Blogposts

Blog

Geplaatst op woensdag 02 april 2025 @ 15:58 door Calamandja , 9 keer bekeken

Historicus Jonas Roelens wint…

 

Op 2 april wordt in Amsterdam de Gouden Ganzenveer 2025 uitgereikt aan Bart Van Loo vanwege zijn verdiensten “voor het geschreven en gedrukte woord in de Nederlandse taal”. Hij heeft op zijn beurt iemand aangeduid voor de Jonge Ganzenveer, een prijs voor literair talent, jonger dan 35. Dat wordt Jonas Roelens (geboren in 1990, het was dus nipt), historicus aan de UGent, auteur van geschiedenisboeken voor het brede publiek, én recensent voor De Standaard der Letteren.

 

Waarom heeft Bart Van Loo jou met een Jonge Ganzenveer bekroond, denk je?

 

“Deels omdat hij zichzelf een beetje in mij herkent, vermoed ik. Ik praat Vlaanderen enthousiast bij over de middeleeuwen via boeken, lezingen en occasionele radiostukjes, net zoals hij dat doet. En uiteraard hebben we een gedeelde passie voor dezelfde periode.” 

“Mijn nieuwste boek, De onuitspreekbare zonde, gaat over de vervolging van sodomie in de Zuidelijke Nederlanden en speelt zich voor een groot deel af in de vijftiende eeuw. Onvermijdelijk passeren figuren als Filips de Goede en Karel de Stoute dan de revue. Zoiets vindt Bart Van Loo als ambassadeur van de Bourgondiërs ongetwijfeld leuk. Ik hoop dat zijn lezers dat ook appreciëren, want zo komen ze nog maar eens een onbekend stukje te weten over dat Bourgondische verleden: zo werd Karel de Stoute er door heel wat tijdgenoten van verdacht om een seksuele voorkeur voor mannen te hebben. Dat vermoeden werd hem onder politieke hoogspanning weleens voor de voeten geworpen.”

 

Is die prijs ook een signaal, denk je?

 

“Dat is het belangrijkste: ik geloof dat Bart Van Loo een boodschap wil uitdragen naar de Vlaamse universiteiten en financierende instellingen. Hij heeft namelijk al verschillende keren verteld dat hij een boek als De Bourgondiërs nooit had kunnen schrijven in een academische context. Als academicus word je constant gepusht om nieuwe projecten (en dus financiering) binnen te halen. Dat doe je door Engelstalige artikelen te publiceren in academische tijdschriften die alleen door vakgenoten gelezen worden. Want hoewel iedereen de mond vol heeft van wetenschapscommunicatie is het fenomeen publish or perish nog steeds hardnekkig aanwezig en wordt er vooral naar je peer reviewed publicaties gekeken. Die zijn belangrijk, want zo draag je bij aan het wetenschappelijke debat en kom je tot nieuwe resultaten.” 

“Maar academici hebben, volgens Bart, en daar sluit ik me volledig bij aan, ook een bredere, maatschappelijke rol. Dus moeten ze aangemoedigd worden om in dialoog te treden met het publiek en over hun onderzoek te communiceren in populairwetenschappelijke boeken. Dat een belangrijk auteur als Bart Van Loo me die erkenning geeft, beschouw ik dan ook als een overwinning voor alle collega’s die in het weekend en ’s avonds laat, ondanks het geringe belang daarvan voor hun academische cv, toch nog dit soort boeken schrijven. Gelukkig zijn er in mijn generatie steeds meer collega’s die daar het belang van inzien en die een publiek vinden.”

 

Geschiedenis en fictie mengen zich almaar vaker: verhalende non-fictie, de historische roman, een literaire geschiedenis … Hoe kijk jij naar die kruisbestuiving?

 

“Als die kruisbestuiving op een goede manier geschiedt, is dat alleen maar aan te moedigen. En met een goede manier bedoel ik dat het voor lezers duidelijk moet zijn welke elementen zijn gebaseerd op onderzoek en ware feiten, en waar het fictieve element binnensluipt. Zeker in tijden van fake news, Photoshop en door AI gegenereerde filmpjes hebben auteurs de verantwoordelijkheid om daarover transparant te zijn.”

 

Zie je ook valkuilen?

 

“Een valkuil is dat auteurs een te groot loopje met de feiten nemen. Mij niet gelaten als dat in fictie gebeurt; ik kan me doodergeren aan collega’s die in de cinema niet kunnen genieten van een kostuumdrama omdat de verkeerde soeplepel op tafel ligt of omdat die hoepelrok op dat moment nog niet in de mode was. Laat je plezier toch niet vergallen door iets wat overduidelijk fictie is, denk ik dan.” 

“Maar zodra auteurs de ambitie hebben om aan geschiedschrijving te doen, ook al is dat in een verhaal, hebben ze een maatschappelijke rol. Want het verleden wordt constant gerecupereerd voor de meest uiteenlopende doelen, dus zo’n reconstructie moet zorgvuldig gebeuren.”

 

Wat zijn de pluspunten?

 

“Dat geschiedenis verhalend gebracht wordt, is een positieve zaak. Academici kunnen heel wat leren van hoe schrijvers spanningsbogen opbouwen en een plot ontwikkelen. Zo kunnen zij op hun beurt hun onderzoek pakkend verkocht krijgen aan een breed publiek. Dat doe ik ook in mijn academische publicaties. Ik heb nooit begrepen waarom zulke publicaties verondersteld worden gortdroge kost te zijn. Terwijl je ook daar, tussen de voetnoten en methodologische reflecties door, een aangenaam leesbaar stuk tekst van kunt maken.”

“Tegelijk doet die kruisbestuiving populairwetenschappelijke schrijvers misschien vaker een lijntje uitwerpen naar historici en hun wetenschappelijk werk dat vaak verstopt zit in gespecialiseerde internationale tijdschriften. Het resultaat van een geslaagde kruisbestuiving is dat zo veel mogelijk mensen geboeid worden door het verleden.”

 

Een kind is vooral bezig met vandaag, hoogstens met morgen. Wanneer ben jij zo verliefd geworden op de achteruitkijkspiegel?

 

“Als kind was ik toch al met het verleden bezig, hoor. Denk aan het cliché van de nerd met de grote bril met naast zich een toren boeken over mummies en piramides. En nog een cliché: een paar goede leerkrachten kunnen een wereld van verschil maken. Van meester Peter die ‘De kinderspelen’ van Bruegel toonde in het vijfde leerjaar tot de eerste les esthetica in de middelbare school toen een donderslag door me heen zinderde toen we ‘De kruisafneming’ van Rubens compositorisch analyseerden.” 

“Ik heb lang getwijfeld tussen geschiedenis en kunstwetenschappen als studierichting. Mijn passie voor de achteruitkijkspiegel is dus ook een zoektocht naar schoonheid. Of naar drama, want soms is geschiedenis gewoon de betere soap, met onverwachte plotlijnen, verraad en intrige, en gefnuikte ambities met een saus lust erover.”

 

Waarom hoop jij dat we allemaal verliefd worden op de achteruitkijkspiegel?

 

“Of je nu verliefd wordt op het verleden of niet, ik denk dat het vooral belangrijk is dat zo veel mogelijk mensen zich laten raken door dat verleden. Bijvoorbeeld doordat ze overweldigd worden, in positieve of negatieve zin, door een historisch beladen plaats. Doordat ze ontroerd worden of eens moeten glimlachen door een moment uit dat verleden. En dat ze dan geprikkeld worden om daar meer over te weten te komen.” 

“Zo gek veel moeite hoef je daar in Vlaanderen niet voor te doen: de historische monumenten liggen er voor het oprapen, het lezingencircuit heeft de coronacrisis goed doorstaan, de afdeling geschiedenisboeken is in de gemiddelde boekhandel gevoelig uitgebreid de voorbije jaren. Wat wel beter kan, is het aantal uren geschiedenisonderwijs. In heel wat opleidingen is dat nu amper 50 minuutjes per week. Dan is het onbegonnen werk voor die arme leerkrachten om jongeren te enthousiasmeren en verliefd te maken op die achteruitkijkspiegel.”

 

Je moet het verleden begrijpen om het heden te snappen: daar is niet iedereen van overtuigd. Hoe kijk jij ernaar?

 

“Er zijn twee grote stromingen over die kwestie. Voor de enen is geschiedenis een magistra vitae, een leermeesteres voor het leven zelf. Een moreel richtsnoer dat ons moet hoeden om dezelfde fouten uit het verleden te maken. Voor anderen is het verleden ‘a foreign country’ waar men de dingen anders doet en waar je als toerist een beetje verwonderd naar kunt staren zonder dat het een fundamentele impact op je eigen handelen heeft.” 

“Ik erger me wat aan de stelling dat we moeten leren uit het verleden, alsof de studie van dat verleden alleen interessant zou zijn als er een direct toepasbaar nut aan verbonden is. Voor je het weet, kom je zo in een marktdenken terecht waarbij geschiedenis wegbezuinigd wordt als dat nut niet kan worden aangetoond.” 

“De boodschap dat we moeten leren uit vergelijkingen met het verleden wordt tegenwoordig al te vaak geïnstrumentaliseerd voor hedendaagse agenda’s. Daar moeten we ons voor hoeden, want het verleden is een tamelijk ongrijpbaar, contingent dingetje dat zich nooit op exact dezelfde manier herhaalt. Anderzijds denk ik wel dat bepaalde patronen uit het verleden ons inzicht kunnen verschaffen in sommige fundamentele aspecten van het menselijke handelen.”

 

Bron: Sarah Vankersschaever, De Standaard, 1 april 2025



Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Je moet ingelogd zijn om een reactie te mogen plaatsen. Klik hier om in te loggen.