, zoals ’De getijden van de Eeuwige Wijsheid’ – een vertaling van de ’Cursus Aeternae Sapientiae’ van de Duitse mysticus Henricus Suso (1295-1366). Net als Suso, wilde ook Geert Grote het vuur van de oude vroomheid weer ontsteken en de mensen tot innigheid brengen.

      Deze mystieke tekst van Suso werd door Grote’s vertaling erg geliefd in de Noordelijke Nederlanden.

      Meer dan negentig procent van de ongeveer 1000 à 2000 bewaarde getijdenboeken uit onze streken is geschreven in de volkstaal, het Middelnederlands, en bevat de versie van het getijdenboek van Geert Grote.

      De tentoonstelling begint met een aantal facsimile-uitgaven (getrouwe kopieën) van getijdenboeken. Dat maakt een bezoek extra aantrekkelijk, omdat je de boeken ter hand kunt nemen en mag doorbladeren en zo met eigen ogen kunt zien wat er allemaal in te vinden is en hoe schitterend ze zijn verlucht. De originele manuscripten, die achter glas liggen opengeslagen, zijn geschreven op perkament. Om ook het speciale gevoel dat perkament geeft, na te bootsen, is een van de facsimile-uitgaven gedrukt op waardepapier, de papiersoort die voor geld wordt gebruikt. De bladzijden knisperen tussen je vingers.

      Helen Wüstefeld verzorgt elke week, op woensdagmiddag, een gratis rondleiding over de tentoonstelling. De getijdenboeken komen tot leven door haar interessante verhalen over de eigenaar(s), over de afschrijvers van de teksten en de kunstenaars die de miniaturen en de randversieringen hebben geschilderd.

      Sleutel tot lichtGetijdenboeken te zien

       

      Sleutel tot licht: expositie t/m 26/02, Bibliotheca Philosophica Hermetica, Bloemstraat 15 Amsterdam, ma t/m vr 9.30-12.30u en 13.30-17u. Elke wo.mi gratis rondleiding. Aanmelden: 020-6258079.

      Helen Wüstefeld en Anne Korteweg: Sleutel tot licht. Getijdenboeken in de Bibliotheca Philosophica Hermetica, ’In de Pelikaan’, 156 pag., ISBN 9789071608285, euro24,50. Zie voor afbeeldingen uit en beschrijvingen van de 25 getijdenboeken in de hermetische bibliotheek www.ritmanlibrary.nl.

      Bron: Trouw.

    • Aan het einde van de genadetijd

      31.12.2009 | 02:13

      MEDbedeT.jpgWaar was God?
      Sinds de concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog klinkt deze vraag steeds vaker en luider. Maar ook in de middeleeuwen worstelden mensen al met Gods hand in de geschiedenis.

      Matthew Paris
      Ca. 1200-1259

      De zevende kruistocht, rond het jaar 1250, was zo’n moment. De Engelse monnik en kroniekschrijver Matthew Paris vertelt vol afschuw dat de Franse kruisvaarders zo’n honger hadden, dat zij hun paarden opaten en naar de vijand overliepen. Toen ook nog „de hele christelijke gemeenschap in het Heilige Land werd vernietigd”, vroegen velen zich af waar God was: „Waarom heeft Christus, voor Wie en met Wie wij tot nu toe gestreden hebben, ons verlaten? De Heere is als een vijand voor ons en Hij, Die vaak Heere der heerscharen wordt genoemd, wordt nu door de vijanden gesmaad omdat Hij herhaaldelijk verslagen is. Wat hebben onze toewijding, de gebeden van de monniken, de aalmoezen van onze vrienden ons voor voordeel opgeleverd? Is niet de wet van Mohammed beter dan de wet van Christus?”

      Aardbeving

      Het kostte Paris zelf minder moeite Gods aanwezigheid in allerlei gebeurtenissen te bespeuren. De benedictijner monnik uit St. Albans noteerde die nauwkeurig in zijn ”Chronica Majora”, een soort geschiedenisboek dat de hele periode vanaf de schepping beslaat. „Het is voorwaar een uitstekend iets om opmerkelijke gebeurtenissen schriftelijk te vereeuwigen tot lof van God en onderwijzing van het nageslacht”, schreef Paris. „Om die dingen te vermijden die straf verdienen en de goede dingen aan te nemen als beloning van God.”

      Het is 13 februari 1257. Paris noteerde in zijn kroniek dat Engeland is opgeschrikt door een aardbeving. Vooral in Londen en aan de oevers van de rivier de Theems was die goed voelbaar. De benedictijner monnik viste naar de oorzaak van dit natuurverschijnsel. Het moest belangrijk zijn, zo redeneerde hij, omdat aardbevingen in de westerse wereld ongewoon en onnatuurlijk waren en Engeland „geen ondergrondse grotten heeft, waardoor zij, volgens de wijsgeren, werden veroorzaakt.”

      Paris zag de aardbeving dan ook als een teken van God dat het einde der tijden nabij was. Hij rekende uit dat van de „genadetijd” inmiddels 1250 jaar was voorbijgegaan. In de eerste 24 halve eeuwen waren er niet zo veel bijzondere en ongewone dingen gebeurd als in de laatste, 25e halve eeuw.

      Wat was er zoal gebeurd? In Savoie waren vijf dorpen met hun kerken, huizen en inwoners door een steenmassa bedolven. De zeespiegel was als nooit tevoren gestegen. In 1233 was er een buitengewoon teken in de lucht verschenen en binnen drie jaar tijd had er tweemaal een zonsverduistering plaatsgevonden.

      En er waren ontelbare vallende sterren gezien, soms wel tien of twaalf per keer. Als het echte sterren waren geweest, zo geloofde Paris, dan zou er geen ster meer aan de hemel zijn overgebleven. Hij concludeerde dan ook met de woorden van Lukas 21:25: „Er zullen tekenen zijn in de zon…” Hier stopte hij zijn citaat, wetend dat zijn lezers dat wel konden aanvullen. Voor Paris was Gods hand vooral een dreigende, slaande hand.

      Matthew Paris, Execution of St Alban (c.1250)


      Jaaroverzicht

      Paris gaf aan het einde van ieder jaar een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen – zoals kranten en tijdschriften dat nog steeds doen. Hij lijkt vooral oog te hebben voor natuurverschijnselen en dingen die de uitbreiding van Gods Koninkrijk bevorderen of juist hinderen.

      Bij het jaar 1248 noteerde Paris: „De groene blaadjes ondervinden grote schade van de wormen.” „Een slecht jaar voor het Heilige Land, Italië, Duitsland en Frankrijk. Voor de paus was het een schandelijk jaar.” „Het einde van de wereld lijkt nabij.” „In februari kun je de bomen zien uitspruiten; in april zingen de vogels en maken ze nestjes.”

      Paris spoort de lezer aan God te dienen en het kwade te laten. Een grote overstroming in Engeland en Holland bijvoorbeeld, was volgens Paris een straf van God voor zondaren. De profeet Habakuk schreef immers: „Was de Heere ontstoken tegen de rivieren? Was Uw toorn tegen de rivieren, was Uw verbolgenheid tegen de zee…?”

      De middeleeuwse kroniekschrijver wilde christenen een spiegel voorhouden. Ze mochten geen voorbeeld nemen aan –bijvoorbeeld– de monniken in Pontigny, die schandelijk tekortschoten in de zorg voor de lichamen van overleden heiligen. „Wat een gebrek aan geloof!” noteerde Paris. En hij schreef erbij dat de monniken niet konden verwachten dat God veel tekenen in Pontigny zou doen.

       


      Matthew Paris
      zelfportret

      Matthew Paris

      Matthew Paris (ca. 1200-1259) was een van de belangrijkste geschiedschrijvers in Engeland in de middeleeuwen. De Benedictijner monnik was vanaf 1236 de officiële kroniekschrijver van het klooster van St. Albans.

      Het belangrijkste geschrift van Paris is de ”Chronica Majora”, een bewerking en uitbreiding van het werk van zijn voorganger Roger van Wendover. Hij breidde de geschiedschrijving vanaf de schepping uit met de periode 1236 tot 1259, het jaar van zijn overlijden. Paris illustreerde het werk eigenhandig.

      Paris schreef ook enkele heiligenlevens, waaronder dat van Edward de Belijder. De ”Historia Minor” bevat een samenvatting van de geschiedenis tussen 1200 en 1250.

      http://nl.wikipedia.org/wiki/Matthew_Paris


      Bron: Maarten Stolk, Reformatorisch Dagblad

    • In naam van God van Jonathan Philips

      05.12.2009 | 23:37

      1001004006886614.jpg
      'Gods wil!' schreeuwde de menigte na de oproep van paus Urbanus II, en gedurende de daaropvolgende maanden vertrokken 60.000 mensen voor een voettocht van 5000 km naar een onbekend land.

      Bloed, wapengekletter, wreedheid, de strijd tussen christendom en islam, dat is waar de meeste mensen aan denken bij het woord kruistochten.
      In naam van God laat zien dat de werkelijkheid complexer en boeiender is. Phillips vertelt het complete verhaal van de opkomst, de expansie, de neergang en het einde van de kruistochten, en wijst op de echo ervan in onze tijd met de grimmige werkelijkheid van Al-Qaida.
      Extreem-religieuze vurigheid is tegenwoordig synoniem met het fanatisme van minderheden, maar tussen 1095 en 1291 was de kruistocht een door iedereen geaccepteerde en ondersteunde activiteit; keizers en koningen, bisschoppen en hertogen, boeren en hoeren namen eraan deel.
      Jonathan Phillips vertelt op levendige wijze het grote verhaal en belicht in close-up specifieke episodes en personages. In naam van God werpt een nieuw licht op de geschiedenis van de kruistochten.

      ’In naam van God - Een nieuwe geschiedenis van de Kruistochten’ van Jonathan Phillips is een bijzonder lezenswaardig boek. Phillips doceert de geschiedenis van de kruistochten aan de University of London. Hij heeft reeds meerdere boeken over de kruistochten geschreven.

      De auteur werpt een nieuw verhelderend licht op de geschiedenis en de culturele, politieke en religieuze betekenis van de kruistochten. Hij vertelt niet enkel het verhaal van de opkomst, de expansie, de neergang en het einde van de kruistochten maar wijst ook op de echo ervan in onze tijd, de grimmige werkelijkheid van Al- Qaida. Phillips beschrijft het kruistochten- gebeuren erg levendig.

      Godsdienst was niet de enige drijfveer voor de kruisvaarders. Het fascinerende van het tijdperk van de kruistochten is de constatering dat andere factoren zoals de verlokkingen van land en geld, eer en familietraditie, een verlangen naar avontuur en de plicht tot dienstbaarheid, naast de godsdienst een rol speelden en die soms verdrongen.


      Jonathan Phillips, In naam van God - Een nieuwe geschiedenis van de kruistochten; Nieuw Amsterdam Uitgevers / Lannoo, Tielt; 464 blz.; 27,50 euro

  • Laatst toegevoegde foto's

Inloggen

Nog geen lid van Clubs?

  • Statistieken

    calamandja

    Eigenaar: calamandja

    Leden: 96

    Gewijzigd: 21.03.2010

    5 forumreacties

    4 bezoeken van leden

    1 bezoek van een andere clupper

    22 bezoeken van gasten

  • Clubdag 2010: 1 mei Delft

    09.01.2010 | 21:20

    Lutherse Kerk 3

    Naar jaarlijkse gewoonte organiseren we een "bouwersdag", een clubdag waarbij clubleden samen komen. Na Utrecht (in 2008), Brugge (2009), wordt de derde clubdag dit jaar in Delft gehouden, op 1 mei.  Verzamelpunt is restaurant Moodz (www.moodzdelft.nl) om 12.00.

    Naargelang de organisatie concreter wordt zal dit nieuwsbericht uitgebreid worden. Vanzelfsprekend dat we als voorbereiding op de clubhome een aantal nieuwsberichten over Delft zullen plegen. Heb je interesse, laat het dan weten op het forum of via een mail naar de beheerder. 

    (afbeelding: de heilige Cornelius, in de middeleeuwse St-Joriskapel. Van de vele klooster- en gasthuiskapellen die Delft in de middeleeuwen bezat is zij één van de weinig overgeblevene.)

    Alvast enkele links:
    www.delft.nl
    www.godelft.nl
    www.erfgoed-delft.nl
    bertsgeschiedenissite.nl/delft

    stadsherbergdemol.nl

    Nieuwe Kerk

    ... Delft, het pittoreske oud-Hollandse stadje staat vooral bekend als begrafenisstad van het Koninklijk Huis en de plek waar Willem van Oranje werd doodgeschoten. Maar een beoordeling van Delft aan de hand van deze twee historische feiten doet de stad tekort. Het ’Venetië van de Randstad’ met haar mooie ongeschonden grachtenrijke binnenstad beschikt over een schitterende, ongeschonden, grachtenrijke binnenstad, de scheefste toren van Nederland, de Oude Kerk, is er te bewonderen en de stad inspireerde tal van klassieke schilders tot het scheppen van het mooiste wat zij in zich hadden, zoals Johannes Vermeer bewees met zijn Straatje en Zicht op Delft. Maar Delft is meer dan historie, het is een bruisende vestingstad met gezellige kroegen, uitstekende eetgelegenheden, een rijk winkelaanbod en tal van musea, bioscopen en theaters...

  • 'Liber Trotula' Laatmiddeleeuwse vrouwengeneeskunde in de volkstaal

    'Liber Trotula' Laa…

    Een heel bijzonde…

  • Laatste blogberichten

    • "Klonen" in de middeleeuwen...

      06.02.2010 | 22:54

      Verlangen naar onsterfelijkheid. Volgens hoogleraar Catrien Santing is dit verlangen iets van alle tijden. In de middeleeuwen was men er van overtuigd dat de grote teen het enige onvergankelijke deel van de mens was.  Catrien Santing aanvaart met een oratie over de grote teen op dinsdag 9 februari …
      Lees meer…

    • Het Medici effect nu

      02.02.2010 | 23:48

      De meest innovatieve ideeën ontstaan wanneer mensen uit verschillende disciplines, met verschillende gezichtspunten, hun kennis en creativiteit verenigen. Hoewel de kracht van dit inzicht reeds zes eeuwen geleden bewezen werd, maken bedrijven er anno 2010 nog te weinig gebruik van. Door Ruth de Vul…
      Lees meer…

    • Overblijfselen Eadgyth van Engeland mogelijk gevonden

      24.01.2010 | 20:23

      Archeologen vermoeden de stoffelijke resten van een kleindochter van de beroemde koning Alfred de Grote te hebben gevonden (ca. 848-899). Dat meldt de universiteit van Bristol. Onderzoekers gingen er van uit dat de stoffelijke resten van koningin Eadgyth, zus van koning Aethelstan en kleindochter v…
      Lees meer…

    • Cluny bestaat 1100 jaar

      18.01.2010 | 01:01

      De Romaanse abdij van Cluny in Bourgondië bestaat 1100 jaar. Om dat te vieren staan er tot september 2010 tal van tentoonstellingen, concerten en feestelijke spektakels op het programma.Ook werd een nieuw bezoekerscircuit met de modernste beeldtechnologie gebouwd. Langs het circuit staan schermen d…
      Lees meer…

  • De reizen van Tristan 3: Carcassonne

    18.01.2010 | 02:13

    r03-nl-v

    Deze uitgave vertelt ons de geschiedenis van deze historische stad, verrijkt met talrijke foto's en gereconstrueerde tekeningen.Carcassonne dankt haar naam aan een volkslegende, die beweert dat een bewoonster met de naam Carcas tijdens het beleg van de stad door Karel de Grote een list bedacht had om de belegeraars te ontmoedigen. Van op de vestingmuren gooide ze een vet varken naar beneden. Daarop liet Karel de Grote het beleg opbreken, omdat hij ervan overtuigd was dat de stad over grote voedselreserves beschikte. De klokken luidden urenlang om deze overwinning te vieren.

    Andere reizen van Tristan:

     

    r02-nl-v

    DE REIZEN VAN TRISTAN - DE TEMPELIERS

    In het begin waren ze met z'n negenen. Weldra zullen ze met z'n duizenden, met kortgeknipt haar en ruige baard, over de wegen van het Oosten en het Westen trekken, gekleed in hun witte mantel en gewapend met hun zwaard en hun geloof om de heidenen te bestrijden. De Tempeliers: waarschijnlijk een van de grootste raadsels van de geschiedenis. Wie waren die monniken die tegelijkertijd baden en doodden? Wat voor een Orde was dit, met leden die zelf niets bezaten maar wiens rijkdom af en toe niet hoefde onder te doen voor die van de Koningen? Jacques Martin neemt ons mee in het spoor van deze fascinerende gemeenschap, met tekeningen van Marco Venanzi en teksten van Benot Despas.

    r01-nl-v

  • Rogier Van der Weyden - detail van De Kruisafneming

    Rogier Van der Weyd…

    De Kruisafneming:…

  • Een historische stripreeks heruitgegeven

    03.01.2010 | 01:02

    Medio dertiende eeuw... Frankrijk wordt geregeerd door Lodewijk de Heilige. Terwijl de koning tracht de touwtjes stevig in handen te krijgen, woedt er in centraal-Frankrijk een machtsstrijd tussen enkele van zijn grote leenheren. Temidden van de strijd ligt de onneembare vesting Grozenc onder het bestuur van Enguerran. Zowel de graaf van Berry als de graaf van Lamarche trachten getrouwheid van Enguerran, burchtheer van Grozenc, af te dwingen. Uit schrik voor hoogverraad stuurt Alfons, de heer van Poitiers en de broer van de koning, een afgevaardigde om zich ervan te vergewissen dat Enguerran getrouw zal blijven aan zijn vorst. Ondertussen wordt in de bossen van Grozenc een duo troubadours aangehouden op verdenking van stroperij. De troubadours blijken echter een verborgen agenda te hebben. Een van hen, Hugo, is de rechtmatige erfgenaam van Grozenc. Zijn maat Koppensneller is een oude vriend van Hugo's vader, heer Renaud, die in het Heilige Land verraden werd door Enguerran. Diezelfde avond nog gaan de poppen aan het dansen...

    De onthoofde arenden

    Patrice Pellerin brengt een gedetailleerd historisch scenario ten berde dat de lezer meteen bij de keel grijpt. Vanaf deel 1 worden de belangrijkste schaakstukken op het bord geplaatst en worden bepaalde banden gesmeed die later de reeks zullen dragen (we doelen hiermee bijvoorbeeld op de verstandhouding tussen Hugo en Alix, de knappe dochter van Enguerran). De achtergrond van een geladen politieke situatie en spoken uit het verleden maken van De Onthoofde Arenden een stevige reeks waar enige concentratie voor vereist is.

    Jean-Charles Kraehn verzorgt in deze delen nog het tekenwerk (later zal Michel Pierret dit overnemen) wat staat voor grootse, gedetailleerde decors en realistische personages.

    Met deze eerste bundeling is Daedalus gestart met een reeks die ondertussen in het Frans al 22 delen telt. De bundeling bevat de eerste twee delen van de reeks die later nog in twee afzonderlijke softcoveralbums zullen verschijnen. De bundeling wordt momenteel aan een aantrekkelijke introductieprijs aangeboden. Fans van het betere historische werk: waag je kans!

    DE ONTHOOFDE ARENDEN BUNDELING 1
    1. De Nacht van de Troubadour
    2. De Erfgenaam zonder Naam
    Tekenaar: Jean-Charles Kraehn
    Scenarist: Patrice Pellerin
    Uitgever: Daedalus
    Specificaties: 96 p., € 14,95 (HC)

  • De kleurrijke middeleeuwen

    05.12.2009 | 20:32

    Victoria & Albert Museum in Londen opent tien gerenoveerde zalen over middeleeuwen en renaissance.

    De collectie middeleeuwse kunst in het Londense Victoria & Albert Museum (V&A) behoort tot de indrukwekkendste ter wereld. De voorbije zeven jaar werd die verzameling ingrijpend onder handen genomen en deze week gingen tien vernieuwde zalen middeleeuwen en renaissance weer open voor het publiek. De boodschap van het museum is duidelijk. "De middeleeuwen zijn helemaal geen duistere, donkere periode in de geschiedenis", zegt V&A-directeur Mark Jones.

    LONDEN l Meer dan 1.800 voorwerpen, waaronder schatten zoals de notitieboekjes van Leonard da Vinci, tapijtontwerpen van Rafaël en beelden van Giambologna, geven een overzicht van kunst en wereld tussen de jaren 300 en 1600. De renovatie van de collectie en van de zalen heeft zo"n 35 miljoen euro gekost, maar het gaat dan ook om een museum in het museum. De recente renovatie sluit een campagne van tien jaar af waarbij het V&A 70 procent van het museum heeft vernieuwd.
    Uit een enquête van het V&A Museum bleek dat het leeuwendeel van de bezoekers het begrip "middeleeuwen" steevast associeert met "pest", "oorlog", "godsdienstconflicten", "modder" en "duisternis". Het cliché van de duistere middeleeuwen blijkt dus bijzonder hardnekkig te zijn. Het antwoord van het museum heeft even op zich laten wachten maar is wel duidelijk: de tien zalen van de afdeling middeleeuwen en renaissance baden in het licht en laten schitterende, kleurrijke kunstvoorwerpen zien als juwelen, wandtapijten, glas-in-loodramen en keramiek.
    De oudste objecten stammen uit de Byzantijnse en Karolingische tijd. Opmerkelijk is een ivoren paneel uit de vierde eeuw. Het toont een Romeinse vrouw van adel die een offer brengt aan een heidense god. Ze blijft geloven in de oude godendienst, niet in het "nieuwe" christendom: een treffend statement in een veranderende tijd.
    De grote centrale zaal is een soort binnentuin waar, rondom een spuitende fontein, beelden staan uit de tuinen van koningen en kooplieden. De blikvanger hier is een integrale koorafsluiting in het prachtigste marmer, afkomstig uit de Sint-Janskathedraal van "s-Hertogenbosch. Zo"n afsluiting diende om het publieke gedeelte van een kerk te scheiden van het koor, waar de clerus plaats mocht nemen. De oorspronkelijke afsluiting was zwaar beschadigd tijdens de Beeldenstorm, die in 1566 over de toenmalige Nederlanden trok. De protestanten beschadigden of vernielden toen beelden en schilderijen van Christus en heiligen. Het reformisme kantte zich immers tegen de verering van heiligen, tegen de afbeeldingen van God en Christus en tegen de al te uitbundige praalzucht van de rooms-katholieke kerk. In 1610 bestelde Den Bosch een nieuwe koorafsluiting die de trouw van de stad aan de Spaanse koning en het katholicisme moest uitdrukken. De ironie van de geschiedenis wil dat de stad luttele jaren later vanaf 1629 opnieuw in handen van de protestanten kwam.


    Schriftjes van Leonardo da Vinci

    Het V&A toont veel weelde en rijkdom, vooral in kleding en siervoorwerpen. "We willen dat onze bezoekers het museum verlaten met het gevoel dat het getoonde tijdperk er een van luxe, kleur en raffinement is", zegt de directeur van het V&A Mark Jones. "De middeleeuwen zijn helemaal geen duistere, donkere periode in de geschiedenis."
    Dat wordt, in intellectueel opzicht dan, afdoende geïllustreerd door de notitieboekjes van Leonardo da Vinci. Eén boekje is niet groter dan een spel speelkaarten en bevat Leonardo"s piepkleine handschrift, in bruine inkt en in spiegelschrift. Vijf dergelijke notitieboekjes zijn in het bezit van het V&A, sinds ze in 1876 geschonken werden door de Engelse verzamelaar John Forster. Vroeger waren ze alleen maar voor korte tijd in tentoonstellingen te zien, nu worden ze voor de eerste keer permanent tentoongesteld. Dat kan doordat ze minimaal belicht worden, om schade aan het fragiele papier te vermijden. Regelmatig zal een van de boekjes op een andere bladzijde openliggen, terwijl bezoekers op aanraakschermen het hele boek kunnen doorbladeren, kunnen inzoomen op Leonardo"s werktekeningen en zelfs de tekst kunnen spiegelen, zodat het handschrift "normaal" gelezen kan worden. In de Codex Forster, zoals de schriftjes officieel heten, zijn tekeningen te zien van hydraulische werken en kruisbogen, theorieën over de gewichten, uitwerkingen van portretten en perspectieftekeningen die de voorbereidingen kunnen zijn voor Da Vinci"s Laatste Avondmaal.
    Behalve Da Vinci komen we nog groten uit de Italiaanse renaissance tegen in het V&A. Een model in was zou afdrukken vertonen van de vingers en nagels van Michelangelo, en in een andere zaal zijn de beste reliëfs van Donatello buiten Italië te zien. Indrukwekkend is het enorme marmeren beeld van Samson, die een tegenstander tegen de grond drukt en hem bedreigt met het kaakbeen van een os. Het beeld werd in 1560 gehouwen door de Vlaams-Italiaanse meester Giambologna. Hij maakte het in opdracht van de Medicifamilie voor een kruidtuin in Florence. In 1601 werd het beeld gedemonteerd en verscheept van Livorno naar Madrid, als diplomatiek geschenk voor de hertog van Lerma. Die werd beschouwd als de echte machthebber in Spanje, de sterke man achter koning Filips III.
    Nog meer Italiaans werk is van de hand van Rafaël. Paus Leo X vroeg de schilder in 1515 ontwerpen te maken voor tien wandtapijten, die bedoeld waren om de lagere delen van de muren van de Sixtijnse Kapel te bedekken. De zogenaamde "cartons" werden in 1517 naar Brussel gestuurd om er in de befaamde weverijen diverse stellen tapijten van te maken. Zeven cartons werden later door de Engelse koning Karel I aangekocht.


    Belgisch wandtapijt

    Een van de topstukken in de collectie komt uit België. Het betreft een 15de-eeuws wandtapijt dat tussen 1460 en 1490 geweven werd in Doornik en de Trojaanse Oorlog voorstelt. De volledige reeks bestaat uit elf wandtapijten die elk bijna 5 meter hoog en 9 à 10 meter breed zijn. Exemplaren van de reeks zijn in het bezit geweest van de Franse koning Karel VIII, de Bourgondische hertog Karel de Stoute en de Engelse koning Hendrik VIII. En er is nog een Belgische connectie: het enorme wandtapijt werd onlangs gerestaureerd door de gespecialiseerde Koninklijke Manufactuur De Wit in Mechelen. In totaal zijn er zowat vierduizend uren besteed aan restauratie en conservatie.
    Nog uit eigen land komt een glasraam dat oorspronkelijk in de Heilig-Bloedkapel in Brugge hing. Het werk, vervaardigd omstreeks 1496, toont een engel die de wapenschilden van Maria van Bourgondië en Maximiliaan van Oostenrijk omhooghoudt, vermoedelijk naar aanleiding van hun huwelijk.
    In de eerste plaats is het V&A een Brits museum en Britse topwerken mogen dan ook niet ontbreken. Een van de opvallendste blikvangers is de zogeheten Becket Casket, gemaakt in de Franse stad Limoges. De miniaturen op de kist geven een voorstelling van de moord op de aartsbisschop van Canterbury, Thomas Becket, in 1170. Zijn relikwieën zouden naar verluidt ooit in de kist bewaard zijn geweest.


    Houten gevel

    Spectaculair ten slotte is een houten gevel uit Londen. Die is afkomstig van een huis in Bishopsgate dat de grote brand van Londen in 1666 overleefde maar helaas wel gesloopt werd in de negentiende eeuw, om plaats te maken voor het Liverpool Street Station. Die houten gevel zat, net als zoveel andere voorwerpen, decennialang verborgen in de depots van het V&A.
    De Britse pers is alvast laaiend enthousiast over de nieuwe zalen. The Guardian spreekt van "de spectaculairste uitbreiding van het museum sinds de opening van de British Galleries acht jaar geleden". De recensent van The Daily Telegraph is euforisch: "Qua historisch belang is de middeleeuwse collectie van het V&A vergelijkbaar met die van het Metropolitan Museum in New York (The Cloisters), het Musée de Cluny en het Louvre. De collectie Italiaans beeldhouwwerk biedt het belangrijkste overzicht buiten Italië. (...) In de nieuwe zalen heb je een leven nodig om alles goed te zien... Het hele project is een triomf."


    Victoria & Albert Museum, Cromwell Road, Londen.
    Metrostation South Kensington. Dagelijks van 10 tot 18 uur, op vrijdag tot 22 uur.
    De uitstekende website geeft details van de tentoongestelde werken en gaat dieper in op achtergronden,
    www.vam.ac.uk - Medieval & Renaissance Galleries.
     

  • Laatst toegevoegde video's

  • Nieuwe leden

    • creative_
    • Switchstel
    • flouwerfairy