Kunst en cultuur van de middeleeuwen

00e58ff6ed11b29734f4b3dbd0f9ccdf8b4dddce

- Welkom op deze club over de middeleeuwen - 

ff4ed65097cf6febccbfc81e2132384eead5fb8d

ehrenritter.gifIn deze club volgen we het nieuws over de middeleeuwen en discuteren we er over op het forum of blog: nieuwe inzichten en analyses, boeken en internetberichten, tentoonstellingen, films en TV-series, strips, levende geschiedenis en re-enactment en last but not least, de reisverslagen van onze clubleden. Kortom elk evenement dat ook maar een link heeft met de middeleeuwen krijgt een plaats op deze club. Het kan dus ook een persoonlijke belevenis of ervaring zijn van een clublid of gast, daarvoor dient vooral het 'Forum'. Op de blogberichten kan je ook je reacties kwijt. Naast het vele nieuws heb je ook nog de talrijke videoclips die je vindt in 'Videoalbums' en enkele links. Kortom, ben je in geschiedenis geïnteresseerd en meer bepaald in de periode van de middeleuwen, maak je kosteloos lid en doe mee of geniet.

templiers.gifD
e naam van de club verwijst naar het boek De Kathedralenbouwers van de franse historicus G. Duby: de middeleeuwers waren immers bij uitstek kathedralenbouwers. Dit boek heeft mij begeesterd en het middeleeuwse vuur wakkerde voor eeuwig aan door "De naam van de Roos" van de erudiete Umberto Eco.

Alle links van deze club en nog vele andere links naar websites over de middeleeuwen vind je op de startpagina:
"Middeleeuwen.2link.be", ook beheerd door de operator van deze club.

De periode voor de middeleeuwen, namelijk de Prehistorie en de Oudheid, wordt behandeld in de club
"Van Prehistorie tot Middeleeuwen".

Ben je een toevallige gast? Wordt gratis lid, of laat iets horen op het forum of mail de eigenaar van deze club op calamandja@yahoo.com.

eric-enide-e1391725330308.jpg

Reeds sedert 2008 organiseert de club Kathedralenbouwers jaarlijks een clubbijeenkomst.
Na Utrecht (2008), Brugge (2009), Delft (2010), Zutphen (2011) is de vijfde clubdag in 2012 doorgegaan in Kortrijk. Hieronder vind je het verslag van deze laatste clubdag.

IMG_0001.JPG

De Kathedralenbouwers weten elkaar al sinds 2001 te boeien en het is inmiddels  genoegzaam bekend dat de digitale vrienden elkaar één keer per jaar in levende lijve ontmoeten. Dit heeft geleid tot een aantal legendarische evenementen dat op zaterdag 2 juni culmineerde in een eerste lustrum. De blijde intocht vond plaats in het West-Vlaamse Kortrijk, waar opperbouwmeester Calamandja domicilie houdt. Hij slaagde erin zijn mede-middeleeuwers buiten de poorten van zijn domein te houden, maar bood hen ter compensatie gelukkig een geweldig programma aan.

2012kortrijk+2.jpg

Om 10 uur werd verzameld in een chique hotel met uitzicht op de Broeltorens. De Nederlandse gasten waren via diverse routes al in Kortrijk beland.  Antonius en zijn vrouw waren bijvoorbeeld in Ieper geweest en nog zeer onder de indruk van de ‘last post’ die zij hadden meegemaakt.  Na de eerste schermutselingen moesten de Kathedralenbouwers natuurlijk aan de slag en wel letterlijk…de Guldensporenslag! Kortrijk staat natuurlijk in de hersenschors van elke Vlaming gebeiteld vanwege deze beroemde veldslag uit 1302. In dat jaar hakten Vlaamse burgers en edelen een Frans leger in de pan op het Groeningenveld buiten Kortrijk.  Sinds een aantal jaar is er een interessant multimediaal centrum gewijd aan deze slag. Naast de spannende militaire aspecten komen ook de economische, maatschappelijke en politieke aspecten aan bod. De nationalistische simplificaties worden daarbij vakkundig naar het rijk der fabelen verwezen. De Kathedralenbouwers waren onder de indruk van de vormgeving en de inhoudelijke kwaliteit. Een klein punt van kritiek kan gericht worden aan de beperkte fysieke collectie. Het zou toch mogelijk moeten zijn om het brede umfeld van 1302 met meer voorwerpen aanschouwelijk te maken. Later op de dag werd dit gemis volledig gecompenseerd….

2012kortrijk+1+.jpg

Eerst stond echter de lunch op het programma. Calamandja had zijn ega Marie-Christine met tegenzin toestemming gegeven de lokale horeca te verkennen, maar de Bouwers konden deze inbreng zeer waarderen. Ondanks haar naam bleek Restaurant de Trog een uiterst charmante locatie, waar een culinair zeer verantwoorde lunch werd geserveerd. Dit bood natuurlijk tevens de mogelijkheid voor de uitwisseling van allerlei historische feiten en feitjes, hoewel daarbij de krijtlijn weleens werd overschreden. Marjoke moet dat verhaal over het collier van Marie-Antoinette nog maar een keer uitleggen op haar Paleizenclub… Een speech behoorde niet tot de mogelijkheden, want daarvoor blijken West-Vlamingen niet extravert genoeg. Nederlanders praten sowieso teveel, waardoor een speech alleen maar tot irritaties zou leiden. Zelfkennis en tolerantie hielden dus gelijke tred en het plezier heeft er zeker niet onder geleden.

2012kortrijk+4.jpg

Na de lunch togen de Bouwers wederom naar het Centrum 1302, want daar stond inmiddels een stadsgids te wachten. Deze dame was uit het juiste middeleeuwse hout gesneden en daarbij nog eens goed toegesproken door opper-Bouwer Calamandja. De stadswandeling begon bij een 16de eeuwse kaart, die op compacte wijze de geschiedenis van de stad illustreerde. Toen was het tijd voor het echte werk: de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Deze kapittelkerk uit Doornikse steen heeft een robuuste uistraling, die wordt verzacht door de heldere, gotische Gravenkapel. Ooit was het bedoeld als de grafkapel van het Vlaamse gravengeslacht, maar zover is het niet gekomen. De vele neo-gotische portretten van  Vlaamse graven en gravinnen boden wel de kans om alle dynastieke en militaire avonturen van de diverse geslachten door te nemen.  Daarnaast boden de kleine gebeeldhouwde zwikken genoeg inspiratie om afentoe af te dwalen. Zutphense Bernard kwam tot tevredenheid een eenhoorn  en een hijgend hert tegen. Overmand door vaderlandsliefde fotografeerde Maerlant de gulden sporen in het kerkgewelf….

2012kortrijk+3.jpg

De tocht ging verder naar een middeleeuwse kelder onder een modern winkelpand. De omvang en met name de natuurstenen zuilen maakten veel indruk. Nog indrukwekkender waren de laat-gotische schouwen in het Kortrijkse Raadhuis. Deze haardplaatsen stonden bol van de symboliek die bestuurders en rechters moest aanzetten tot rechtvaardig handelen. Overigens werd men ook gewaarschuwd voor kwalijke vrouwelijke listen. Terecht natuurlijk.

De Kathedralenbouwers werden na deze inhoudelijke onderdompeling verweesd achter gelaten door de vakkundige gids. Nieuwe moed werd ingedronken met een prettig streekbier…of een cola light. Als slotakkoord wandelden de Bouwers nog even door het pittoreske begijnhof, gefundenes Fressen voor middeleeuwen-liefhebbers.  Daarna werd het tijd voor een echte maaltijd. Wederom wierp de gedegen voorbereiding vruchten af, want in de schaduw van de Maartenskerk stond Café Rouge  garant voor een prima diner. Intussen was de gespreksstof definitief de historische krijtlijnen gepasseerd, zodat kinderen, kleinkinderen, verbouwingen en nog veel meer de revue konden passeren. Rond negen uur was het tijd om afscheid te nemen en ja… er werd al weer gespeculeerd over een volgende meeting. Zonder meer mag geconcludeerd worden dat de Kathedralenbouwers hun lustrum op hoog niveau hebben gevierd. Kortrijk was een ideaal decor voor dit historisch samenzijn. Een hartelijk dank aan Peter en Marie-Christine voor hun voorbereiding en gastheerschap!

 

Getekend: clublid bernard-de-clairvaux.

art_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpg

Foto van de clubleden op de vierde clubbijeenkomst in Zutphen (2011):

club2.jpg

Foto van de clubleden op de derde clubbijeenkomst in Delft (2010):

Clubleden Kathedralenbouwers in Delft

Foto van de aanwezige clubleden op de tweede clubbijeenkomst van de Kathedralenbouwers te Brugge op 18 april 2009.

cluppersbrugge(1).jpg

art_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpg

documents.gif Scoop+it_online+curating_scoop+it+versus banner+2link+be.jpg

coverontwerp_de_papen_van_brugge.jpg?ito

Het karikaturale beeld van de losbandige middeleeuwse geestelijken herbekeken.

Het 15de-eeuwse Brugge was een middeleeuwse grootstad. In deze metropool floreerden luxenijverheden, internationale handel en maakte het Bourgondische hof grote sier. Brugge telde in deze periode enkele honderden geestelijken: kanunniken en pastoors, maar ook kapelanen en talrijke zangers. Onder hen vinden we enkele van de meest vooraanstaande componisten, zangers, ambtenaren en professoren van de lage landen terug, o.a. Gilles Binchois, Gilles Joye, Guillaume Dufay en Antoine Haneron. De Brugse kanunnik Joris Vander Paelen werd door Jan Van Eyck als een devoot man afgebeeld, maar sommige kronieken schetsen een ander beeld van de laatmiddeleeuwse clerus: ‘Zijn het dan allemaal hebzuchtige en eerzuchtige dieven, hoogmoedige en wellustige hoerenlopers en maagdenonteerders?’

In ‘De papen van Brugge’ wordt de levenswandel van niet minder dan 1298 seculiere geestelijken onderzocht. Het karikaturale beeld van de hypocriete, geile, ijdele of vraatzuchtige pastoor wordt door Hendrik Callewier aan de hand van rijke archiefbronnen herbekeken en bijgesteld.

"Zijn alle clerici dan hebzuchtige en wellustige hoerenlopers?", zo schrijft Romboud de Doppere, zelf kapelaan van de Brugse Sint-Donaaskerk, in zijn bekende kroniek. Verhalende bronnen uit de late middeleeuwen geven ons op het eerste gezicht een vrij negatief beeld van de seculiere geestelijkheid: ongeletterdheid, absenteïsme, proletarisme, onkuisheid, ... Maar strookt dit wel met de werkelijkheid? Voor zijn proefschrift nam Hendrik Callewier de proef op de som voor wat betreft de Brugse geestelijkheid. Op basis van onuitgegeven archiefmateriaal, waaronder de bijzonder boeiende kapittelakten van de Sint-Donaaskerk, schetst hij een levendig portret van de geestelijkheid in het Bourgondische Brugge. Waarom en hoe werd iemand priester? Wat was het recept voor een succesvolle kerkelijke carrière? De bedenkelijke levenswandel die veel geestelijken erop nahielden wordt in geuren en kleuren beschreven. Het valt op hoe veelzijdig de 15de-eeuwse kanunniken en kapelanen waren. Activiteiten als muzikant, notaris, of ambtenaar, overschaduwden vaak hun pastorale taken. Daarmee wordt ook duidelijk dat zij in het Bourgondische Brugge een vaak onderschatte rol hebben gespeeld die het religieuze domein ver overstijgt. 

De papen van Brugge.
De seculiere clerus in een middeleeuwse wereldstad 1411-1477.
Hendrik Callewier
Universitaire Pers Leuven
411 pagina's - 55 euro 

280_99999_5332_9789087044107.pcovr.Veldh

Het was een populaire wijsheid in de middeleeuwen: je kon meestal maar beter je mond houden. "Spreken es dicke zere berouwen ender ter grooter scaden comen," zegt het vroeg veertiende-eeuwse wijsgerige Boec van Sidrac, "ende swigen es selden berouwen." Van spreken kwam weinig goeds, en volgens sommigen vormden de 'zonden van de tong' — onder andere vleien, kwaadspreken, liegen, schelden, vloeken en uit je nek kletsen — een apart hoofdstuk in het boek der zonden.

De onlangs in Utrecht gepromoveerde Martine Veldhuizen heeft het originele idee gehad om de middeleeuwse opvattingen over slechte taal voor haar proefschrift De ongetemde tong te bestuderen aan de hand van twintigste-eeuwse taalfilosofen als John Searle, J.L. Austin en Paul Grice en taalkundigen als Dell Hymes. Zij beschreven taalgebruik als handelen, als een manier om iets te veranderen in de wereld; samen noem ik ze hieronder voor het gemak pragmatici (dat komt van het Griekse woord voor 'handelen').

Wanneer ik jullie bijvoorbeeld met de dood bedreig, is de wereld nooit meer wat hij is geweest; maar datzelfde geldt als ik jullie mededeel dat de aarde plat is.

Vanaf dat moment beschikken ineens honderden mensen over informatie die ze eerder niet hadden: dat ik geloof dat de aarde plat is.

Woorden morsen

Die visie op taalgebruik pas natuurlijk goed op het beeld dat het Boec van Sidrac schetst. Zoals ook het beeld van bijvoorbeeld Grice een goed begrippenapparaat blijkt te bieden om sommige middeleeuwse taalopvattingen te beschrijven. Volgens Grice gaan sprekers en luisteraars er in een gesprek van uit dat hun gesprekspartner zijn best doet om een zinnige bijdrage te bieden. Dat hij geen onwaarheid spreekt, bijvoorbeeld, en niet onnodig met woorden morst.

Veldhuizen bespreekt drie verschillende contexten waarin middeleeuwers nadachten over verkeerd taalgebruik: godsdienst, niet-godsdienstige ethiek, en het recht. Uit alle drie de domeinen haalt ze een aantal voorbeelden aan en laat ze zien hoe ze in het taalkundig-filosofisch begrippenpaar passen. Interessant zijn natuurlijk vooral de verschillen, de plaatsen waar het niet lukt. Ik zie er daarvan in totaal ook al drie.

Morele orde

Het eerste is dat al die pragmatici niet bezig waren met moraal, en ook niet met recht. Grice bedoelde bijvoorbeeld niet zozeer dat het verderfelijk is om te liegen, maar dat mensen er normaal gesproken vanuit gaan dat de ander niet liegt. Veldhuizen bespreekt een korte passage waarin Grice zegt dat het slechter is om te liegen dan om te uitvoerig te zijn. Maar ook dat bedoelde hij geloof ik vooral als een beschrijving van hoe mensen in elkaar zitten.

Door het wél in die context te plaatsen, krijgen de beschrijvingen een andere lading. Anderzijds is het mogelijk veelzeggend dat er pas sinds enkele decennia mensen zijn die zulke zaken als onwaarheid spreken kunnen beschouwen zonder er normen bij te betrekken. Ervoor is het nodig dat je de mens op zichzelf, en buiten de morele orde, kunt bekijken. Dat konden (of wilden) mensen in de middeleeuwen kennelijk niet.

Vuige praatjes

Het tweede verschil is een aanvulling die Veldhuizen maakt op het werk van de pragmatici. Zij gaan er meestal vanuit dat er twee personen bij een gesprek betrokken zijn: de spreker en de hoorder. Veldhuizen wijst erop dat in ieder geval voor de middeleeuwer ook anderen geschaad kunnen worden: de besprokene (bijvoorbeeld in het geval van laster) en het publiek (die zich laten meeslepen door vuige praatjes; ik vermoed overigens dat voor veel pragmatici die toehoorders alleen een bijzonder soort luisteraars zijn.)

Voor een deel heeft ook dit verschil te maken met de morele context waarin Veldhuizens discussie zich begeeft. Voor het begrip van hoe alledaags taalgebruik in elkaar zit is het vermoedelijk om het even of er over blokken hout voor de en haard of over mensen gesproken wordt. Juridisch ligt dat anders. Voor de middeleeuwers was er bovendien één heel speciale Toehoorder. Door Hem te schaden met je achteloze tong kon je de orde der dingen geheel en al verstoren.

Op zijn kop door een vloek

Dat is nog eens een taalhandeling! Hij past inderdaad in de schema's van Austin en Searle, waarin geen plaats is voor metafysische consequenties van het gezegde: bij de door hen geanalyseerde werkwoorden gaan die consequenties niet verder dan de spreker en de hoorder, en hun onderlinge relatie. Zij beoogden hiermee natuurlijk (en misschien terecht) om alleen objectief vaststelbare veranderingen weer te geven, maar het voorbeeld van godslastering laat zien dat hun werk daarmee toch minstens voor een deel cultureel bepaald was.

(Je zou het kunnen proberen te repareren door te zeggen dat er iets aan spreker of hoorder verandert door de godslastering, namelijk dat ze geloven dat ze nu verdoemd zijn. Maar een echte gelovige leeft in een wereld die geheel op zijn kop gezet wordt door een vloek. Dat is misschien subjectief, maar dan is menen dat je getrouwd bent omdat een ambtenaar gezegd heeft 'ik verklaar u man en vrouw' óók subjectief.)

Ongetemde tong

Het derde verschil tussen middeleeuwers en pragmatici houdt óók verband met een groot verschil in wereldbeeld. Voor middeleeuwers was het verschil tussen lichaam en geest veel groter dan voor ons. Ja, het was absoluut. Dat betekende dat een lichaamsdeel als de tong bijna een eigen leven kon leiden. Het was zaak om die tong in bedwang te houden. 'Die sine tonghe dwingt vander haest / dat hi Gode es alder naest' zegt de Dietsche doctrinale. Met de enorme stroom boeken van sociaalpsychologen over het onderbewuste (zoals Daniel Kahn) lijkt me de losse tong weer helemaal terug, trouwens.

Voor pragmatici die Veldhuizen gebruikt lijkt het me noodzakelijk dat de spreker wil zeggen wat hij zegt. Wanneer iemand dingen zegt omdat zijn tong machtiger was dan hijzelf, kunnen Austin, Searle en Grice wel inpakken.

Helaas heeft Veldhuizen uiteindelijk vooral een medioneerlandistische blik. Ze heeft niet veel meer gelezen dan de klassiekers op het gebied van de pragmatiek, en ook haar aanbevelingen voor verder onderzoek gaan allemaal over de mediëvistiek. Dat kun je haar natuurlijk niet kwalijk nemen, want De ongetemde tong moet een enorme kloof dichten. Ik hoop dat er veel over dit boek gesproken zal worden en weinig gezwegen,

Martine Veldhuizen. De ongetemde tong. Opvattingen over zondige, onvertogen en misdadige woorden in het Middelnederlands 1300-1550. Hilversum: Verloren, 2014.

 

Bron: Marc van Oostendorp; http://nederl.blogspot.nl.

WULPSEWIJVENdef.jpgHaar brede, zijden hoofdband zat iets te hoog op haar voorhoofd; haar ogen waren zeker wulps; haar tot dunne boogjes geplukte wenkbrauwen waren zwart als jeneverbessen. Ze zag er lekkerder uit dan de vroeg rijpende jutteperen en zachter dan lamswol.

Het beeld van de hoofse, zedige middeleeuwen wordt in dit boek helemaal overboord gegooid. Wulpse wijven, geile gasten bundelt meer dan veertig pikante, erotische tot zelfs schunnige verhalen, raadsels, gedichten en liederen. Je leest over listige, overspelige vrouwen, over een jonge knaap die geld verdient aan het liefdesspel, en over nonnetjes die in het badhuis op zoek gaan naar verlossing.

Eenvoudige plots, een beperkt aantal personages zoals de bedrogen echtgenoot, de overspelige vrouw en haar minnaar, humor en erotiek: dat zijn de ingrediënten van een middeleeuwse Schwank of boerde. Deze amusante verhalen werden door specialisten in de middeleeuwse letterkunde bijeengebracht en vertaald uit het Oudfrans, Middelnederlands, -hoogduits en -engels naar het hedendaags Nederlands. De teksten worden aangevuld met pikante afbeeldingen uit de middeleeuwse kunst. De allerstoutste zitten voorlopig nog verstopt in gesloten katernen en die kan je zelf ontdekken. Rode oortjes gegarandeerd!

 

Wulpse wijven, geile gasten.
Middeleeuwse pikanterieën in woord en beeld.

Ludo Jongen, Martine Meuwese, Bart Veldhoen, Norbert Voorwinden

Davidsfonds - Prijs: € 32,50

004-evenhoghe.jpg

Enige tijd geleden twitterde de Leidse mediëvist Erik Kwakkel (@Erik_Kwakkel) wat afbeeldingen van middeleeuws wapentuig. De bron hiervan was een 15de-eeuws handschrift uit de stadsbibliotheek van Besançon, "de Bellifortis" van de Duitse auteur Konrad Keyser.

De plaatjes van tal van belegeringswerktuigen stonden keurig gedigitaliseerd op een rij, maar, helaas, een beschrijving ontbrak. Nu is het best lastig om al die, soms fantasievol weergegeven, machines op naam te brengen, maar voor sommige is dat best te doen, zeker wanneer we er Nederlandse verhalende bronnen uit de veertiende en vijftiende eeuw bijpakken. 

Het apparaat dat hiernaast staat afgebeeld wordt in middelnederlandse bronnen een "evenhoghe" genoemd. Deze prachtige term drukt precies uit wat het is: een bouwwerk om even hoog te komen met de muren van een burcht of stad, zodat men makkelijker projectielen naar binnen kon schieten. Wij zouden zeggen: een belegeringstoren. 

De evenhoghe was een tot in de vijftiende eeuw veel gebruikt werktuig. Voordat de muren werden ‘ge-enterd’ schoten boogschutters vanuit de hoogte hun pijlen af op de belegerden.

Die boogschutters, althans die op het Europese vasteland, maakten voornamelijk gebruik van diverse soorten kruisbogen, ook armborsten of arbalesten genoemd. Ook daar geeft de Bellifortis een paar mooie voorbeelden van. 

ad-onmogelijke-1.jpg

Na wat verder zoeken vond ik een nog veel mooiere editie, uit ongeveer het midden van de vijftiende eeuw, in de Universiteitsbibliotheek van Frankfurt.

ad-onmogelijke-2-265x309.jpg


De afbeeldingen zijn inhoudelijk praktisch gelijk aan die uit Besançon, ze zijn alleen mooier vormgegeven en fijnzinniger ingekleurd. Ze ogen ook levendiger. Neem nou de bovenstaande paardenlift (folio 117v). Behalve een slimme en goed uitgedachte manier om paarden ordelijk en in groepen over een rivier heen te krijgen ziet het er ook bijzonder elegant uit. De knechten aan weerszijden hebben er duidelijk plezier in.


Een nog vernuftiger machine biedt folio 142r. Weer een soort lift, maar nu een verticale die voor personen is bedoeld en zo te zien moet die ook nog eens op windkracht kunnen draaien, als we die schoepenraderen tenminste als zodanig interpreteren. Geschreven beschrijvingen ontbreken helaas in dit manuscript, dus we moeten er naar raden. Let vooral ook op het perspectief van het laadbakje tussen de staanders, het touw en de windas. Duidelijk een hele vroege Escher, uit 1450.

Ten slotte nog volgende intrigerende afbeelding van een mechanisch door handkracht voortgedreven schip. Het idee is duidelijk: twee schoepenraderen aan weerszijden worden aangedreven met een slinger, via een tandwielstelsel dat erg aan dat van een molen doet denken. Het is waarschijnlijker dat Kyeser dit idee ter ore was gekomen dan dat hij het daadwerkelijk gezien heeft.

ad-onmogelijke-3.jpg

Perspectivisch gezien klopt de constructie van geen kant en draait die slinger nu binnen of buiten de boot?

Bron: Ad van der Zee; Historiek.net en advanderzee.com

9200000015466698.jpg

De Frankische vorst Karel de Grote, die regeerde van 768 tot 814, lijkt op de een of andere manier altijd terug van weggeweest. Zowel in kronieken, heiligenverhalen als miniaturen was Karel in de eeuwen na zijn dood terug te vinden. Toch is het beeld van Karel de Grote altijd eenzijdig politiek en daardoor diffuus gebleven.

 

In Franse epische gedichten, zoals het twaalfde-eeuwse Roelandslied of in het vroeg dertiende-eeuwse Karel en de Elegast, zien we Karel de Grote opduiken. En tegenwoordig dragen nog talloze steden – zoals Aken, Parijs, Zürich en Luik – zijn beeltenis of een van de helden uit zijn entourage. ‘Als een tijdloze leeft Karel de Grote onder ons verder’, aldus zijn historicus Raoul Bauer, die een prachtige, lijvige biografie over Karel de Grote schreef: Karel de Grote. Op de grens tussen twee werelden.

Scharnierpunt

Ondanks de blijvende betekenis van Karel de Grote, blijft zijn persoon echter diffuus, aldus Bauer. De rechtvaardiging voor het schrijven van een nieuw levensverhaal legt Bauer bij het feit dat in de bestaande historiografie vooral Karels politieke betekenis breed uitgemeten is: zijn manier van bestuur en de betekenis van het Frankische Rijk.

Anders dan eerdere historici beschrijft Bauer zijn subject dan ook hoofdzakelijk vanuit een cultuurhistorisch perspectief, met de bedoeling om hem te begrijpen als een scharnierpunt tussen de antieke wereld en de middeleeuwse cultuur. De aandacht in het boek gaat dan ook vooral uit naar kunst, filosofie en het religieuze denken van Karel de Grote.

Sacre_de_Charlemagne.jpg

Kroning van Karel de Grote

Keizer in St. Pietersbasiliek

Het boek begint met een goed geschreven historiografische inleiding, gevolgd door een chronologisch relaas van enkele hoofdstukken dat begint met de Val van het Romeinse Rijk. Aan bod komen daarna het Frankische Rijk onder Clovis, de Merovingers (6e eeuw) en de Pepiniden (6e eeuw).

Het voorgeslacht van Karel de Grote krijgt de nodige aandacht in hoofdstuk twee, uitlopend op de kroning van Karel tot keizer op 25 december 800. Veel aandacht besteedt Bauer aan het historiografische debat over de vraag wat Karel de Grote van de waarschijnlijk onverwachte kroning vond. Wist Karel dat hij tijdens Kerstmis door de paus tot keizer zou worden gekroond, of kwam de kroning uit de lucht vallen? Bauer toont hier aan dat de gang van zaken Karel nogal tegenstond. Een hoofdthema dat in het tweede hoofdstuk verder uitgelicht wordt is Karel de Grote in zijn rol als vader. Karel de Grote is minstens vier keer getrouwd geweest en hield er ook diverse maîtresses op na. Karel kreeg ruim 30 kinderen en kleinkinderen. Vervolgens gaat het derde hoofdstuk in op de religieuze uitgangspunten en visies van de vorst.

Charlemagne_and_Pope_Adrian_I.jpg

Paus Adrianus I vraagt hulp aan Karel de Grote

De ‘mythische’ Karel

Waar in de eerste drie hoofdstukken de historische Karel de Grote aan bod komt, staat in het vierde hoofdstuk de ‘mythische’ Karel centraal en dan met name het beeld dat middeleeuwse literatuur en verhalen van hem gecreëerd hebben. Brauer bediscussieerd in dit verband drie onderwerpen. Ten eerste Karels contacten met islamitische oosterlingen. Karel maakte enkele reizen naar het Oosten, die in de overlevering algauw werden voorgesteld als ‘heldhaftig en succesvol’. Het tweede onderwerp is de zogenoemde Karolingische renaissance, waardoor de Frankische keizer het symbool werd van voorspoed en geluk. Ten slotte nuanceert Bauer het imago van Karel als ‘eindkeizer’ van het christelijke Frankische Rijk. In de Middeleeuwen dachten veel invloedrijke christelijke opiniemakers dat na Karel de Grote de antichrist zou worden losgelaten.

  Charlemagne_et_Louis_le_Pieux.jpg

Karel de Grote geeft instructies aan Lodewijk de Vrome

‘Vader van Europa’ of cultuurdrager?

Rond 800 noemden tijdgenoten Karel de Grote steevast ‘Vader van Europa’ en dat is hij nog steeds, aldus Raoul Bauer. Echter, we moeten er niet voor terugdeinsden dit beeld te relativeren, zo concludeert de biograaf. De betekenis van Karel de Grote ligt nog sterker in de mede door hem bewerkstelligde continuering van het Frankische Rijk ‘als actieve bewaarengel van de klassieke en vroegchristelijke cultuur’.

Voorts was Karel de Grote in cultureel opzicht vooral belangrijk door het accent dat hij legde op correct geschreven teksten via klooster- en overschrijfinstanties, zijn waardering voor het onderwijs en het belang dat hij toekende aan bibliotheken. Karel was dan ook een van de ‘voornaamste erflaters van het huidige Europa’.

435px-Karl_der_gro%C3%9Fe.jpg

Slot

De biografie van Karel de Grote is vlot geschreven en voorzien van voortreffelijke illustraties, foto’s en kaarten. Leerzaam is dat Bauer gedurende het betoog meermalen het debat aangaat met eerdere historici, waardoor zich een veelzijdig beeld evolueert van de persoon Karel de Grote, met een klemtoon op de cultuurhistorische aspecten. Voor wie zich nog verder in de Frankische vorst en keizer wil verdiepen, biedt het notenmateriaal en/of de beknopte literatuurlijst een goede richtinggever.

   

Bron: Enne Koops; Historiek.net

Karl_der_Gro%C3%9Fe_in_der_Chronik_des_E 

 Afbeelding van Karel de Grote in de Kroniek van Ekkehard van Aura (ca. 1112/1114)

Karel de Grote - Raoul Bauer

Een keizer op de grens tussen twee werelden

ISBN: 9789066307070

Uitgever: WBOOKS

Hardcover, 320 pagina’s

Prijs: € 62,50

1002004013673556.jpg

In de driedelige BBC-documentaire Kruistochten vertelt dr. Thomas Asbridge – werkzaam aan London University en schrijver van onder meer The First Crusade – op meeslepende wijze het verhaal van de kruistochten. De dvd bestaat uit drie delen en duurt in totaal ruim tweeënhalf uur. Enkele vragen die Asbridge beantwoordt, zijn waarom er een heilige oorlog uitbrak tussen christendom en islam, waarom honderdduizenden Europeanen gehoor gaven aan de oproep voor de kruistochten en wie deze oorlog uiteindelijk won.

Om deze vragen te beantwoorden, bezoekt Asbridge de originele plaatsen die tijdens de kruistochten een sleutelrol vervulden. Ook spreekt hij met vakgenoten en toont hij (kopieën van) belangrijke bronnen over deze periode. Zoals het 23-delige boekwerk Historia rerum in partibus transmarinis gestarum (Geschiedenis van de daden in de Kruisvaardersstaten, ca. 1184) van historicus Willem van Tyrus.

De dvd is verdeeld in drie verhalen. Het eerste deel gaat over de Eerste Kruistocht en deel twee over de confrontaties tussen Saladin en Richard Leeuwenhart. In het laatste deel – dat ik buiten deze bespreking laat – staat het verloop van de heilige oorlogen in Egypte centraal.

    

Jihadstrijders

Het eerste deel behandelt de avonturen van de eerste kruisvaarders. Het verhaal begint met een vurige anti-islamitische preek van paus Urbanus V op 27 november 1095 in de Midden-Franse plaats Clermont-Ferrand. Urbanus stelde:

De islamieten hebben de altaren besmeurd met bloed dat ze in de doopvonten lieten vloeien. Ze hebben de christenen besneden en hen gegeseld en gemarteld, voordat ze hen doodden.

Urbanus riep zijn toehoorders op wraak te nemen en naar het Heilige Land te trekken om Jeruzalem te bevrijden van deze barbaren. En – dat gaf voor velen de doorslag – de paus beloofde zijn publiek de ultieme christelijke beloning: garantie op het eeuwige leven.

De pauselijke motivatie voor de oproep lag in de algehele crisis van het christendom. De kerk was verdeeld tussen Oost en West en de geestelijkheid lag voortdurend overhoop met het Duitse wereldlijke gezag.

Er begon een periode van religieus fanatisme en extreem geweld tussen wat Asbridge ‘middeleeuwse ridders’ en ‘jihadstrijders’ noemt. De eerste groep christenen van circa 80.000 mannen, vrouwen en kinderen vertrok in 1096 in meerdere groepen naar het Heilige Land. Een haast suïcidale tocht van liefst 4000 kilometer lag voor de boeg. Deze eerste bedevaart duurde drie jaar en was doordrenkt van menselijke ontberingen als honger, dorst, slachtpartijen, enzovoort.

Zo werden de kruisvaarders vlakbij Dorylaeum aangevallen door Turkse strijders te paard, die ‘loeiden als wolven en een wolk van pijlen afvuurden’, zoals een overlevende het verwoordde.

Deze manier van vechten was voor ons onbekend. We werden omsingeld en beefden van angst.

De Turken slachtten vrijwel alle kruisvaarders af: mannen, vrouwen en kinderen. Maar omgekeerd waren de kruisvaarders even wreed. Toen ze op 3 juni 1098 Antiochië binnendrongen, hakten ze de islamitische bevolking met zwaarden volledig in de pan. De verovering loopt uit op de vondst van de mythische Heilige Lans – de lans die zou zijn gebruikt om Jezus te doorboren aan het kruis – door de legendarische monnik Peter Bartholomeus.

   

Mooie lokale meisjes: Saladin en Leeuwenhart

Het tweede deel gaat in op het leven van twee roemruchte strijdheren uit de tijd van de kruistochten. Richard Leeuwenhart en de legendarische islamiet Saladin kwamen rond 1190 lijnrecht tegenover elkaar te staan. Asbridge ontrafelt diverse mythen uit het leven van beide strijders.   

Opmerkelijk is bijvoorbeeld de overtuiging van velen dat Saladin in september 1187 Jeruzalem innam zonder dat de strijd in een bloedbad ontaardde. In de historiografie is de legende ontstaan van een ‘vredelievende Saladin’. Asbridge stelt op basis van nieuw bronnenmateriaal – een verslag van Saladins adviseur dat in Oxford ligt – dat deze geenszins van plan was met de christenen te onderhandelen, maar een bloedbad wilde aanrichten. Omdat de christenen echter dreigden alle islamitische heiligdommen in Jeruzalem te verwoesten en alle moslimkrijgsgevangenen te doden, hield Saladin zich in.   

Vervolgens vertrok de meedogenloze Richard Leeuwenhart naar het Heilige Land, om met Saladin af te rekenen. In Akko richtte hij een bloedbad aan en onderweg haalde Leeuwenhart alles uit de kast om de kruisvaarders in christelijk gareel en militair moreel te houden. Veel kruisvaarders vermaakten zich onderweg namelijk met wijn en de mooie lokale meisjes, maakten steeds vaker ruzie maakten en vochten soms op leven en dood om de kadavers van dode paarden te verorberen om de tergende honger te stillen.   

Uiteindelijk ontmoetten Saladin en Leeuwenhart elkaar. Leeuwenhart won de eerste veldslag langs de kust, en toen Jeruzalem binnen bereik kwam deed hij Saladin een opmerkelijk voorstel. Richard bood hem aan zijn zus uit te huwelijken aan Saladins broer, waarna het kersverse bruidspaar een deel van het kustgebied in handen zou krijgen. Na enkele dagen onderhandelen – Saladin trapte natuurlijk niet zomaar in deze doorzichtige diplomatieke val – trok Leeuwenhart zijn voorstel in. Saladins broer was namelijk een moslim…

Door de winter en de slechte bevoorrading was het moreel van Leeuwenharts troepen echter gezakt tot onder het dieptepunt. De kruisvaarders ‘vervloekten hun eigen geboorte’, aldus Asbridge, en diverse eenheden deserteerden. Hetzelfde gebeurde echter in Saladins leger. De wanorde bood Richard een tweede kans op te rukken naar Jeruzalem. De strijd eindigde uiteindelijk onbeslist en Leeuwenhart en Saladin sloten in 1192 een verdrag. Saladin verkeerde namelijk in grote financiële nood en Leeuwenhart wilde terug naar Engeland, waar zijn broer Jan Zonder Land zijn koninkrijk probeerde over te nemen. Het verdrag bepaalde dat christenen vrije toegang kregen tot islamitische plaatsen.

    

Slot

Historicus Thomas Asbridge is een meesterverteller, die gedurende de documentaire de aandacht van de kijker weet vast te houden. Het feit dat hij op basis van primair bronnenmateriaal en logisch redeneren diverse legenden en mythen doorprikt, maakt deze documentaire tot een uniek historisch document.

   

Bron: Enne Koops; Historiek.net; 

PS : de 3 video's zijn te bekijken in de 'Videoalbums', in het album 'Crusades' (echter zonder onderschrift).

jeanne-d-arc-proces.jpgJeanne d'Arc verscheen in 1431 in Rouen voor de inquisitie (kerkelijke rechtbank). Ze werd onder meer beschuldigd van het weglopen van huis, niet erkennen van kerkelijke autoriteit en het dragen van mannenkleren. Op 30 mei 1431 belandde de Franse boerendochter op een brandstapel in Rouen. Bij uitgeverij Nieuw Amsterdam verschijnt later deze maand voor het eerst een Nederlandse vertaling van het proces dat in 1431 tegen Jeanne d'Arc werd gevoerd. Hieronder enkele fragmenten uit dat bijzondere boek.  

       

Verslag van het proces

  

Woensdag 2 mei (1431)

Toen haar werd verteld over de strijdende Kerk en haar werd aangeraden het artikel ‘Eén heilige katholieke en apostolische Kerk’ te geloven en aanvaarden, en zich aan de strijdende Kerk te onderwerpen, antwoordde ze: ‘Zeker geloof ik in de Kerk op aarde; maar zoals ik eerder zei, hoop en vertrouw ik voor mijn woorden en daden op God.’ En verder: ‘Ik geloof zeker dat de strijdende Kerk niet kan dwalen of tekortschieten, maar mijn woorden en daden leg ik aan God voor en vertrouw ik aan Hem toe, want Hij heeft me alles opgedragen wat ik heb gedaan.’ Ze zegt opnieuw dat ze zich onderwerpt aan God, haar Schepper, die haar deze dingen opdroeg; ze vertrouwt op Hem en op Zijn persoon. 

Op de vraag of ze bedoelt dat ze op aarde geen rechter heeft en dat onze Heilige Vader de paus niet haar rechter is, antwoordde ze: ‘Ik heb u niets meer te zeggen. Ik heb een goede meester, God, en ik vertrouw volledig op Hem en op geen ander.’ Toen haar werd gezegd dat ze een kett er is als ze niet gelooft in de Kerk en in het artikel ‘Eén heilige katholieke en apostolische Kerk’ en dat ze door andere rechters met het vuur gestraft zou worden, antwoordde ze: ‘Ik heb u niets meer te zeggen. Als ik het vuur zag, zou ik zeggen wat ik u nu zeg en niets anders.’ [...] 

jehanne.jpgOp de vraag of ze zich zou onderwerpen aan de paus, antwoordde ze: ‘Breng me voor hem en ik zal hem antwoord geven.’ Meer wilde ze niet zeggen. [...] 

Tot slot werd Jeanne nogmaals uitvoerig in algemene bewoordingen aangemaand om zich aan de Kerk te onderwerpen, op straffe van excommunicatie. Als de Kerk haar zou uitstoten, zouden haar lichaam en ziel groot gevaar lopen: haar ziel om in het eeuwige vuur, haar lichaam om in het vuur van deze wereld te branden, op vonnis van andere rechters. Ze antwoordde: ‘Als u me behandelt zoals u zegt, zullen uw lichaam en ziel door boze geesten worden bezocht.’ 

Als u me behandelt zoals u zegt, zullen uw lichaam en ziel door boze geesten worden bezocht.

Op de vraag naar één enkele reden waarom ze niet toegeeft aan de Kerk, weigerde ze opnieuw te antwoorden. Vervolgens hebben vele doctoren en deskundigen van uiteenlopende rang en faculteiten haar aangemaand, welwillend tot haar gesproken en erop aangedrongen dat ze zich aan de universele strijdende Kerk, de paus en het algemene concilie zou onderwerpen. Ze hebben uitgelegd door welke gevaren haar lichaam en ziel werden bedreigd als ze zichzelf en haar daden niet aan de strijdende Kerk zou onderwerpen. 

Ze bleef bij haar antwoorden.

    

Woensdag 9 mei 1431 

  

jeanne-d-arc 1505.jpgIn hetzelfde jaar, op woensdag 9 mei, is Jeanne aan ons, rechters, voorgeleid in de grote toren van het kasteel van Rouen. [...] Jeanne werd verzocht en aangeraden de waarheid te vertellen over vele uiteenlopende zaken in haar proces die ze eerder had ontkend of waarover ze had gelogen, aangezien positieve gegevens, bewijsmiddelen en zwaarwegende vermoedens voorhanden waren. Veel daarvan werden aan haar voorgelezen en uitgelegd, en haar werd gezegd dat ze gemarteld zou worden als ze de waarheid niet zou bekennen. De martelwerktuigen in de toren werden haar getoond. Er waren ook beulen aanwezig die haar op ons bevel konden martelen, om haar terug te voeren naar de weg en de kennis van de waarheid en zodoende haar lichaam en ziel te verlossen, die ze door haar leugenachtige verhalen aan ernstige gevaren had blootgesteld. 

Jeanne antwoordde:

Eerlijk gezegd, zelfs als u mijn ledematen uit elkaar rukt en mijn lichaam van mijn ziel scheidt, zal ik u nog steeds niets anders vertellen. En als ik u iets vertel, zal ik later zeggen dat u me hebt gedwongen.

Ze zei dat ze op het laatste feest van de Kruisvinding steun had gevonden bij de heilige Gabriël, en ze gelooft dat het de heilige Gabriël was en weet dat dankzij haar stemmen. Ze zegt dat ze haar stemmen om advies heeft gevraagd over de kwestie of ze zich aan de Kerk moest onderwerpen, aangezien de geestelijken daar zeer op aandrongen, en dat de stemmen haar hebben gezegd dat ze voor al haar daden op God moet vertrouwen als ze wil dat God haar helpt. 

Ze zegt dat ze heel goed weet dat God steeds al haar handelingen bepaalde en dat de duivel er nooit macht over had. Verder zegt ze dat ze haar stemmen heeft gevraagd of ze op de brandstapel zou terechtkomen, en dat ze haar hebben gezegd op de Heer te vertrouwen, die haar zou helpen. [...] Toen we merkten hoezeer haar gemoed verhard was en op welke toon ze antwoordde, vreesden wij, rechters, dat ze weinig baat zou hebben bij de martelwerktuigen en we besloten ze niet toe te passen totdat we nader advies hadden ingewonnen. 

jeanne+d%27arc+3.jpg       

Jeanne d'Arc. Het proces - Daniel Hobbins.
Uitgeverij Nieuw Amsterdam.
296 pagina's - 19,95 euro.
http://www.nieuwamsterdam.nl

Daniel Hobbins is associate professor geschiedenis aan de University of Notre Dame. Zijn specialisatie is de Franse Middeleeuwen, met name de tijd waarin Jeanne d'Arc leefde. Hij heeft verschillende boeken en artikelen op zijn naam staan, en werd onderscheiden met een flink aantal belangrijke prijzen voor zijn werken. 

     

Waardering

jeranne-d-arc-brandstapel.jpg

Het leven van Jeanne d'Arc is vaak beschreven. Maar de belangrijkste bron van informatie, namelijk het in 1431 tegen haar gevoerde proces, verscheen niet eerder in onze taal. Dat wordt nu 600 jaar na haar geboortejaar goedgemaakt met een vertaling van de woorden die gesproken werden tijdens deze rechtszaak, die leidde tot de brandstapel. Zo kunnen wij Jeanne zelf horen spreken. Jeanne d'Arc. Het proces onthult fascinerende aspecten van haar leven, haar karakter, haar visioenen en motieven. Daniel Hobbins oogstte met dit boek, dat een gedetailleerd beeld geeft van het leven van een middeleeuwse vrouw, veel lof. Hij geeft Jeanne's woorden voortreffelijk weer en biedt in zijn veelgeprezen inleiding een goed inzicht in de tijd waarin zij leefde.

Jeanne d’Arc is geen legende of mythe. Ze heeft echt bestaan. En van haar maandenlange proces in 1431 zijn uitvoerige processtukken bewaard gebleven. Origineel geschreven in het Frans en in het Latijn. In 2005 werden ze vertaald door Professor Daniël Hobbins en nu in 2012 naar het Nederlands. Het boek bevat de nodige achtergrondinformatie en dat is voor het volgen van het verloop van de geschiedenis prettig. Zo is er een landkaart ten tijde van de Engelse bezetting van Noord Frankrijk, een lijst van hoofdpersonen rondom het proces, waarvan het is aan te raden is, deze eerst te lezen. De officiële ten laste legging en de vele vragen aan en antwoorden aan en van Jeanne zelf.

Uit het boek komt een schets naar voren van een onverschrokken, psychotische jonge vrouw, die in mannenkleren (destijds zeer ongepast!) tegen de Engelsen ten strijde trekt. Met een godsdienstwaanzinnig vertrouwen in haar religie. Ze heeft aanvankelijk militaire successen geboekt. Maar haar opmars staakte met haar gevangenneming voor de muren van Compiègne op 23 mei 1430. Uit haar officiële ondervraging blijkt hoe angstig en gebiologeerd haar aanklagers waren omdat Jeanne claimde stemmen van heiligen en engelen te horen. De Franse inquisitie veroordeelde haar uiteindelijk tot de brandstapel. Het tragische procesverslag is minitieus vastgelegd om een eerlijk proces te veinzen, omdat zij immens populair was aan diverse Europese hoven in de Middeleeuwen. Een bijzonder boek over een ongelofelijk sterke vrouw in een bijzondere tijd. Een moeilijk leesbaar boek door de vele voetnoten en hoofdpersonen, maar een aanrader voor de liefhebber, die het in een ruk zal uitlezen.

Welkom bij Clubs!

Kijk gerust verder op deze club en doe mee.

Wat is dit?


Of maak zelf een Clubs account aan:


Aanbevelingen door leden:

bernard-de-clairvaux starstarstarstarstar

Een geweldige community over de middeleeuwen in al haar facetten. Boeken, tentoonstellingen, steden en discussies met diepgang en humor. Een Vlaams-Nederlandse samenwerking van historisch niveau!