Kunst en cultuur van de middeleeuwen

Gelukkig+Nieuwjaar+2012.jpg

Welkom op deze club over de middeleeuwen

art_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpg

ehrenritter.gifIn deze club volgen we het nieuws op over de middeleeuwen: nieuwe inzichten, analyses, boeken, tentoonstellingen, films, strips, levende geschiedenis, re-enactment en last but not least, de reisverslagen van onze clubleden. Kortom elk evenement dat ook maar een link heeft met de middeleeuwen krijgt een plaats op deze club. Het kan dus ook een belevenis of ervaring zijn van een clublid, daarvoor dient vooral het forum. Op de blogberichten kan je ook je reacties kwijt. Naast het vele nieuws heb je ook nog plaatjes in de fotoalbums en enkele links.

templiers.gifD
e naam van de club verwijst naar het boek De Kathedralenbouwers van de franse historicus G. Duby: de middeleeuwers waren immers bij uitstek kathedralenbouwers. Dit boek heeft mij begeesterd en het middeleeuwse vuur wakkerde voor eeuwig aan door "De naam van de Roos" van de erudiete Umberto Eco.

Alle links van deze club en nog vele andere links naar websites over de middeleeuwen vind je op de startpagina:
"Middeleeuwen.2link.be", ook beheerd door de operator van deze club.

De periode voor de middeleeuwen, namelijk de Prehistorie en de Oudheid, wordt behandeld in de club
"Van Prehistorie tot Middeleeuwen".

Ben je een toevallige gast? Wordt gratis lid, of laat iets horen op het forum of mail de eigenaar van deze club op calamandja@yahoo.com.

art_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpg

Reeds sedert 2008 organiseert de club Kathedralenbouwers jaarlijks een clubbijeenkomst. Na Utrecht (2008), Brugge (2009), Delft (2010) werd de vierde clubdag dit jaar op zaterdag 28 mei gehouden in Zutphen.

Hieronder vind je het verslag van de clubdag van 2011.   

De vaste volgers van deze club hadden de nerveuze spanning natuurlijk al waargenomen: 28 mei stond in het teken van de jaarlijkse Clubmeeting van de Kathedralenbouwers. Voor de vierde keer alweer zou dé online community over de middeleeuwen elkaar ontmoeten, dit maal in het pittoreske Zutphen. De meeting kent inmiddels een vaste hoeveelheid rituelen, die begint met een half jaar discussieren over de locatie. Vervolgens staat het forum een half jaar bol met praktische en inhoudelijke berichten. De Kathedralenbouwers gaan immers niet over 1 nacht ijs. Dit jaar fungeerde Clublid Bernard-de-Clairvaux als gastheer. Logische reden: hij woont in Zutphen. Het moge duidelijk zijn dat hij een stevige lobby heeft gevoerd voor zijn hanzestadje. Om de dag nog verder op-te-middeleeuwen werd ook Huis Bergh aan het programma toegevoegd.

club2.jpg

28 mei was dus de grote dag en om 10.00 uur troffen de eerste bouwers elkaar op het terras van het Eden Hotel, tegenover de Walburgiskerk. De Vlaamse gasten hadden gekozen voor een voor-overnachting om maximaal te kunnen profiteren van de verre reis. Vanzelfsprekend betrof dit de opperbouwer Calamandja en de grotere literator Maerlandt, inclusief hun aanhang. Even later arriveerden Marjoke en Antonius met hun wederhelften en was het gezelschap compleet. In een flauw zonnetje werd de eerste koffie en cola naar binnen gewerkt om aangesterkt het eerste programmaonderdeel binnen te lopen: de Walburgis. Deze kerk kent diverse bouwfases en heeft in de loop der eeuwen de gedaante aangenomen van een kleine kathedraal. Belangrijk onderdeel van de kerk is de Librije, een laatmiddeleeuwse kettingbibliotheek. Deze boekenverzameling is een Europese zeldzaamheid en figureerde op diverse verlanglijstjes. De Kathedralenbouwers hadden de eer om rondgeleid te worden door mevrouw Aartje Bos-Oskam, schrijfster van het boek 'De Kaarsenkroon van de Sint Walburgiskerk'.

 club3.jpg

 Hiermee is meteen ook een ander hoogtepunt genoemd. Mevrouw Bos-Oskam vertelde vol overgave over de symboliek achter de bijzondere kroonluchter. De eenhoorn en de mystieke jacht stonden hierbij centraal. De bouwers verlieten (natuurlijk) met enige vertraging de kerk en konden meteen aanschuiven bij een heerlijk lunchbuffet in het Eden Hotel. Vervolgens verzorgde clublid Bernard-de-Clairvaux een korte rondleiding langs de diverse historische highlights van de stad. De Vikingaanval van 890, de Karolingische ringwal, de vele resten uit de Hanzetijd, de Broederenkerk (zou Meister Franke daar gewoond hebben?) en de stadsmuur. Hij gaf volmondig toe dat zijn kennis de laatste weken was opgevijzeld tijdens een avondcursus van de stadsarcheoloog.

club4.jpg

Na dit turborondje door de stad reisde het gezelschap naar Huis Bergh. Stipt om 15 uur wandelde men dit schitterende burchtcomplex binnen. Huis Bergh is niet alleen een schoolvoorbeeld van een doorontwikkeld middeleeuws kasteel, het hangt ook vol met kunst. Daarnaast heeft het een bewogen geschiedenis, waarbij de bewoners garant stonden voor politiek en militair avontuur. Een ideale combinatie voor de Kathedralenbouwers dus. Momenteel staat het kasteel in het teken van de Jacht op de....Eenhoorn! Ja, er is nagedacht over dit dagprogramma. Ook hier stond dus de symboliek van de eenhoorn centraal, ondersteund met veel originele prenten en miniaturen. Er was zelfs een originele narwal-schedel te zien, inclusief hoorn. De vaste collectie, verzameld door textielbaron J.H. van Heek, bevatte ook veel middeleeuws moois.  Een beklimming van het donjon mocht natuurlijk niet ontbreken. Het uitzicht bevestigde meteen de strategische positie van 's Heerenbergh. Intussen duizelden de Kathedralenbouwers van de indrukken en moest er dringend bijgetankt worden op het terras van het kasteel. 

club5.jpg

Vakantieplannen, boeken, tentoonstellingen, namaak-trappist...alles passeerde de revu. De dag werd besloten met een dinertje in het naastgelegen binnenstad. Grand Café de Snor serveerde een prima 3-gangenmenu, dat door de Kathedralenbouwers met nog meer gespreksstof werd omlijst. Rond 20 uur trok het middeleeuws gezelschap de stad weer uit. Aan de slotgracht van Huis Bergh werd hartelijk afscheid genomen. Een beter decor was niet denkbaar: de Kathedralenbouwers kunnen weer terugkijken op een legendarisch queeste...en dagdromen over de volgende Clubmeeting.

art_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpg

Foto van de clubleden op de derde clubbijeenkomst in Delft (2010):

Clubleden Kathedralenbouwers in Delft

Foto van de aanwezige clubleden op de tweede clubbijeenkomst van de Kathedralenbouwers te Brugge op 18 april 2009. Op het programma stond een bezoek aan de tentoonstelling "Karel de Stoute - Pracht & Praal in Bourgondië 1433 - 1477". Terug een gezellige & leerrijke bijeenkomst.

cluppersbrugge(1).jpg

art_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpg

documents.gif banner+2link+be.jpg

middeleeuwen.jpg

De Middeleeuwen werden in de 18e eeuw een bron van nationale mythen, als verzet tegen de Verlichting. Nu is het weer een barbaars tijdperk.

In 1760 publiceerde de Schotse geleerde James MacPherson een opmerkelijke literaire vondst. Tijdens zijn reizen door de Schotse hooglanden had hij fragmenten opgetekend van oeroude Keltische poëzie. In die woeste streek zongen de boeren nog de liederen van Ossian, zoon van koning Fingal. Ossian bezong de heldendaden van zijn voorouders in duistere, droefgeestige verzen. Niemand had ooit van Ossian gehoord, en de ontdekking sloeg in als een bom. Er brak een ware Schotse rage los, in heel Europa, die ook niet overging. Zelfs niet toen duidelijk werd dat MacPherson die ‘oeroude’ gezangen voor het grootste deel uit zijn duim had gezogen. Het was zijn manier om te protesteren tegen de ondergang van het Schotse platteland door de industriële revolutie. Een aanklacht tegen de allesverslindende Verlichting. Die boodschap kwam aan. Iedereen was het erover eens dat Ossian de vergelijking met Homerus gemakkelijk kon doorstaan. Er was dus méér dan de klassieken. Er waren nog de Middeleeuwen.

De tweede helft van de 18e eeuw betekende het hoogtepunt van de Verlichting – en tegelijk werd het einde zichtbaar. Natuurlijk had de mens behoefte aan vrijheid en moest hij zich kunnen ontplooien. Maar hij had ook andere behoeften: echtheid, eigenheid en gemeenschap. Zoals Peter Raedts constateert in De ontdekking van de Middeleeuwen, wil de mens deel uitmaken van een groter geheel, van zijn volk of een religieuze gemeenschap.

Nationale roots
Er verscheen een nieuwe generatie dichters en filosofen die op zoek ging naar nationale roots. Die waarschuwde dat een volk dat zijn wortels niet respecteert, dat alleen de klassieken leest en alleen Frans ‘beschaafd’ vindt, gedoemd is ten onder te gaan. Hun zoektocht eindigde in de Middeleeuwen. Britten, Fransen, Duitsers, Italianen – iedereen ‘ontdekte’ rond 1800 zijn oorsprong in de Middeleeuwen. Oude manuscripten werden afgestoft; oude helden op een sokkel gezet en de gotiek, de bouwstijl van de Middeleeuwen, werd nieuw leven ingeblazen.

Het enige land dat niet aan deze rage meedeed (Raedts besteedt er een apart hoofdstuk aan: ‘Uitzondering’) was Nederland. Begin 19e eeuw werden enkele schuchtere pogingen gedaan om een nationaal-middeleeuws verleden te scheppen, maar die liepen op niets uit. Orthodoxe protestanten beschouwden de Tachtigjarige Oorlog als het moment waarop de natie was ontstaan, en weigerden enig belang te hechten aan de (katholieke) Middeleeuwen. Toen de katholieke emancipatie op gang kwam, en de katholieken zich de Middeleeuwen toe-eigenden als hún gouden tijdperk, was het voor het weldenkende deel der natie al helemaal onmogelijk om deze periode te ‘ontdekken’. Nederland was, constateert Raedts, religieus té diep verdeeld om vanuit de Middeleeuwen een nationale mythe te scheppen.

Een bron van mythen – dat waren de Middeleeuwen. De ‘ontdekking’ ervan heeft niets te maken met enige groei van onze kennis omtrent dat tijdperk, maar alles met het verzinnen van een verhaal tégen de Verlichting, tegen de verering van ‘de mensheid’, tegen de ratio – kortom, tegen de moderniteit. Dat verzet bereikte een bloedig hoogtepunt met het nazistische Derde Rijk. Sindsdien is verlangen naar een glorieus middeleeuws verleden hier taboe, en zijn de Middeleeuwen morsdood. Wie nu Middeleeuwen zegt, denkt aan computerspelen en tv-series, aan fantasy en magie. Het is in de collectieve verbeelding weer een barbaars tijdperk geworden.

Raedts hoopt dat we de Middeleeuwen ooit opnieuw kunnen ‘gebruiken’, niet als mythisch verleden, maar om te leren hoe we als mensen om kunnen gaan met onze kwetsbaarheid – want dat was de middeleeuwse mens: uiterst kwetsbaar. De Middeleeuwen herinneren ons aan de morele plicht om, ondanks die kwetsbaarheid, altijd te trachten rechtvaardig te zijn en waar mogelijk, hoe tijdelijk ook, orde te scheppen. Een mooie droom. Maar waarschijnlijk zijn de Middeleeuwen als inspiratiebron voor eeuwig verloren.

Peter Raedts, De ontdekking van de Middeleeuwen. Geschiedenis van een illusie. Wereldbibliotheek, 29,90.

Peter Raedts over zijn boek op de VPRO

abdij-fontenay-gr.jpg

In Frankrijk, meer bepaald in het hartje van Bourgondië, kan men kennismaken met deze voormalige prestigieuze abdij. Gesticht in 1118 door de heilige Bernard of Bernardus van Clairvaux (1090-1153) kende dit convent gedurende verscheidene eeuwen een ongekende bloei en wist het op bijna miraculeuze wijze te ontsnappen aan vernielingen, oorlogen en zelfs aan de Franse Revolutie. Een portret:

Een merkwaardige geschiedenis

Het klooster, geheel gebouwd in Romaanse stijl was zowat vanaf de twaalfde eeuw tot ver in de vijftiende eeuw ontegensprekelijk het cultureel en spiritueel centrum van de regio. De talrijke fonteinen die de tuinen van de abdij opluisterden lagen aan de basis van de naamgeving van het convent. 


Begin zestiende eeuw werd het abdijcomplex meer en meer geleid door commanditaire abten aangesteld door de Franse koning, hetgeen een zeker verval inluidde. Tijdens de Franse Revolutie werd het klooster verkocht aan een zekere Hugot van Percy-sous-Thil, die er zonder enig schaamtegevoel een papierfabriek van maakte. Deze werd in 1820 doorverkocht aan Elie de Montgolfier die de fabriek tot grote bloei bracht. De onderneming functioneerde tot 1906, tot Edouard Aynard (1837-1913), schoonzoon van Raymond de Montgolfier, het kloosterdomein in handen kreeg. 

Aynard, een politicus en tevens welgesteld bankier, liet alle bij de papierfabriek behorende gebouwen slopen en het klooster in zijn oorspronkelijke staat herstellen. Tot op heden is het domein nog steeds het eigendom van de familie Aynard en sinds 1981 staat de voormalige Cisterciënzerabdij op de werelderfgoedlijst van de Unesco.

abdij-fontenay-klooster-gr.jpg

Het abdijcomplex doorgelicht

De bezoeker betreedt het domein via de imposante vijtiende-eeuwse portierswoning. Op de dwarsbalk van de ingangspoort ervan staan twee opmerkelijke geschriften: “Fonte Net” (te vertalen als: datgene wat op fonteinen drijft) en een citaat uit Genesis: “De geest Gods zweefde over de wateren”

Onmiddellijk links van de portierswoning loopt men langs een gebouw uit de dertiende eeuw. Het eerste gedeelte van dit pand deed volgens de historici dienst als kapel voor bezoekers, pelgrims en vreemdelingen. Het tweede gedeelte was de bakkerij. Wetenswaardig is het feit dat de oven nog steeds zijn oorspronkelijke schoorsteen bezit. 

abdij-fontenay-kloosterkerk.jpgPal rechts daarvan bevindt zich de achttiende-eeuwse abtswoning. Deze werd gebouwd voor de commanditaire abten die echter slechts zelden in het klooster verbleven. Links van deze woning valt onmiddellijk de duiventil op en iets verderop de kennel voor de jachthonden van de Hertogen van Bourgondië die in de bossen van Fontenay hun geliefkoosd jachtdomein hadden. 

Het meest indrukwekkende gebouw is ongetwijfeld de kloosterkerk. Het bedehuis werd in zeer korte tijd gebouwd en heeft daarom een volmaakt harmonische bouwstijl. Het is één van de oudste nog bestaande Cisterciënzenkerken van Frankrijk, ingewijd door Paus Eugenius III op 21 september 1147. Het interieur van de kerk bestaat ui een 66 meter lang schip met acht traveeën, overdekt met een tongewelf en spitsbogen. Ter hoogte van het linker dwarsschip of transept herinnert een dertiende-eeuws beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Fontenay de bezoeker aan de bijzondere devotie van Bernardus van Claivaux tot de Moeder Gods. Achter het beeld, ietwat aan het einde van het dwarsschip situeert zich de “Deur der Doden”. Deze kwam uit op de begraafplaats van de monniken. In het midden van het koor van de kerk kan men geëmailleerde tegels zien die in de abdij gevonden zijn en hier werden samengevoegd. Het uiteinde van het koor valt op door een dertiende-eeuws retabel (zie ook artikel Retabels, houten kunstwerken voor de eeuwigheid) dat echter gedeeltelijk beschadigd werd tijdens de Franse Revolutie. De grafstenen van het klooster zijn eveneens samengebracht in het koor. Zo onder meer die van Ebrard, bisschop van Norwich, die, om aan vervolgingen te ontsnappen, zijn bisdom in Engeland ontvluchtte en in 1139 in de abdij zijn toevlucht kwam zoeken. 

In de rechterzijbeuk zien we een statige trap die naar het dormitorium van de monniken leidde. De regel van Sint Bernardus schreef de kloosterlingen voor om in een gemeenschappelijke zaal te slapen op strozakken zonder verwarming. De slaapplaatsen waren enkel door dunne lage wanden van elkaar gescheiden. Het meest opmerkelijke van deze 56 meter lange zaal is ontegenzeglijk het plafond van kastanjehout daterend uit de tweede helft van de vijftiende eeuw.

abdij-fontenay-560-2.jpg

Via een deur op de benedenvloer van de kerk verlaat men de kerk om het eigenlijke klooster te betreden. Daar zien we meteen de Armarium Claustri, een nis waarin de monniken hun boeken achterlieten alvorens de kerkdienst bij te wonen. Het klooster zelf heeft in de loop der eeuwen geen enkele vernieling ondergaan en is daardoor een volmaakt voorbeeld van bouwkunst die overeenstemt met de voorschriften van de Cisterciënzerregels, dit ondanks bepaalde verschillen in de bouw van de vier galerijen en het groot aantal in afwerking uiteenlopende kleine zuilen. 

abdij-fontenay2.jpg

Cisterciënzerabdij van Fontenay - Foto: CC/PMRMaeyaert

Van het hele klooster was de kapittelzaal, na de kerk, het belangrijkste gedeelte. Hier kwamen de monniken iedere dag bijeen onder leiding van de abt om er kapittel te houden en over de zaken van de kloostergemeenschap te beraadslagen. Aansluitend op deze zaal komt men in het scriptorium van de abdij waar de monniken aan hun manuscripten werkten. (zie ook artikel Vlaamse miniaturen onder het spotlicht). 

Voorts valt in de omringende tuin waarin de monniken onder meer hun geneeskrachtige kruiden kweekten respectievelijk de smederij en de ziekenzaal te bezoeken. De ziekenzaal staat omwille van hygiënisch oogpunt geheel los van de overige gebouwen. De smederij daarentegen, 53 meter lang, was een echte fabriek die erts verwerkte van de nabijgelegen heuvel. De gekanaliseerde rivier leverde de energie voor de smeedhamer en de blaasbalg van de koepelovens. De zaal van de smederij wordt terecht beschouwd als een van de mooiste zalen van de abdij. Een bezoek aan deze historische en voormalige spirituele site is dan ook een echte aanrader. Jaarlijks trekt de voormalige Cisterciënzerabdij trouwens meer dan 100.000 toeristen. 

Bron: Historiek.net

Rudi Schrever
Brusselse stadsgids
Rondleidingen op aanvraag
e-mail: rudi.schrever@skynet.be

Romaansebeeldhouwkunst.jpg

Nog een "cadeauboek" om te krijgen, de prijs bedraagt immers 99 euro. De kans is dus klein.

Eind 10de eeuw. West-Europa staat langzaam op uit een diep dal. Na meer dan een eeuw van plunderingen en oorlogen komt er weer enige stabiliteit op het continent. Op de ruïnes van Europa begint ook de kunst weer op te  bloeien. Vooral de romaanse beeldhouwkunst neemt een hoge vlucht. Getuigen hiervan zijn de talrijke meesterwerken die de eeuwen overleefden en nog steeds bewonderd kunnen worden doorheen heel Europa.

Na een voorzichtig begin ontplooide de beeldhouwkunst zich steeds zelfzekerder over de gebouwen, tot op zijn hoogtepunt in de 12de eeuw. De romaanse beeldhouwers schiepen een unieke wereld van steen, waarin zowel het angstaanjagende aardse bestaan als de hemelse glorie hun plaats kregen. De monumentale façades en portalen, ingetogen kloosters en adembenemende kerkinterieurs tonen de eindeloze inventiviteit van deze kunstenaars.

Dit boek gaat op zoek naar eenheid in de eindeloze variatie die zo typerend is voor de beeldhouwkunst van deze periode. Gemeenschappelijke inspiratiebronnen, modellen en iconografische schema’s komen aan bod, net als de talrijke varianten van populaire onderwerpen. De indrukwekkende afbeeldingen en de diepgravende tekst maken dit boek tot een onmisbaar werk voor kunstliefhebbers. Herontdek de romaanse beeldhouwkunst en laat je meeslepen door de magie van deze wereld in steen. De prachtige vertaling van Dimitri De Maesschalck doet de kunst herleven. Met inleiding van Raoul Bauer. 

Romaanse Beeldhouwkunst.
Middeleeuwse verbeelding op steen.
Jean Gaborit, vertaling Dimitri de Maesschalck.
Uitgeverij Davidsfonds. 
Met vele kleurenillustraties / Gebonden – ca. 438 p. / 26 x 31 cm / € 99 

 

Spiegelvandemiddeleeuwen.jpg

Met het eindejaar dat met rasse schreden nadert komt hier en daar het (dure) cadeauboek uit de lucht vallen. Cadeauboek schrijf ik omdat het meestal boeken betreft die je te duur vindt om zelf aan te kopen, een waarvan je heimelijk hoopt om het ofwel eens te "krijgen" ofwel om het na de eindejaarsfeesten goedkoper aan te kunnen schaffen (hoewel dit met de boeken van het Davidsfonds niet makkelij is).

Dit boek is zo een typisch exemplaar: bijna 60 euro voor 25§ pagina's en toch een interessant auteur, namelijk Jozef Janssens, specialist Middelnederlandse letterkunde. Meer over deze Janssens vind je op een vroeger nieuwsitem van deze club (toen hij nog actief was als prof).

De omschrijving op de website van de uitgever is als volgt:


De middeleeuwen worden vandaag de dag nog al te vaak geassocieerd met een duistere, barbaarse, primitieve periode zonder vooruitgang. Niets is minder waar!
Middeleeuwse geleerden wisten wel degelijk dat de aarde bolvormig was.
Uitvindingen zoals de bril, het spinnenwiel en het mechanische uurwerk  zijn middeleeuws.
De moderne roman ontstond aan het eind van de twaalfde eeuw, eeuwen vóór de uitvinding van de boekdrukkunst.
In de middeleeuwen ontstond een heel eigen denken dat aan de oorsprong ligt van ons moderne mens- en wereldbeeld.
 
Spiegel van de middeleeuwen gaat in tegen de vele vooroordelen en schetst een genuanceerder beeld van de middeleeuwse cultuur. Over  de emancipatie van de volkstaal, verschuivingen in de spiritualiteit, experimenteerdrang in de literatuur, het ontstaan van de burgermoraal… In dit boek wordt voorgoed komaf gemaakt met de middeleeuwen van kuisheidsgordels, griezelige kastelen, een verdrukkende Kerk en kortzichtige geleerden.
 
Jozef Janssensis specialist Middelnederlandse letterkunde. Vanuit literaire teksten en historisch onderzoek kwam hij tot nieuwe inzichten over de middeleeuwse cultuur en mentaliteit.
Geen saai encyclopedisch overzicht, maar verrassende invalshoeken, weetjes en anekdotes. Een toegankelijk en boeiend verhaal. Met meer dan 200, nooit eerder vertoonde afbeeldingen.  


ISBN nummer : 
978 90 5826 803 7

 

De ondergang van het Romeinse Rijk markeert het begin van de vroege Middeleeuwen. Nadat het Romeinse leger was vertrokken uit de Lage Landen, raakten diverse Romeinse verworvenheden in verval. De bevolkingsaantallen namen af en de economie werd weer voor het grootste deel zelfvoorzienend. De infrastructuur werd niet onderhouden en ook de Romeinse cultuur - in de vorm van rechtspraak en geschreven taal - verdween. Het schrift was pas een paar honderd jaar later weer in opkomst. 


Marco Mostert, mediëvist aan de Universiteit Utrecht, zegt in een interview met Historisch Nieuwsblad (2009/9) echter te betwijfelen dat het schrift geheel verdween: 'In de late Oudheid zijn hier veel mensen weggetrokken. Deze gebieden werden veel dunner bevolkt. Ik vermoed dat je ook daardoor veel minder schrift uit deze periode ziet.'

Het Frankische Rijk
doop%20chlodowech.jpgUit de resten van het Romeinse Rijk ontstonden in de vijfde eeuw stammenrijken, die naast Germaanse eigenschappen ook duidelijk Romeinse trekken vertoonden. Het Frankische Rijk werd het belangrijkste en de Merovingische vorst Chlodowech (Clovis) speelde hierin een voorname rol. Ook de Lage Landen maakten deel uit van dit rijk.

Het nieuwe rijk, dat zich langzaam maar gestaag zou uitbreiden, erkende nog in enige mate het oppergezag van het Romeinse Rijk, dat toen beperkt was tot Byzantium. In de Frankische besluitvorming was inspraak door de vrije stamleden bindend. Bovendien speelden de gewoonterechten een grotere rol dan het systeem van geschreven wetgeving dat de Romeinen hadden ontwikkeld. Binnen het Frankrische Rijk golden hierdoor meerdere rechtssystemen van verschillende stammen.

Afstamming woog zwaarder dan politieke grenzen, wat het bewaren van bestuurlijke eenheid in een groter geografisch gebied bemoeilijkte. Het rijk dat Chlodowech had weten op te bouwen werd na zijn dood verdeeld over zijn vier zonen.

Kerstening: Willibrord en Bonifatius
In de zevende eeuw werd de inlijving van de Friezen voor de Merovingers prioriteit. Hier lag een drietal redenen aan ten grondslag. Ten eerste was het politiek van belang om het eigen gebied te vergroten. Economisch gezien wilden de Franken profiteren van de handelsroutes over de Noordzee en de Baltische Zee. Ten slotte was religie van belang. De Merovingische koningen speelden een voorname rol in het op gang brengen van de christelijke missionering.

bonifatius.jpgIn het huidige Nederland speelde Bonifatius een belangrijke rol als missionaris. Hij bezocht Willibrord, de  'aartsbisschop van de Friezen', die sinds 695 zetelde in Utrecht. De kerstening ging gepaard met veel machtsvertoon. 'Het ging erom de macht van God te laten zien,' zegt Marco Mostert. 'Dat was een belangrijk argument om je te laten bekeren. Daarom waren wonderen ook zo belangrijk: die lieten zien wat de God van de christenen allemaal kon.' 

De Friezen lieten zich echter niet zonder slag of stoot bekeren. In 754 werd Bonifatius door trouwe heidenen te Dokkum vermoord. 


Karolingische periode
In de achtste eeuw wist Pippijn III (die dankzij een overwinning op de Mohammedanen het aanzien van zijn geslacht had weten te vergroten) de gunst van de paus te verwerven door hem van de dreiging van de Longobarden te redden. Als dank zalfde de paus Pippijn tot 'koning van de Franken'. Hiermee namen de Karolingen de plaats in van de Merovingen. Ze voerden een expansieve politiek en wisten hun invloedssfeer uit te breiden door plaatselijke aristocraten te fêteren met bestuursfuncties en kerkelijke ambten.
Karel de Grote
De Karolingen - de naam is afgeleid van Karel de Grote, zoon van Pippijn III - kregen grotere territoriale ambities. De paus kroonde Karel de Grote in 800 tot 'keizer van de Romeinen'. Net als het Frankische Rijk hinkte ook deze heerschappij op twee gedachten: enerzijds was het een rijk naar Germaanse traditie, anderzijds een staat naar Romeins concept. Het idee van erfopvolging werd echter gehandhaafd en slechts door toeval hoefde het rijk na de dood van Karel de Grote niet opgedeeld te worden. Hij werd opgevolgd door zijn enige nog levende zoon: Lodewijk de Vrome. 


Feodaal stelsel
Het rijk kende enkele structurele zwakheden, waarvan de erfopvolging er één was. Daarnaast was er - mede door de slechte infrastructuur - sprake van een beperkte communicatie. Het gebrek aan financiële middelen was ook niet bevorderlijk voor de ontwikkeling van het rijk. Goed bestuur in het onmetelijke rijk moest beloond worden. Diensten werden vergoed met gronden en de opbrengsten ervan en hieruit ontwikkelde zich het zogenaamde feodale of leen-stelsel. Toen na enige tijd de 'lenen' overerfbaar werden, onstond een nieuwe sociale laag: de adel. Hoewel de leenmannen regeerden in naam van de keizer, gingen zij zich gedragen als lokale potentaten. Daardoor was Europa tijdens de Middeleeuwen in een lappendeken van min of meer zelfstandige gebieden, die dikwijls onderling oorlog voerden.

Na de dood van Lodewijk in 840 werd het Karolingische rijk verdeeld over zijn drie zoons. Zo ontstonden het West-Frankische Rijk (Frankrijk), het Oost-Frankische Rijk (Duitsland) en een zogenaamd Middenrijk. Het huidige Nederland was onderdeel van dit Middenrijk, maar omdat het rijk al gauw werd opgeslokt door de buurrijken, kwam het gebied onder het gezag van de Duitse keizer. (tekst: Simone Olsthoorn)


Hoofdrolspelers


Bonifatius1.JPGBonifatius
★ 672 of 674 - † 754
Eén van de belangrijkste missionarissen en kerkhervormers in het Frankische Rijk. Vermoord bij Dokkum in Friesland. 

Chlodowech.jpgChlodowech
★ 465 - † 511
Ook wel bekend als Clovis. Hij was koning der Franken en legde de basis aan het Frankische rijk, dat een groot deel van Europa zou gaan beheersen. Rond 500 bekeerd tot katholieke christendom. 

KareldeGrote.jpgKarel de Grote
★ 747 of 748 - † 814
Vanaf 768 koning der Franken, vanaf 800 keizer van het Westen. Regeerde over een rijk dat onder andere Oostenrijk, Noord-Italië, Tsjechië, Slowakije, Noord-Spanje, West-Duitsland, België en Nederland omvatte. Hierdoor ook wel bekend als 'Pater Europae' (vader van Europa). Hij liet scholen stichten, voerde een (niet metriek) geldstelsel in, liet de wetten van de Saksen en Friezen op schrift vastleggen en vulde het Frankische wetboek, deLex Salica, verder in. Onder zijn gezag kreeg het feodalisme (leensysteem) gestalte. 

Karel%20Martel.gifKarel Martel
★ 689 - † 741
Hofmeier van het Frankische Rijk. Hij werd zo machtig, dat hij de plaats van de Merovingische koningen innam en stamvader van de Karolingen werd. 

Lodewijk%20de%20Vrome.jpgLodewijk de Vrome
★ 778 - † 840
Volgde zijn vader Karel de Grote in 814 op als koning van de Franken. Beroemd om zijn vroomheid. 

Pippijn%20III.jpgPippijn III
★ 714 - † 768
Ook wel Pepijn de Korte. Zoon van Karel Martel, vader van de latere Karel de Grote. Vanaf 741 hofmeier en vanaf 751 koning der Franken. 

willibrord.jpgWillibrord
★ 658 - † 739
Rooms-katholieke aartsbisschop en missionaris. Beroemd als apostel der Friezen. 

Chronologie

476
Na het uiteenvallen van het Romeinse Rijk ontstaan een aantal stammenrijken

481

Geslacht der Merovingen weet machtigste van stammenrijken te worden

496
Chlodowech (Clovis) laat zich dopen en wordt christelijk

511
Het Frankische Rijk wordt verdeeld over de vier zonen van Chlodowech

± 600
Dorestad komt tot bloei.  Begin van de kerstening

689
Geboorte van Karel Martel (689-741), de zoon van Pepijn II

695
Willibrord wordt aangesteld als aartsbisschop van de Friezen. De bisschopszetel is in Utrecht, waar hij twee kerken bouwt

716
Bonifatius landt in Nederland om missiewerk in Friesland te doen, naar aanleiding van de bevindingen van Willibrord

734
Karel Martel hofmeier van het Frankische Rijk: regeert zonder koning over het gehele Frankische Rijk

751
Pepijn III sluit laatste Merovingische koning op in een klooster. Hij komt de paus te hulp en wordt als dank uitgeroepen tot koning der Franken. Het eind van het Merovingisch koningschap

754
Bonifatius in Dokkum vermoord als hij nog eenmaal terug komt naar zijn eerste missieplaats. De Abt Gregorius leidt nu de bisschopszetel in Utrecht

771
Karel de Grote alleenheerser

786
Liudger (Fries, terug van studie in York) wordt eerste missionaris van eigen bodem in noordelijke regio. Later wordt hij bisschop van Munster

± 800
Het Karolingisch gezag is nu stevig gevestigd. Karel inspecteert de kusten ivm op handen zijnde aanval van Vikingen. Karel de Grote wordt door de paus tot 'keizer van de Romeinen' gekroond

814
Karel de Grote sterft en wordt opgevolgd door zijn zoon Lodewijk de Vrome

840
Lodewijk de Vrome sterft. Het rijk wordt in drieën gedeeld.

870
Bij het Verdrag van Meerssen wordt het Middenrijk verdeeld over Frankrijk en het Duitse rijk.

Bron: Historisch Nieuwsblad

1001004010217171.jpg‘Liefde? Een twaalfde-eeuwse uitvinding,’ stelde de Franse historicus Charles Seignobos (1854-1942), waarbij het voor hem natuurlijk evident was dat deze uitvinding in Frankrijk was gedaan. Uiteraard was Seignobos een te goed historicus om te denken dat de emotie die wij ‘liefde’ noemen voor die tijd niet had bestaan. Wel wees hij erop dat in de periode 500-1100 n.Chr. het woord amor zelden betrekking had op wat vaak wordt aangeduid met de term ‘romantische liefde’.

Aan het begin van de twaalfde eeuw kwam hier radicaal verandering in, en werden dit soort gevoelens bezongen in de poëzie die opbloeide aan de hoven in het zuiden van Frankrijk. Opeens werd er geschreven over liefde op het eerste gezicht, over het wegcijferen van persoonlijke belangen ten bate van de geliefde, over de gelijkwaardigheid van de geliefden, en over het verlangen samen het leven te delen. Over de vraag hoe het kwam dat dit nieuwe ideaal zo plotseling ontstond doen tal van theorieën de ronde. Socioloog Benjo Maso neemt ze in zijn proefschrift allemaal onder de loep. Volgens hem zijn ze echter geen van alle bevredigend, omdat ze over het algemeen slechts aandacht schenken aan één aspect van een complex fenomeen.

Dat mensen ook vóór 1100 verliefd werden, naar het samenzijn met hun geliefde smachtten en geneigd waren deze te idealiseren, blijkt alleen al uit de poëzie van de Romeinse dichter Ovidius, die vanaf de twaalfde eeuw weer bijzonder populair werd. Omdat het hoogst onwaarschijnlijk is dat dergelijke gevoelens na het uiteenvallen van het Romeinse Rijk ophielden te bestaan, kan men zich dus afvragen waarom ze gedurende de zes eeuwen vóór 1100 onderdrukt of in ieder geval verborgen moesten blijven, en waarom ze daarna ineens wel getolereerd en zelfs aangeprezen werden.

Maso wijst erop dat vóór de twaalfde eeuw het moderne concept van het staatsgezag
  waarin de overheid het geweldsmonopolie heeft  nog nauwelijks van toepassing was, en dat men bij het afweren van agressie en geweld was aangewezen op zijn familie en de gemeenschap waarvan men deel uitmaakte. Aan deze betrekkelijk kleine verbanden was men strikte loyaliteit verschuldigd, zodat het voor mannen eigenlijk onmogelijk was sterke en exclusieve gevoelens voor een ander te koesteren.

Aangezien vrouwen zich vrijwel uitsluitend bezighielden met activiteiten buiten de publieke sfeer, waren voor hen gevoelens van liefde voor één specifieke persoon wel aanvaardbaar en zelfs loffelijk. Voor mannen daarentegen dienden de belangen en de veiligheid van de eigen groep absolute prioriteit te hebben.

Vanaf het begin van de twaalfde eeuw begon dit in het zuiden van Frankrijk te veranderen. Er brak een periode aan die aanzienlijk vreedzamer was en waarin de vorst meer macht naar zich toe kon trekken. Voor mannen van adel
  en uiteraard ging het in de literatuur alleen over hen  ontstond een zekere ruimte om zich losser op te stellen tegenover hun verwanten en een persoonlijke carrière na te streven. Dé plek om dat te doen was in de eerste plaats het hof, waar geleidelijk omgangsvormen in zwang kwamen die sterk contrasteerden met de ‘mannelijke’ wereld van krijgers die bij het minste of geringste naar de wapens grepen.

Hoewel er veel kritiek kwam op jongelieden die veel aandacht aan hun uiterlijk besteedden en uiting gaven aan hun gevoelens werd dit gaandeweg meer geaccepteerd. Hoe dit proces verliep, en welke rol de nieuwe vormen van literatuur hierbij speelden, wordt op overtuigende wijze door Maso beschreven in dit boek, dat veel subtieler en genuanceerder is dan deze samenvatting doet vermoeden.


lg_8.jpgMoeilijk verteerbaar 
Wie in dit boek stomende fragmenten over de driehoeksverhouding Arthur - Guinevere - Lancelot verwacht, komt bedrogen uit. Het ontstaan van de hoofse liefde is een wetenschappelijk, gortdroog werk. De lange, academische hoofdstukken zullen de lezer die louter wat ontspanning zoekt, zeker afschrikken. Daarbij komt dat het eerste hoofdstuk zowat onverteerbaar is. Ook de andere hoofdstukken vergen behoorlijk wat doorzettingsvermogen, maar zijn wel interessanter. Je leert heel wat bij over de middeleeuwen: de positie van vrouw, de algemene visie op liefde, de evolutie van de toen populaire literatuur, het onderscheid tussen de sociale klassen, zelfs de leefgewoontes van een vorst komen aan bod.

Schokkend is dat de gewone man (van de derde stand) niet in staat werd geacht lief te hebben en dat er ook toen al een dubbele moraal heerste: een man die een vrouw (desnoods de echtgenote van een ander) "veroverde", was een echte kerel, een vrouw die haar maagdelijkheid verloor voor het huwelijk bezoedelde de reputatie van de hele familie, en een ontrouwe echtgenote verdiende het eigenlijk om de neus afgesneden te worden. Dat soort zaken doet denken aan de taliban. Vreemd genoeg werden vrouwen wel gezien als ongeremde, wellustige wezens, die altijd en overal seks willen - vandaag de dag zal dat toch eerder beweerd worden over de man.

Het ontstaan van de hoofse liefde is een leerrijk, maar helaas een eerder saai werk. Het is de boekhandelversie van het proefschrift van een socioloog en dat merk je. Hoewel er vele interessante zaken in het werk staan, blijft dit toch vooral voer voor historici en romanisten.

 

Benjo Maso 
Het ontstaan van de hoofse liefde 
De ontwikkeling van fin'amors 1160-1230 
Uitgeverij Atlas
Prijs: Euro 24.95
 

The Gothic Ivories Project

Het Gothic Ivory Project is echt zo'n plek die het internet alle eer aandoet. U komt er, net als wij, toevallig op terecht en een nieuwe wereld gaat voor u open. De wereld van de West-Europese beeldhouwwerkjes gemaakt uit elpenbeen, allemaal daterend uit de periode ca.1200 - ca.1530. Het beheer van deze bijzondere online database is het werk van het Londense Courtauld Institute of Art. Zij hebben, met de hulp van vele internationale instituten, deze verzameling van ivoren pareltjes kunnen ontsluiten. Een waardevolle kam. Statuettes van tuiniers. Maria met haar kind. Allemaal te bewonderen. (http://www.gothicivories.courtauld.ac.uk)

 

Caxton Missaal

Een zeldzaam manuscript keert terug naar zijn bibliotheek. Het betreft het Caxton Missaal. Dit zeldzaam manuscript uit de 15de eeuw werd gedrukt door de eerste engelse drukker. Na drie jaar restauratie is de bibliotheek waar het manuscript thuishoorde eindelijk weer in staat om dit gebedenboek te huisvesten. Meer info vind je op YouTube

 

William Caxton (Kent, ca. 1415-1422 - Westminster, maart 1491) was de eerste Engelse drukker. Hij werd geboren in het graafschap Kent en trok naar Londen als leerling bij een stoffenhandelaar. In 1446 vertrok hij naar Brugge om zijn leertijd af te ronden en meer op te steken over de zijdehandel. Hij had succes in het zakenleven en kwam later terecht in het huishouden van Margaretha van York, de hertogin van Bourgondië en zuster van de Engelse koning. Tijdens de reizen die hierbij volgden maakte hij, onder andere in Keulen, kennis met de boekdrukkunst, die ergens tussen 1451 en 1456 was ontwikkeld door de Duitse Johannes Gutenberg. Al snel richtte hij een eigen drukkerij op in Brugge, waar in 1475 het eerste Engelstalige boek werd gedrukt: Recuyell of the Historyes of Troye, door Caxton zelf vertaald. Na zijn terugkeer naar Engeland in 1476 zette hij de eerste drukpers op in Westminster. Ook hier beperkte hij zich niet tot drukwerk, maar vertaalde zelf veel werk uit het Frans. Hij drukte onder meer Geoffrey Chaucers The Canterbury Tales (1478) en Thomas Malory's Morte d'Arthur (1485). Zijn invloed op de standaardisering van de Engelse taal en spelling is groot geweest.

 

Welkom bij Clubs!

Kijk gerust verder op deze club en doe mee.

Wat is dit?


Of maak zelf een Clubs account aan:


Aanbevelingen door leden:

bernard-de-clairvaux starstarstarstarstar

Een geweldige community over de middeleeuwen in al haar facetten. Boeken, tentoonstellingen, steden en discussies met diepgang en humor. Een Vlaams-Nederlandse samenwerking van historisch niveau!