Blogposts

Blog

Geplaatst op zondag 13 november 2011 @ 23:27 door Calamandja , 1266 keer bekeken

Expo Leonardo da Vinci in Lon…

  

Zeventien jaar verbleef Leonardo da Vinci aan het hof van Milaan. In die periode probeerde hij niet alleen met Het Laatste Avondmaal het perfecte schilderij te maken, hij hoopte ook met zijn 'gave Gods' de geheimen van de schepping te doorgronden. 'Wat zijn schilderijen reveleren, is even diepzinnig als wat de filosofen in hun traktaten schreven' zegt Luke Syson, curator van de grote tentoonstelling Leonardo, schilder aan het hof van Milaan die deze week opent in de National Gallery.

  

Homoseksuele betrekkingen waren verboden in de stadsstaat Firenze, hoewel ze in de cultuur ingebakken zaten. In het jaar 1476 verschenen de 24-jarige Leonardo da Vinci en drie gezellen voor de rechtbank op beschuldiging van sodomie. Ze riskeerden de doodstraf, maar werden vrijgesproken bij gebrek aan bewijzen. Het gerucht ging dat Lorenzo de Medici ('il Magnifico') een goed woordje voor hen had gedaan. De Florentijnse heerser was gesteld op mannen van talent. Met name het atelier van Andrea del Verrocchio had de handen vol met opdrachten voor schilderijen en sculpturen, decors en kostuums in opdracht van Il Magnifico. Leonardo, opgeleid en werkzaam bij Verrocchio, kwam niets te kort. Hij hield er zelfs een eigen ateliertje op na.

Echt op te schieten leek de bastaardzoon van een notaris uit Vinci evenwel niet. Een altaarstuk voor het Palazzo Vecchio bleef steken in het ontwerpstadium, en in de kerk van San Donato kwam hij niet verder dan een onderschildering. Het is wel een der knapste onderschilderingen ooit. De wervelende Aanbidding van de Wijzen (bewaard in de Uffizi) doet de verbijstering van de omstanders bij de geboorte van Gods zoon onder elke oogopslag opnieuw overslaan. Hij schoot niet op, omdat hij perfectie wilde. Een portret van Ginevra de Benci had van de hand van Jan van Eyck kunnen zijn, vermeerderd met een psychologische sensibiliteit en een nieuwe atmosferische visie op de ruimte. Aldus Pietro Marani, groot Leonardokenner. Ondertussen maakten de besten onder zijn stads- en generatiegenoten naam in Rome. Botticelli, Perugino en Signorelli werkten zich de pleuris met het beschilderen van de muren van de Sixtijnse Kapel.

We weten niet precies waarom, maar rond 1480 had Leonardo het in Firenze wel gezien. Gelukkig wist Lorenzo de Medici raad met hem. Hoogbegaafde kunstenaars elders in Italië aan de man brengen, paste in zijn culturele diplomatie. Zijn faam als begunstiger van de kunsten kon er alleen door groeien. Zo had hij in Milaan een oude vriend zitten, Ludovico Sforza, bijgenaamd ' Il Moro', de Moor, vanwege zijn gitzwarte voorkomen. Die speelde de baas over de Lombardische stadsstaat, hoewel hij het officieel niet was. Ook hield hij er een formidabele hofhouding op na, waar de knapste kunstenaars, dichters, musici, architecten, ingenieurs en andere wetenschappers kind aan huis waren. Ze maakten er allen samen een Sforza-Parnassus van, het meest luisterrijke renaissancehof van Europa. De officiële baas over Milaan, hertog Gian Galeazzo, kon het niet meer aanzien, en verhuisde zijn hof naar Pavia.

Beeldschone protegé

Leonardo, ondertussen toch al dertig, schreef een sollicitatiebrief naar de Moor waarin hij vooral zijn kunde in het maken van oorlogsmaterieel onderstreepte: 'Ik kan bruggen bouwen die heel licht, sterk en draagbaar zijn, om een vijand te achtervolgen en te verslaan.' Lichte kanonnen maken, dat kon hij ook, tunnels, strijdwagens, versterkingen, gebouwen, hele grote en hele kleine. Lorenzo, zijn Florentijnse beschermer, beval hem warm aan bij Ludovico, en gaf hem een cadeautje mee: een met zilver beslagen lyra da braccia (een snaarinstrument met strijkstok) in de vorm van een paardenkop, een ontwerp van Leonardo zelf. Oude geschriften leren dat zijn jonge protegé, de beeldschone Atalante Migliorotti, hem op zijn reis naar Milaan vergezelde. Leonardo had hem ingewijd in de geheimen van de muziek, en aan het hof van de Moor verwierf Atalante als muzikant en instrumentenbouwer een faam die de grenzen van Milaan overschreed. Isabella d'Este, markiezin van Mantua, ontbood hem op het kasteel van Marmirolo om er de rol van Orpheus te vertolken in het eerste drama in de Italiaanse volkstaal, Favola di Orfeo van Angelo Poliziano.

De veronderstelling wint veld dat op Leonardo's Portret van een musicus (1485-87) zijn protegé Atalante Migliorotti afgebeeld staat. Alleszins gaat het om een intimus, veronderstelt Luke Syson, curator van de tentoonstelling Leonardo da Vinci/Painter at the court of Milan in Londens National Gallery. 'Je ontkomt niet aan de indruk dat er een persoonlijk element meespeelt in zijn keuze van de modellen voor zijn portretten. Isabella d'Este, die doodgraag haar portret geschilderd had gezien door Leonardo, moest zich tevredenstellen met een tekening. Anderzijds koos de kunstenaar, nadat hij in 1500 naar Firenze was teruggekeerd, een obscure Florentijnse huisvrouw met vier kinderen als model voor zijn Mona Lisa (1503-07).' Zij kon, net als Migliorotti, tenminste voldoende tijd uittrekken om te poseren. Het Portret van een musicus is immers ambitieuzer dan het lijkt, het onderwerp is ook de kunst van het schilderen zelf, aldus Syson.

'Het is in zekere zin een com-petitief schilderij,' zegt hij, 'het betoogt dat het kan bereiken wat muziek niet kan, en wat eigenlijk ook de natuur niet kan. Hij schrijft in zijn eigen notitieboek dat muziek sterft op het moment waarop ze wordt geboren. Vergankelijkheid is daar dus het onderwerp. En, hij is zich ook volledig bewust van de destructieve krachten van de natuur, net zozeer als van haar bekoorlijkheden. Het feit dat natuur creëert en daarna vernielt, is een deel van het verhaal. Schilderen anderzijds, kan schoonheid voor altijd bewaren. En dáárover gaat dat portret. Het gaat om het vermogen van het schilderen om een welbepaalde tijdsperiode te bevriezen. Om dat te laten lukken, is het erg aangewezen om het portret te maken van een intimus.'

Lieve vrijheid

Om den brode hoefde Leonardo niet veel schilderijen te produceren. Als hofkunstenaar genoot hij een comfort dat hem in staat stelde om te experimenteren en na te denken over zijn vak. Volgens de Duitse kunsthistoricus Martin Warnke ontstond het type van de moderne kunstenaar aan de Italiaanse hoven van de veertiende en vijftiende eeuw, precies vanwege de grote vrijheid die er heerste. Syson ziet wel iets in die stelling. Ze zou kunnen helpen verklaren waarom Leonardo van Firenze naar Milaan verhuisde. Zijn temperament maakte hem ongeschikt voor de commerciële mentaliteit in Firenze.

Genoeg collega's hadden het met succes voorgedaan. Om de lieve vrijheid was Francesco di Giorgio naar het hof van Urbino gegaan. Met de belofte dat hij mocht doen wat hij wilde, was Andrea Mantegna door hertog Ludovico II naar diens hof in Mantua gelokt. Dat hij er negen jaar over deed om zijn wandschilderingen aan te brengen in de 'kamer van het bruidspaar' in het hertogelijk paleis, verklaart allicht mee hun supreme kwaliteit. Voor Leonardo gold hetzelfde in Milaan. Allerlei praktische en decoratieve klusjes klaren voor Il Moro, gaf hem een alibi om in stilte te doen waar het hem echt om ging. De vorsten beseften dat hun eigen onsterfelijkheid zo een stukje dichterbij kwam.

Wat niemand al echt had voorgedaan, lukte wonderwel met het Portret van een musicus en met de eveneens in Milaan gerealiseerde portretten van Ludovico's maîtresse Cecilia Gallerani - De Dame met de hermelijn (1488-90) - en van de dochter van een ijzerwarenhandelaar, La belle Ferronière (1492-4): de kunstenaar maakte in de weergave van hun uiterlijke verschijning ook een stuk innerlijk leven zichtbaar. Iets in het samenspel van beweging, expressie en fysionomie, iets in de zachte overgangen van schaduw en licht, iets in de daardoor bereikte eenheid van toon, suggereert een gemoedsbeweging, een authentiek zieleleven. De drie Milanese portretten en ook een aantal tekeningen markeerden een verschil met de profielportretten uit de vroege renaissance en de voorbeelden van de Vlaamse portretkunst, Memling in het bijzonder.

Leonardo's zoektocht naar perfectie kreeg een nieuwe impuls toen Sforza hem opdroeg om de refter van het dominicanenklooster Santa Maria delle Grazie in Milaan te beschilderen. De zelfverklaarde hertog wou van het klooster zijn persoonlijk mausoleum maken en hij had de vermaarde architect Donato Bramante ingeschakeld om de Lombardisch-gotische stijl op renaissanceniveau te brengen. Leonardo van zijn kant, concipieerde Het Laatste Avondmaal, een stoutmoedige poging om het perfecte schilderij te maken.

Om dit complexe, geheel nieuwsoortige kunstwerk te begrijpen, moeten we achterhalen wat er omging in het hoofd van de kunstenaar tijdens de zeventien jaar die hij doorbracht in Milaan. 'Zijn idee over wat schilderkunst kan doen, verandert tijdens die periode', zegt Syson. 'Je kunt dat zien in zijn geschriften als in zijn kunst. In essentie begint hij vanuit het geloof dat schilderen alles in de wereld, alles wat zichtbaar of onzichtbaar is, kan insluiten. Dat is zeer fascinerend, want het creëert al een spanning tussen de schilder als waarnemer en de schilder als schepper, of verbeelder van iets wat je niet kunt zien. Hij ge-loofde in schilderen als de spiegel van de natuur. Hij stelt het zeer duidelijk: God zit aan de top, de natuur daaronder, en schilderen daar nog onder. Voor hem probeert een religieus schilderij de geheimen van Gods schepping te doorgronden.'

Goddelijke proporties

'In de jaren 1490, met schilderijen als de Londense versie van De Maagd van de rotsen en met Het Laatste Avondmaal veranderen zijn doelstellingen een beetje. Hij begint een analogie te maken tussen de geest van de schilder en de geest van God. En ik denk dat hij net zoals de neoplatonisten gelooft dat de schilder, bijna met bovennatuurlijke middelen - door een gave Gods - zowaar dichter bij Gods eigen perfecte visie kan komen. Op dat punt wordt de striktheid van de platonische harmonieën of platonische lichamen belangrijker in zijn werk. Luca Pacioli (wiskundige) arriveert aan het hof van Milaan, schrijft een boek Divina Proporzione (de gulden snede), en dat geeft je alweer een aanwijzing: goddelijke proporties!

'Wat hij ook doet: hij neemt het natuurlijke als zijn startpunt en observeert, memoriseert, en herverbeeldt. Een deel van dat proces is een synthese. Hij neemt wat het mooist is in de natuur om een archetype te creëren. Als ik het zo mag stellen: de platonische Idee met een grote I, van elke vorm. Dat is min of meer wat je ziet op Het Laatste Avondmaal. Dit is een schilderij dat opschuift van een soort natuurlijke wereld - het stilleven op de voorgrond - naar iets wat in zekere zin aan de natuur ontstijgt, bovennatuurlijk is. En vergeet niet dat hij bovenaan het wapenschild van Ludovico Moro geschilderd heeft. De link is heel precies.'

Leonardo's opvatting over het religieuze schilderen komt mooi tot uiting in zijn twee versies van De Maagd van de rotsen. Beide werken stammen uit de Milanese periode, beide hebben de onbevlekte ontvangenis van de Heilige Maagd als onderwerp: 'de idee van de schepping van de Maagd in Gods geest als het perfecte vat voor zijn zoon, nog voor het begin der tijden en de schepping van de wereld', zegt Syson. 'En het is een buitengewoon fijn oerlandschap, een van de weinige uit die tijd waarop je geen wegen ziet, geen torens, geen bruggen, geen enkel teken van een menselijke ingreep. In overeenstemming met wat we weten over zijn techniek in de tekeningen, begon hij eerst met de fi-guren. Zoals God startte met de Maagd, zo startte Leonardo met de figuren. Het landschap vloeit uit die figuren voort. Zo gaat de techniek van de schilder deel uitmaken van de betekenis van het werk. Een wonderlijke gedachte.'

In de eerste versie (1483-'86, Louvre) staat de observatie van de natuur nog centraal, terwijl de tweede (rond 1491, National Gallery) al een wedijver inhoudt met Gods eigen creativiteit. Luke Syson: 'Hij concipieerde het schilderij helemaal opnieuw. Hij vond compleet nieuwe manieren om de link te maken tussen jou, de kijker, en de figuren. De engel kijkt je niet langer aan, wijzend met zijn vinger. De engel wendt zich nu af, contemplatief, melancholisch bijna. Ik kijk soms naar het hoofd van die engel en denk: het is alsof het hele schilderij zich in zijn hoofd afspeelt, hij droomt het bijna, of roept het op. Het is zo'n mooi hoofd.'

LEONARDO DA VINCI, PAINTER AT THE COURT OF MILAN, NATIONAL GALLERY, TRAFALGAR SQUARE LONDEN 9 NOVEMBER 2011-5 FE-BRUARI 2012. ELKE DAG OPEN VAN 10 TOT 18 UUR. VRIJDAG VAN 10 TOT 21 UUR.

WWW.NATIONALGALLERY.CO.UK



Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Je moet ingelogd zijn om een reactie te mogen plaatsen. Klik hier om in te loggen.