Blogposts

Blog

Geplaatst op zaterdag 23 oktober 2010 @ 22:49 door Calamandja , 882 keer bekeken

Eerste tentoonstelling over C…


Ook in de renaissance kon je rijk worden van kunsten. Lucas Cranach de Oude (1472-1553) is daar het sprekende voorbeeld van. Deze bij ons minder bekende Duitse kunstenaar was zowel schilder en prentenmaker als apotheker, handelaar en politicus. Hij werd de rijkste burger van zijn stad, Wittenberg. Bozar toont een prachtige overzichtstentoonstelling van de man. 

 

Cranach had zijn succes niet alleen te danken aan zijn artistiek talent, maar ook aan zijn ondernemingsgeest, werkkracht en flexibiliteit. Het zijn ‘skills’ die ook vandaag nog in hoog aanzien staan. Op de Brusselse tentoonstelling komt de persoonlijkheid van Cranach volop tot uiting via zijn kunst en die van enkele van zijn tijdgenoten die hem beïnvloed hebben. Al met al worden vijftig schilderijen en een honderdtal prenten van Cranach getoond, naast vijftig werken van zijn collega’s. Het is de eerste grote expositie over de kunstenaar in de Benelux.

 

Cranach kwam uit een kunstenaarsfamilie. Zijn vader, Hans Maler, was ook schilder en werkzaam in de stad Kronach. Toen Cranach op 29-jarige leeftijd naar Wenen verhuisde, begon de kunstenaar zich te noemen naar zijn geboortestad. Onder de naam Cranach werd hij beroemd, het werd zelfs een merknaam. Zijn twee zonen, Hans Cranach en Lucas Cranach de Jongere, werden ook kunstenaar. Ze namen maar al te graag de naam, de stijl en zelfs de onderwerpen van hun vader over. Dat veroorzaakte 500 jaar geleden al verwarring: wie had wat geschilderd? Ook nu nog zijn kunsthistorici onzeker bij de toeschrijving van de meeste werken.

 

Ondernemingszin

 

Na een verblijf van drie jaar in Wenen werd Cranach in 1505 door de machtige hertog Frederik de Wijze, die de keurvorst van Saksen was, gevraagd hofschilder in Wittenberg te worden. De keurvorst wou van de stad een humanistisch centrum maken. Hij stichtte er een universiteit en trok geleerden en kunstenaars aan. In de loop van zijn bijna 50-jarige verblijf in Wittenberg bouwde Cranach een indrukwekkende carrière uit. Hij was niet enkel kunstenaar, hij zat ook in de gemeenteraad van de stad. Cranach werd er diverse keren verkozen als schepen en burgemeester. Hij opende er als enige ook een apotheek en dreef handel in waardevolle goederen zoals kruiden, suiker, zoetwaren, wijn en gekleurde bijenwas. Bovendien had hij, samen met een vennoot, een kleine drukkerij en een papierhandel.

 

In zijn functie van hofschilder ontmoette Cranach heel wat topfiguren van zijn tijd, van wie hij een portret maakte. Enkele daarvan worden in Brussel getoond, onder meer van keizer Karel V en Maarten Luther, maar ook van Margaretha van Oostenrijk, de landvoogdes der Nederlanden die in Mechelen resideerde. De kunstenaar moet een netwerk van relaties gehad hebben. De lijst van Cranachs opdrachtgevers leest als een ‘Who is who’ van het begin van de 16de eeuw, ook buiten Duitsland.

 

Het waren woelige tijden, vooral in religieuze zin. Een van de oorzaken was de massale handel in aflaten door de katholieke kerk. Dat leidde tot het ontstaan van het protestantisme. De keurvorst van Saksen steunde de reformatie en had in Wittenberg ook de protestantse theoloog Maarten Luther onder zijn bescherming. Met hem geraakte Cranach bevriend. Cranach zou getuige zijn bij diens huwelijk met de uitgetreden non Katharina von Bora. Meer zelfs, Cranach hielp bij de financiering van de boekuitgave van Luthers revolutionaire vertaling van het Nieuw Testament. Het zou, zoals in de tentoonstelling te zien is, de kunstenaar niet verhinderen ook opdrachten te aanvaarden van katholieke hoogwaardigheidsbekleders. Hij bediende beide confessionele kampen op hun wenken. Ook zijn eigen handel ging boven ideologische overwegingen.

 

Invloeden

 

De tentoonstelling in Brussel is grotendeels chronologisch opgebouwd. Ze begint met een reeks van tientallen houtsneden en etsen en zelfs drie originele tekeningen die Cranach maakte. Die bladen zijn zowel technisch als thematisch spectaculair. Door zijn personages in een landschap te integreren concurreerde Cranach in zijn prenten met de veel statischer houtsneden van zijn tijdgenoot Albrecht Dürer. In de tentoonstelling worden beide meesters vergeleken.

 

In die vroege periode, in 1508, maakte Cranach een reis door Vlaanderen. Veel is daar niet over geweten. Hoe dan ook moet hij in Brussel, Mechelen of Antwerpen de schilderijen gezien hebben van Jan Gossaert, Quinten Metsys, Gerard David en Bernard van Orley. Eens terug in Wittenberg nam hij in zijn werk Vlaamse stijlkenmerken over. Toch slaagde Cranach er niet in de verfijnde weergave van stoffen, zoals zijde en fluweel, van de Vlamingen te evenaren. Ook het werken in groepsverband - de samenwerking in een enkel atelier van meester, gezellen en leerlingen - nam hij over van de Vlamingen. Die werkorganisatie bood enorme mogelijkheden om zijn productie op te drijven.

 

Cranach verwerkte daarnaast ook invloeden van diverse Italiaanse meesters, zoals blijkt uit zijn voorstelling van Lucretia. Dit deugdzame personage uit de literatuur van de klassieke oudheid stelt een vrouw voor die na een verkrachting zelfmoord pleegde. Dat Cranach dat antieke onderwerp schilderde, naast bijbelse figuren zoals Salome en Judith, bewijst dat de Duitse kunstenaar goed wist waarmee de renaissancekunstenaars in Italië op dat moment bezig waren.

 

Naakten

 

Na de getoonde prenten vormen de geschilderde naakten van Cranach een tweede hoogtepunt van de tentoonstelling. Ook daarmee getuigde de kunstenaar uit Wittenberg van zijn kennis van de renaissance. Cranach was de eerste kunstenaar boven de Alpen die de figuur van Venus, een heidense liefdesgodin, als zelfstandig motief durfde te schilderen. Naar dergelijke onderwerpen was vraag in de humanistische kringen van het hof en van de universiteit van Wittenberg.

 

Om kritiek te voorkomen was hij wel zo handig de zinnelijke voorstelling te verbinden met moreel-didactische elementen. In veel van zijn Venus-figuren, die staand of liggend werden geschilderd, suggereerde Cranach dat de vrouw een gevaarlijke macht heeft. Het was opletten geblazen. Het moralistische tintje maakte het onderwerp aanvaardbaar en verhoogde meteen de verkoopbaarheid van dergelijke werken. In zijn naakten viel de zakenman die Cranach was perfect samen met de kunstenaar. Het is een combinatie die de succesvolle kunstenaars van vandaag niet vreemd is.

 

Bozar, Paleis voor Schone Kunsten, 

Koningsstraat 10, 1000 Brussel. 

Tot 23 januari. Open van dinsdag tot zondag.

www.bozar.be



Reacties

  • bernard-de-clairvaux
    zondag 24 oktober 2010, 13:24
    Oje, moeten we daar ook weer heen!

Plaats een reactie

Je moet ingelogd zijn om een reactie te mogen plaatsen. Klik hier om in te loggen.