Kunst en cultuur van de middeleeuwen

- Welkom op deze club over de middeleeuwen -

ehrenritter.gifIn deze club volgen we het nieuws over de middeleeuwen en discuteren we er over op het forum of blog: nieuwe inzichten en analyses, boeken en internetberichten, tentoonstellingen, films en TV-series, strips, levende geschiedenis en re-enactment en last but not least, de reisverslagen van onze clubleden. Kortom elk evenement dat ook maar een link heeft met de middeleeuwen krijgt een plaats op deze club. Het kan dus ook een persoonlijke belevenis of ervaring zijn van een clublid of gast, daarvoor dient vooral het 'Forum'. Op de blogberichten kan je ook je reacties kwijt. Naast het vele nieuws heb je ook nog de talrijke videoclips die je vindt in 'Videoalbums' en enkele links. Kortom, ben je in geschiedenis geïnteresseerd en meer bepaald in de periode van de middeleuwen, maak je kosteloos lid en doe mee of geniet.

5_1.pngD
e naam van de club verwijst naar het boek De Kathedralenbouwers van de franse historicus G. Duby: de middeleeuwers waren immers bij uitstek kathedralenbouwers. Dit boek heeft mij begeesterd en het middeleeuwse vuur wakkerde voor eeuwig aan door "De naam van de Roos" van de erudiete Umberto Eco.

Je vindt "Kathedralenbouwers" ook op Scoop.it!.  Plaatjes over de middeleeuwen vind je op Pinterest - middeleeuwen.

De periode voor de middeleeuwen, namelijk de Prehistorie en de Oudheid, wordt behandeld in de club
"Van Prehistorie tot Middeleeuwen".

Ben je een toevallige gast?
Wordt gratis lid, of laat iets horen op het forum of mail de eigenaar van deze club op calamandja@yahoo.com.

eric-enide-e1391725330308.jpg

Reeds sedert 2008 organiseert de club Kathedralenbouwers quasi jaarlijks een clubbijeenkomst. (weliswaar onderbroken tijdens de coronaperiode 2019-2021)
Na Utrecht (2008 & 2019), Brugge (2009), Delft (2010), Zutphen (2011), Kortrijk (2012), Bergen op Zoom (2014), Mechelen (2015), Deventer (2017), Tongeren (2018), Brussel (2022) is de twaalfde clubdag in 2022 doorgegaan in Gouda. Hieronder vind je het verslag van de laatste 
clubdag in Gouda, opgesteld door clublid Antonius en nagezien door clublid Bernardus.

 

De Meteo van zaterdag 24 september om 06:20 uur geeft grijs en druilerig weer met een temperatuur tussen de 13 en 17 graden Celsius. Verscheidene Bouwers zijn al uit de veren, of zelfs al op weg naar Gouda, stad aan de samenvloeiing van Hollandse IJssel en de Gouwe en doel van de tweede  Bouwers-ontmoeting van 2022, en de 12e sedert 2008. Brussel stond in mei op het programma.

Gouda ontving in 1272 van Floris V stadsrecht. In de 14de eeuw was het een heerlijkheid, onder meer in bezit bij Jan van Beaumont en Jan en Guy van Blois. Het was een handelscentrum: er werd tol geheven van schepen die soms verplicht waren de vaarroute  langs Gouda te nemen. Deze route door de Hollandse binnenwateren was veiliger dan de vaarroute over zee.

Bekendste monumenten zijn de Grote of St.-Janskerk, een laat-gotische kruisbasiliek met verdubbelde zijbeuken, herhaaldelijk herbouwd en vergroot, het laat-gotische Stadhuis (1450-1452) en De Waag (begonnen in 1668; P. Post). In 1514 had Gouda meer dan 20.000 inwoners en ze had tot 1795 zitting in de Staten van het gewest, als een van de zes grote steden van Holland.

We zouden het allemaal en nog meer tegenkomen in het programma dat Marjoke en Hans hadden voorbereid. Om 10:00 uur werd verzameld in Café Gouds Glas aan de Markt. Bij de ontmoeting was er vooral aandacht voor de ster-leden die door omstandigheden er niet bij waren, doch die door warme groeten en Apps over en weer er wel bij waren: Lucy, Marie-Christine, Marjoke en ridder Johan. In 2023 zouden we weer voltallig moeten zijn. We keken elkaar eens diep in de ogen en waren na de tassen koffie klaarwakker voor de dag.        

Om 10.40 uur klopten we aan bij de Kamphuisen Siroopwafelfabriek voor een leuke, leerzame en lekkere excursie. De siroopwafel is vanaf 1810 een specialiteit uit Gouda, weliswaar met Duitse roots. Na een dia-presentatie een heus bezoek aan de bakkerij, de trap op naar de kluis met het verzegelde recept. Daarna in de koker-glijbaan weer terug naar de grond.

Rond half twaalf wandelden we langzaam naar het waterfront van de Hollandse IJssel voor ons lunchadres. Eerste halte was de Donkere Sluis, mede als eerbetoon aan de Van Rossems die zo’n mooi tv-portret van Gouda maakten. Via de Oosthaven – langs het sterfhuis (29 october 1590) van literator Dirck Volkertsz Coornhert – en de Korte Noodgodsstraat naar de Barbaratoren aan de Kuiperstraat leidt het pad en dan via het Raam naar Museumhaven Gouda, gelegen in de kolk achter de Mallegatssluis.

De museumhaven ligt vol varend erfgoed - zoals de klipper Johanna - van de vroegere Nederlandse binnenvaartvloot, met van die prachtig grote zwaarden om de drift te beperken. Maar… aan de haven lagen ook onverwachte schatten voor geo-cachers Vanessa en Nicolas.

De lunch in de authentieke sluiswachterswoning het IJsselhuis was voortreffelijk. Het Livar varken, kroketten en de bieren van Gulpen zijn de favorieten. We leerden bij dat in de vijftiende en zestiende eeuw de Vlaamse steden grote afnemers van het Goudse bier waren. Er waren maar liefst 200 brouwers in de stad. Wanneer de Gouwenaars te weinig bier leverden, klaagden de steden dat ze een groot gebrek aan bier hadden. Minstens zo interessant was het technisch college over het belang van keramische stenen en metselprecisie in het productieproces van de hoogoven.

Op de route naar de St.-Janskerk werden we herinnerd aan de Goudse jeugd van Erasmus: “Zotheid verlengt de jeugd en weert de ouderdom” stond op een gevel geschreven. We traden al vaker in zijn voetsporen tijdens bouwersdagen in Deventer, Bergen op Zoom en Brussel.  Langs Molen ‘t Slot gingen de stappen naar het Houtmanplantsoen om de restanten van het  kasteel van de heren van Blois te zien: een verdwenen kasteel is natuurlijk een dèja vu voor de Bouwers. Overigens kwamen we ook een voormalige watermolen tegen. Ondanks de continue inspanning om de stad droog te houden, vond men het blijkbaar logisch om water vanuit de IJssel terug de stad in te laten stromen om een watermolen aan te drijven. Nederlands waterbeheer om zijn smalst…what’s new?

Aan de Jeruzalemstraat had de twaalfkantige Jeruzalemkapel met zijn stergewelf uit steen zijn deur voor ons open laten staan. De kerk werd rond 1500 gebouwd door een priester die terugkeerde van een pelgrimage naar het Heilig Land.

De St.-Janskerk met zijn serie gebrandschilderde ramen van de gebroeders Crabeth is in vol ornaat. Er loopt onder de vlag 750 jaar Gouda, de tentoonstelling “Beleef het wonder van Gouda”. De Altaarstukken zoals die in 1570 in de kerk stonden zijn teruggeplaatst en in Museum Gouda konden we de Originele ontwerptekeningen (cartons) op rol bewonderen. Museum Gouda heeft ook ruimte gereserveerd voor de ambachtelijk producten van het Goudse plateel en de Goudse tabakspijpen.

Voor de borrel worstelden we ons door de kermis nog even naar het stadhuis, een Vlaams bouwproject uit de stal van het geslacht Keldermans. Ook de waag werd bewonderd, hoewel het feitelijk buiten de krijtlijnen van de middeleeuwen hoort. Het is een typisch product van de Hollandse 17de eeuw, ontworpen door Pieter Post.

De eerste borrel was een toast op de nieuwe boreling Imar, een telg van trotse Antonius. Ook andere persoonlijke zaken krijgen aandacht. Vanessa is geswitcht van job: van de stevige Zweedse auto-industrie naar de precisie van Amerikaanse medische apparaten en toestellen. 

Het diner bood voor ieder voldoende keus en een enkele bouwer waagde zich aan de Goudse kaas als smaakmaker bij hun gerecht. Het dispuut spitst zich toe op recente uitgaven over de belangwekkende periode tussen 500 en 1500: “Femina” van Janina Ramirez werd daarbij niet overgeslagen. En jahoor, dan gaat het ook weer over Hildegard van Bingen.

Het was weer een gezellige dag in een gemoedelijke stad. De bouwers kijken alweer vooruit en fantaseren over hun voldoende pelgrimage.

 

art_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpg

Foto van de clubleden op de negende clubdag in Tongeren (2018):

Foto van de clubleden op de achtste clubdag in Deventer (2017):

Foto van de clubleden op de zevende clubdag in Mechelen (2015):

Foto van de clubleden op de zesde clubdag in Bergen op Zoom (2014):

Foto van de clubleden op de vijfde clubbijeenkomst in Kortrijk (2012):

IMG_0001.JPG

Foto van de clubleden op de vierde clubbijeenkomst in Zutphen (2011):

club2.jpg

Foto van de clubleden op de derde clubbijeenkomst in Delft (2010):

Clubleden Kathedralenbouwers in Delft

Foto van de aanwezige clubleden op de tweede clubbijeenkomst van de Kathedralenbouwers te Brugge op 18 april 2009.

cluppersbrugge(1).jpg

art_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpg

 documents.gif 46a0f6cd59ecc242f3e84fbf00fabaa2.jpg

 Luit van der Tuuk - Indiculus. 
Heidense en bijgelovige rituelen uit de vroege middeleeuwen
272 pp. €23,50.

In Indiculus beschrijft Luit van der Tuuk de spirituele belevingswereld van de Vroege Middeleeuwen. Voor de vroege middeleeuwer waren de waarneembare en de bovenzinnelijke wereld volledig met elkaar verweven, laat Luit van der Tuuk zien in Indiculus. Iedereen was zich voortdurend bewust van de aanwezigheid van  bovennatuurlijke machten die invloed uitoefenden op het aardse bestaan. Van der Tuuk beschrijft in dit boek de spiritualiteit in de vroege middeleeuwen. Als kapstok gebruikt hij de Indiculus superstitionem et paganiarum, Latijn voor “kleine lijst van bijgelovige en heidense gebruiken”. De daarin bijeengebrachte opsomming van soms moeilijk te doorgronden begrippen levert een verrassende verzameling van religieuze en magische gebruiken op. Luit van der Tuuk werpt in Indiculus een helder licht op de spirituele beleving van de vroege middeleeuwers. In dit zeer interessante boek bespreekt de auteur diverse christelijke en niet-christelijke rituelen uit de Vroege Middeleeuwen.

In de inleiding bespreekt hij de Indiculus en wat daar allemaal in beschreven staat. 
Hierin gaat hij de discussie over bepaalde concepten niet uit de weg. Zo bespreekt hij de problematiek rondom het concept “heidens”. Heidendom verwijst naar iemand die woont op de heide en koppelt dat aan het Latijnse paganus, waarmee ook de antieke religies vaak beschreven worden, namelijk “pagan”. Inderdaad past heidendom beter bij de Germaanse en Keltische religies dan bij de Griekse-Romeinse, die ik liever als niet-christelijk of als polytheïstisch duid. Hij gaat ook in op de concepten religie en magie die inderdaad in elkaar overlopen. Toch is er een belangrijk verschil. Bij religie vraag je om hulp van heiligen of God, bij magie dwing je dat af met behulp van bezweringen en toverspreuken. Ook de term superstitio (“bijgeloof”) wordt besproken.

Wat Van der Tuuk niet bespreekt is het concept ritueel. Hoe definieert hij dit essentiële concept? Hij heeft totaal geen gebruik gemaakt van de Ritual Studies, hét interdisciplinaire platform dat rituelen onderzoekt. Het maakt nogal uit hoe je ritueel definieert. Is het slechts een symbolische handeling of een min of meer herhaalbare reeks van vaste elementen? Belangrijke wetenschappers als Ronald Grimes, Catherine Bell en Paul Post hadden hier kunnen helpen.

Daarnaast beschrijft Van der Tuuk veel voorbeelden van wat wij rituele dynamiek noemen, namelijk dat rituelen altijd in beweging zijn en zich steeds ontwikkelen. (1)

In dit boek speelt rituele dynamiek zich vooral af binnen het concept christianisering, waarvan de auteur vele voorbeelden geeft. Denk bijvoorbeeld aan offerrituelen, doodsrituelen, grafrituelen en genezingsrituelen. Hierbij komen steeds de niet-christelijke en christelijke kant aan bod. Denk hier aan het gebruik van amuletten, dat zowel door Grieken, Romeinen, Germanen als christenen werd gebruikt. 

Een ander belangrijk thema is waarzeggerij ofwel divinatie dat met veel voorbeelden wordt geïllustreerd. Denk hier aan wichelarij, waarbij vlucht van vogels wordt geanalyseerd of de lever van dieren wordt gelezen. Een ander belangrijk voorbeeld is dromen waarin mensen voorspellingen of andere boodschappen krijgen. Hoewel Luit van der Tuuk de term niet noemt,  beschrijft hij het ritueel tempelslaap, waarin een zieke naar een tempel van Asklepios en Hygieia gaat en daar tijdens de droom wordt genezen van zijn ziekte. Nadien offert hij een votiefreliëf. Het christendom nam dit ritueel over, waarbij de goden werden vervangen door martelaren en heiligen en de tempel door een kerk werd vervangen.(2)

Magie is een ander voorbeeld dat genoemd wordt. Denk bijvoorbeeld aan heksen die met toverspreuken allerlei verschijnselen veroorzaakten, zoals de pest of onweer. Aan de andere kant konden onweermakers onweer produceren.(3) Verder blijkt dat de Indiculus nauw was verbonden met de missie van Bonifatius die er op late leeftijd nog op uit ging om de Friezen te  bekeren, maar in 754 werd vermoord.(4)

Kortom, Luit van der Tuuk heeft wederom een prachtig en interessant boek geschreven waar hij erg trots op mag zijn. Hij heeft een onbekend document op heldere wijze ontsloten voor het grote publiek. Maar, wederom vergeet of weigert hij nieuwe literatuur te verwerken, zoals hier genoemd. Dit is betreurenswaardig. Het roept de vraag op waarom er zoveel weerstand is. Hopelijk wordt dit hersteld in een tweede druk. Over tempelslaap is bijvoorbeeld veel meer te vertellen dan nu is gedaan. Dat geldt ook voor wat rituelen zijn bijvoorbeeld. Desondanks is dit  boek een aanrader en erg handig als naslagwerk.

voetnoten:

  1. Ronald Grimes, The Craft of Ritual (Oxford University Press 2014); Catherine Bell, Ritual. Perspectives and  Dimensions. Revised edition (Oxford University Press 2009 [1997]); Paul Post, ‘Ritual Studies’, in: Oxford  Research Encyclopedia of Religion (2015) 1-23. 
  2. Mark Beumer, Hygieia. Godin of Personificatie? (Boekscout, 2e druk 2016); Mark Beumer, ‘De tempelslaap’, in: Geschiedenis Magazine, jaargang 53, nr. 6. (2018) 25-27. 
  3. Mark Beumer, ‘Onweermakers in de Middeleeuwen’, in: Kleio-Historia, nr. 10. (2019) 7-9. 
  4. Mark Beumer, ‘Saint Boniface’, in: World History Encyclopedia (5 augustus 2014).

Bron: Mark Beumer in: Kleio-Historia, nr. 16. (2022)

De Bourgondische tijd was in alle opzichten voorspoedig maar niet voor de positie van de edelvrouw. In deze overgangstijd van middeleeuwen naar renaissance pikten mannen het niet langer dat vrouwen in eigen naam bestuurden. De vrouwen verzetten zich, soms met de moed der wanhoop, tegen deze evolutie.

De 15de eeuw beleefde het hoogtij van Bourgondië, maar was tevens een breuklijn in de positie van de edelvrouw. In deze overgangstijd van Middeleeuwen naar Renaissance, raakte de reële macht van heel wat adellijke dames nl. ondermijnd. Mannelijke kroniekschrijvers geloofden en herhaalden maar, dat bv. Margaretha van Brabant († 1380) de minnares van haar man had vermoord, dat Jacoba van Beieren († 1436) een lichtzinnig warhoofd was, dat Isabella van Portugal († 1472) door haar man, Filips de Goede, wegens ongehoorzaamheid werd gedumpt en verbannen, en dat Johanna van Castilië († 1555) echt waanzinnig was en dus terecht moest worden opgesloten. De eerste vrouw die alarm sloeg was Christine de Pisan (1364-1430), een Franstalige schrijfster van Italiaanse afkomst, die reeds op 25-jarige leeftijd weduwe was geworden. Ook later bestreden veel edelvrouwen, vooral de prinsessen en vorstinnen die voorbestemd waren om te regeren, de teloorgang van hun waardigheid.

In dit boek worden 10 edelvrouwen voorgesteld, Margaretha van Brabant, Margaretha van Male, Christine de Pisan, Jeanne d’Arc, Isabella van Portugal, Guigone de Salins, Jacoba van Beieren, Maria van Bourgondië, Johanna de Waanzinnige en Margaretha van Oostenrijk. Ze waren vaak moedig maar steeds meer machteloos.

Margaretha van Brabant (1323-1380) was de dochter van de beroemde Brabantse hertog Jan III en werd de echtgenote van de Vlaamse graaf, Lodewijk van Male. Hun dochter, Margaretha van Male (1350-1405) (foto), huwde met Filips de Stoute en werd de moeder van o.a. Jan zonder Vrees, (1371-1419). Jacoba van Beieren (1401-1436) was het derde kind en eerste dochter van de negen kinderen van Filips de Stoute en Margaretha van Male. Isabella van Portugal (1397-1471) (foto) was de dochter van de Portugese koning Johan I en Filippa van Lancaster. Ze was de derde vrouw van Filips de Goede, was regentes van de Bourgondische Nederlanden en werd de moeder van Karel de Stoute. Guigone de Salins (1403-1470) stichtte in 1443 met haar echtgenoot Nicolas Rolin, kanselier van Filips de Goede, de Hospices de Beaune (Hôtel-Dieu) (foto)

Maria van Bourgondië (1357-1482) (foto) was het enig kind van Karel de Stoute en Isabella van Bourbon. In 1477, trouwde ze met de 18-jarige kroonprins, Maximiliaan I van Oostenrijk. Johanna van Castilië (de Waanzinnige) (1479-1555) huwde met Filips de Schone en werd de moeder van keizer Karel V. Margaretha van Oostenrijk (1480-1530) (foto), de landvoogdes van de Habsburgse Nederlanden en de enige dochter van Maximiliaan I van Oostenrijk en Maria van Bourgondië, was de zuster van Filips de Schone.

Edward De Maesschalck, een bekend auteur van boeken over o.a. de Bourgondische vorsten, de Graven van Vlaanderen en de Habsburgers, brengt deze vrouwen voor het voetlicht en laat hen opnieuw schitteren. Tussendoor gaat aandacht naar fenomenen als bastaards, nonnen, begijnen, zieneressen, politiek actieve vrouwen en vermeende heksen, (in “De Heksenhamer (1487), werden nl. alle vrouwen als potentiële heksen afgeschilderd), vrouwenkleren en juwelen, (Hoofse) liefde, seks en ongepaste mannengrappen.

Edward De Maesschalck
Moed en Tegenspoed
Edelvrouwen in de Bourgondische tijd 
303 bladzijden geïllustreerd

 
Bron: Michel Dutrieue; stretto.be


De  Normandiërs  van  Levi  Roach  is  de geschiedenis van de vergeten afstammelingen van  de  Vikingen.  Voor  de  lezers  van Bourgondiërs  en  voor liefhebbers  van  series  als  Vikings.  Verder vertelt  Roach het verhaal van de onstuitbare Normandiërs  die  Engeland  wisten  te veroveren  en  vervolgens  bijna  heel  Europa domineerden.
 
Terwijl  Harold  II,  de  laatste  gekroonde Angelsaksische  koning  van Engeland,  op sterven  lag  in  Sussex,  vierde  de  hertog  van Normandië  een  onwaarschijnlijke overwinning.  Willem  was  voortgekomen  uit indringer tot opvolger van de Normandische troon.  Hij had  het  bloedbad  van de  Slag  bij Hastings overleefd en twee maanden later, op Eerste  Kerstdag,  zou  hij  tot  koning  van Engeland  worden  gekroond.  Niet  langer zouden Angelsaksen  of  Vikingen  over Engeland heersen; dit was nu het tijdperk van
de Noormannen.
 
Het boek  telt  24  hoofdstukken,  voorwoord, kaarten,  conclusie,  dankwoord,  noten, illustratieverantwoording en register.
 
Een  gedenkwaardige  gebeurtenis  in de Europese geschiedenis, de  nederlaag  van de Angelsaksen had het meest dramatische effect van elke nederlaag in de hoge middeleeuwen. In een paar korte maanden werd de leider van Noord-Frankrijk de dominante heerser van Groot-Brittannië. In de komende decennia zou het Angelsaksische koninkrijk worden herbouwd rond
een nieuwe klasse van landeigenaren. In de daaropvolgende eeuw, toen de  Normandische koningen de basis legden voor het moderne Groot-Brittannië,  zou hun macht zich onweerstaanbaar over Europa verspreiden. Van  Scandinavië tot Sicilië, Malta en Sevilla bouwden de Noormannen prachtige kastelen en kerken. Ze creëerden een nieuw Europa naar het beeld van hun eigen adel en legden hun macht vast met een ongekende visie, inclusief het Domesday Book.
 
14 oktober 1066. De hertog van Normandië, Willem de Bastaard, wint de Slag bij Hastings en niet veel later is de verovering van Engeland een feit. Het bezorgt hem zijn nieuwe bijnaam: Willem de Veroveraar. Hij wordt de eerste Normandische koning van Engeland, het tijdperk van de Normandiërs is aangebroken. Willem en zijn krijgszuchtige opvolgers leggen niet alleen de basis voor het moderne Groot-Brittannië, anderhalve eeuw lang domineren ze bijna  heel Europa, tot aan Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Levi Roach  vertelt een verhaal van ambitieuze avonturen en woeste plunderaars, van fortuin maken en fortuinen verliezen. In De Normandiërs laat hij zien hoe de legendarische Noorman Rollo en zijn afstammelingen hun stempel op de wereld drukten: als huurlingen in Zuid-Italië en Klein-Azië, als kruisvaarders in het Heilige Land en Spanje, als veroveraars in Engeland, Wales, Albanië, Tunesië en, niet te vergeten, Noordwest-Frankrijk. Ze combineerden  militaire  overmacht  met  politieke gewiekstheid en een diepe overtuiging van hun eigen lotsbestemming. Acht eeuwen later brengt Roach de verbluffende geschiedenis van de Normandiërs opnieuw tot leven.

Levi  Roach, 
De  Normandiërs. 
De  vergeten  afstammelingen  van  de  Vikingen
383 pp. €24,99. 

Recensie Mark Beumer

Het ooit roemrijk graafschap Holland werd in de 14de eeuw bestuurd door graven uit het huis Henegouwen en later uit het Beiers huis Wittelsbach. Henk ’t Jong beschreef hun geschiedenis.

Het graafschap Holland was tot ongeveer 1100, het graafschap West-Frisia (Texel, Wieringen, Medemblik en Kennemerland, Rijnland, de Maasmonding, Schouwen en Walcheren). Floris II was de eerste graaf die zich graaf “van Holland” mocht noemen, daarvoor werden zij ‘Friese graven’ (comes Fresonum) genoemd. Het graafschap Holland werd nl. gesticht door Floris II. De Gerulfingen, naar Graaf Gerulf (ca. 850-898/914), was de naam van de familie van de eerste graven van West-Frisia en Holland en Zeeland, ook bekend als het Hollandse Huis. Deze dynastie, ooit de geduchte tegenstander van de Franken, werd in 1299, opgevolgd door de Henegouwse heren van het vooraanstaand huis Avesnes. Henegouwen werd nl. van 1280 tot 1356, geregeerd door het huis Avesnes, dat in een personele unie, ook heerste over de graafschappen Zeeland en Holland.

Terwijl heel Europa grote rampspoed onderging, zoals hongersnood, pestperioden en oorlog, bouwden meerdere steden in het graafschap Holland (nu de provincies Noord- en Zuid-Holland met Terschelling, Vlieland, Urk en Schokland), een vooraanstaande positie op. Doordat de Hollandse graven en hertogen, aanvankelijk afkomstig uit het huis Henegouwen en later uit het Beierse huis, een stabiele regering konden onderhouden, floreerde de internationale handel en groeide de welvaart. Holland vergaarde een jaloersmakende voorsprong op de andere Nederlandse gewesten, een positie die het gebied in ieder geval in de geschiedenisboeken heeft weten te behouden.

Met bv. het graafschap Vlaanderen realiseerden deze graven van Henegouwen goede bindingen. Via het huwelijk van Boudewijn VI van Vlaanderen met Richilde van Henegouwen (onwettig huwelijk in 1051; enkele jaren later gewettigd door paus Leo IX) werden de graafschappen nl. reeds korte tijd verenigd, namelijk tot de dood van Boudewijn VI van Vlaanderen in 1070. Deze situatie werd definitief beslecht door de Slag bij Kassel (1071). Latere huwelijksallianties tussen Vlaanderen en Henegouwen zorgden ervoor dat beide graafschappen in een personele unie tot in 1278 met elkaar verbonden bleven. Maar de twee huwelijken van Margaretha van Constantinopel zorgden ervoor, dat ze voor lange tijd gescheiden werden.

De Henegouwer Willem III (Willem de Goede) (1287-1337), gehuwd met Johanna van Valois, een zuster van koning Filips VI van Frankrijk, werd ‘de schoonvader van Europa’ genoemd, vanwege de succesvolle huwelijksallianties van zijn 4 huwbare dochters. Filippa (1314-1369) bv. huwde in 1328 met koning Eduard III van Engeland (1312-1377) en Margaretha, gehuwd met keizer, Lodewijk de Beier (1282-1347), bestuurde het graafschap namens haar krankzinnig geworden zoon Willem V van Holland/Beieren (1330-1389). Dat was niet naar de zin van diverse edelen en steden (Willem V was nl. gehuwd met Machteld (Maud) van Lancaster), en zo begonnen uiteindelijk vanaf de tweede helft van de 14de- tot het eind van de 15de eeuw, de Hoekse en Kabeljauwse twisten. In 1356 kwam Henegouwen in handen van het Beierse Huis en vanaf 1433 in die van de hertogen van Bourgondië. Zo werd het deel van de Zeventien Provinciën.

In “Hoogtij van Holland” beschrijft Henk ’t Jong een tamelijk onbekende periode in de geschiedenis van het graafschap Holland. Van bestuurders en steden tot politieke allianties en verschillende aspecten van het 14de-eeuwse leven. Aan het begin van de 20ste eeuw werd op Nederlandse scholen, de kinderen nog geleerd om de namen van de 20 graven van Hollandse Huis, als volgt uit het hoofd te leren, Gerulf / Dikkie – Dikkie – Arnulf / Dikkie – Dikkie – Flo / Dik-Flo / Dik – Flo / Dik – Flo / Dik – Ada – Willem – Flo / Willem – Flo – Jan. Met zijn indrukwekkend overzichtswerk brengt Henk ’t Jong, Holland in de late middeleeuwen opnieuw naar het grote publiek.

Henk ’t Jong is historicus, heraldicus, schrijver en blogger. In 2009 studeerde hij af aan de Universiteit Leiden met middeleeuwse geschiedenis als specialisatie. ’t Jong debuteerde in 2018 met “De dageraad van Holland”. Sindsdien publiceerde hij “De oudste stad van Holland” en “De Tombe van Floris V”. Hij is heraldisch ontwerper en heeft een historisch adviesbureau. Ook schrijft hij over de geschiedenis van Dordrecht op apudthuredrech.nl.

Henk ’t Jong
Hoogtij van Holland
Het graafschap in de veertiende eeuw
412 bladz. geïllustreerd - 27,50 euro
uitgevrij Omniboek
 

Bron: Michel Dutrieue, stretto.be

 

In dit boek voert Luit van der Tuuk de bijzondere handelaren en ambachtslieden, schippers en scheepsbouwers ten tonele, die de grondslag hebben gelegd voor Nederland als handelsland.

Dit boek vertelt de geschiedenis hoe de bewoners van onze streken zich in de vroege middeleeuwen ontwikkelden van jagers, landarbeiders en vissers tot handelaren, schippers en ambachtslieden. Omdat goede oogsten door betere omstandigheden meer overschotten opleverden, breidde de handel zich uit van lokale markten naar internationale handelsnetwerken. Het belangrijkste handelsknooppunt was de jaarmarkt in Champagne.

De economie in heel Noord-Europa groeide op ongekende wijze en men kon nu ook rijk worden door werk.“In de vroege middeleeuwen”, zo lezen we, “was een groot deel van de bevolking werkzaam in de agrarische sector, maar er waren ook schippers, handelaren en ambachtslieden, die een vooraanstaande plaats in het handelsverkeer innamen. Deze noeste bewoners van het laaggelegen kustgebied dat nu Nederland heet, trokken er met hun handelswaar op uit en legden zo de basis voor Nederland als handelsland.

”De samenleving was vooral agrarisch, waarin vrijwel iedereen op het land werkte”, schrijft van der Tuuk. “De bevolking woonde in verspreide nederzettingen die te klein waren om ze als dorp te betitelen. Daar bewerkten zij hun akkers rond hun boerderijen en lieten er hun vee grazen. Op deze gecultiveerde ‘eilanden’ te midden van een onbewoonde woestenij van bossen en moerassen, waren de bewoners op zichzelf aangewezen en daardoor grotendeels zelfvoorzienend. 

“De landbouwopbrengsten”, zo vervolgt de auteur, “waren dan ook voornamelijk voor eigen gebruik. Een deel werd hooguit op een lokale markt verhandeld. De uitwisseling van regionale producten was daardoor beperkt, en dat geldt al helemaal voor de handel in goederen uit verre oorden. Handwerkers verwerkten allerlei materialen tot gebruiksvoorwerpen of sieraden. Uit bot of gewei werden kammen en naalden gezaagd, van geïmporteerde brokken barnsteen werden sieraden gemaakt. Er werd ijzer gesmeed, brons gegoten, wol gesponnen en textiel geweven. En er werden schepen gebouwd, want kooplieden vervoerden al die producten hoofdzakelijk op schepen naar hun afnemers.

”Er werd handel gedreven in voedingswaren als graan, wijn en zout, en ambachtelijke producten als aardewerk, glas en wapens. Bekende doorvoerhavens waren o.a. Dorestad (nabij Duurstede), Domburg, Ipswich, en Southampton. In de volgende hoofdstukken gaat hij dan op zoek naar de handelaren en de ambachtslieden, de schippers en de scheepsbouwers die de basis vormden van de vroegmiddeleeuwse economie.

Het boek is verdeeld in 4 hoofdstukken, “Boeren en vissers”, “Ambachtslieden”, “Handelaren” en “Schippers en scheepsbouwers”. Luit van der Tuuk heeft het daarin o.a. over horigen en freeholders, zee- en zoetwatervisserij, zoutwinning, iJzersmeden en houtskoolbranders, jaarmarkten en marktcentra, luxegoederen en Koninklijke heffingen, Friese kooplieden en verre handelspartners, land- en waterwegen, het netwerk van handelsroutes, scheepsbouwers, en havenfaciliteiten en handelsnederzettingen.

Boeiend en vertellend geschreven, geeft dit boek een bevattelijk beeld van hoe onze voorouders, dankzij o.a. de opkomst van grote steden, rijk werden door handel te drijven. 

Luit van der Tuuk (°1954) is gespecialiseerd in de vroegmiddeleeuwse geschiedenis van Noordwest-Europa. Hij is conservator van Museum Dorestad en won de W.A. van Es-prijs met zijn boek ‘De eerste Gouden Eeuw’. Andere bekende titels van Van der Tuuk zijn o.a. ‘De Friezen’, ‘De Franken’ en ‘Vikingen’.

Luit van der Tuuk, Handelaren en ambachtslieden.
Een economische geschiedenis van de vroege middeleeuwen.
144 bladz. uitg.  Omniboek, 15 euro.

Bron: stretto.be

Recensie van J.H.M.J. Busio:

De vroege middeleeuwen werden lang als een donkere periode beschouwd. Na de neergang van het Romeinse Rijk stonden nieuwe overheden niet langer garant voor veiligheid, muntgeld en logistiek. De economie was primair gebaseerd op agrarische productie en ruilhandel op lokaal en regionaal niveau. Handel op lange afstand betrof vooral luxe goederen, die door bestuurders werden ingezet als beloning voor de diensten en loyaliteit van hun achterban. De ambachtelijke productie van gebruiksgoederen vond plaats op domeinen van grootgrondbezitters en kloosters. Door het krachtige bestuur van de Karolingers werd internationale handel weer lucratief, ook met Scandinavië en de Arabische wereld. Het heffen van tol en belasting werd een bestuurlijk verdienmodel. De handel op lange afstand werd gedomineerd door professionele schippers en kooplieden die zich concentreerde op gespecialiseerde havennederzettingen.  Aantrekkelijk geschreven boek dat inzichten uit archeologie en archieven combineert tot een helder beeld van de vroegmiddeleeuwse economie. Met illustraties in z/w en literatuuroverzicht.

Op Historiek.net verscheen eveneens een recensie over dit boek, van Joost Eskes: "Handel en ambacht in de vroege Middeleeuwen"

Men zegt altijd dat het de uitzonderingen zijn die de regel bevestigen. Wel, zo is het altijd al geweest. Maar stel je voor, dat eeuwen geleden een vrouw het hier voor het zeggen had, een vrouw die zich niet in een hokje liet vangen. Haar naam was Margareta van Oostenrijk (1480-1530) en haar faam was haar grote verantwoordelijkheidsgevoel en haar honger naar perfectie.

Eigenlijk had ze goede genen langs moeders kant. Haar moeder was Maria van Bourgondië, die stierf toen ze drie jaar oud was. Haar sterke karakter zou ze echter erven van haar stief-grootmoeder, Margareta van York. Maar er was meer in het spel dan genetica. Johan De Cock, sinds 25 jaar inwoner van Mechelen, wekte haar opnieuw tot leven en zorgde ervoor dat u haar leert kennen als een vrouw van haar tijd, die gezegend was met een groot rechtvaardigheidsgevoel. En dat is mooi. Men kan eindeloos beweren dat iemand zijn tijd ver voorop was, maar de inborst bepaalt alles.

Als kind werd ze ontvoerd, en werd twee maal uitgehuwelijkt. Uiteindelijk zou ze geslaagde huwelijken kennen, maar ook veel innerlijke kwetsuren oplopen, zoals een doodgeboren kind. Het was haar tweede huwelijk echter met Filibert van Savoie dat haar zou vormen tot latere staatsvrouw van de Habsburgse Nederlanden. Haar tweede echtgenoot was eerder een feestvierder dan een heerser, waardoor zij de verantwoordelijkheden tegenover het volk opnam en een geolied regeersysteem ontwikkelde. Toen haar broer, Filips de Schone na haar echtgenoot kwam te overlijden en zij landvoogdes werd, vestigde ze zich in  Mechelen, van waaruit zij regeerde. Dit was niet steeds makkelijk, gezien haar Habsburgse afkomst haaks stond op de economische belangen van haar volk. Toch dacht zij steeds eerst in functie van de mens. Ze probeerde  ook fouten van de vorige generaties recht te zetten. We denken dan vooral aan het belastings-stelsel dat de vele oorlogen van haar grootvader, Karel de Stoute, diende te financieren.

Ze had een tijdloos karakter en wist alles zo haarfijn uit te werken en te documenteren dat we vandaag de dag een beeld krijgen over hoe men er toen reeds in slaagde om zonder moderne technologie een accuraat systeem op poten te zetten.

Johan De Cock laat de lezer een tijdreis maken, waarbij politieke systemen, demografische verschuivingen, oorlogen en ook diepmenselijke verhoudingen binnen al dan niet kunstmatige samengevoegde families een rol spelen. Zoals De Cock het stelt:

Men trouwde toen met geen man of vrouw. Men trouwde met een stuk grond. En dat zou al de rest gaan bepalen.

Hoe het allemaal begon, die begeestering voor Margaretha?  De Cock kwam een aantal jaar geleden in contact met uitgeverij Elena. Hij was gefascineerd geraakt door de medaillons met historische figuren aan de buitenkant van de galerij van het Mechelse Stadhuis. Iedereen in Mechelen liep er zowat voorbij, terwijl toeristen er vaak de historische waarde van inzagen. Dit was de boeiende aanleiding tot het schrijven van een boek waarin onze vorsten van Pepijn tot Karel zouden worden in kaart gebracht. Eveneens een prachtig boek vol boeiende verhalen, dat zo vlot geschreven is, dat men haast denkt dat men rond het kampvuur zit met De Cock zelf.

En zo is het, Johan De Cock zijn respect voor de lezer, heeft veel weg van het respect van Margaretha voor haar volk en economie. Hij belast de lezer niet met oeverloos geleuter en ingewikkelde constructies. Hij maakt er een boeiend geheel van waarin men zich gevoed voelt door de geschiedenis, eerder dan belast.

Margareta van Oostenrijk , Parel van Bourgondië.
Hardcover, 304 blz., 32 blz. illustraties, 
€34,50 

Bron: Cultuurpakt.be

Recensie door J.H.M.J. Busio:

De dood van de laatste Bourgondische hertog veroorzaakte een woelige periode in de Nederlanden. Zijn dochter Maria trouwde met de Habsburger Maximilian en kon zo de Nederlanden behouden. Door een slimme huwelijkspolitiek kregen de Habsburgers zelfs half Europa in handen. Hun dochter Margaretha vormde één van de pionnen in dit spel. Haar huwelijken met de koningen van Frankrijk en Spanje mislukten door politieke intrige en zelfs een overlijden. Een derde huwelijk met de hertog van Savoye bracht geluk, maar eindigde met een tragisch jachtongeval. Intussen had Margaretha ook het bestuurlijke virus te pakken gekregen. In Savoye omringde zij zich met professionele ambtenaren, die haar ook ondersteunden bij haar volgende uitdaging als landvoogdes van de Nederlanden. Haar diplomatiek inzicht wist dit gebied buiten de grote Europese oorlogen te houden. Naast bestuurlijke perikelen, biedt dit boek ook inzicht in de persoonlijkheid van Margaretha, gebaseerd op haar uitgebreide correspondentie. Vlot geschreven en inhoudelijk sterk boek, met afbeeldingen in kleur en literatuuroverzicht.

Interview met de auteur: "Ik ben drie jaar gerouwd geweest met Margareta"

Van de Zweedse hoogleraar geschiedenis Dick Harrison verschenen reeds eerder de goed onthaalde De Dertigjarige Oorlog (2018) en De geschiedenis van de slavernij (2019). Nu werd zijn werk met de Zweedse titel ‘Krijgsheren en heiligen’, dat oorspronkelijk dateert van 1999, ook in het Nederlands vertaald en gepubliceerd als "De volksverhuizingen". Daarin beschrijft Harrison De geschiedenis van West-Europa, 375-800, zoals de ondertitel luidt.

Het twintig jaar oude werk is een kind van zijn tijd. Vanaf de jaren 1980 stelden historici meer en meer de vraag naar het karakter van de transformatie van de Romeinse wereld. Eeuwenlang – in feite sinds de renaissance – schreef men het einde van het Romeinse rijk toe aan de combinatie van interne decadentie en de volksverhuizingen van woeste Germanen en Hunnen. In het Frans sprak men zelfs van ‘invasions germaniques’. Het gangbare historiebeeld was er een van een overgang van het licht van de klassieke oudheid naar de middeleeuwse duisternis. In de jaren 1990 ging men de overgang oudheid – middeleeuwen herbekijken. Harrisons studie situeert zich in die context, waar de auteur zelf in het voorwoord bij de Nederlandse uitgave op wijst. De hoofdlijnen van zijn boek blijven overeind in de zin van een cultureel formatief veranderingsproces, gesymboliseerd door de figuren van de krijger en de heilige, waarnaar de oorspronkelijke Zweedse titel verwijst.

Het boek bestaat uit vier grote delen. Eerst beschrijft Harrison de politieke evolutie van het eerste contact van Rome met de Goten tot Karel de Grote. Vervolgens gaat hij in op de mensen, hun leven en levensonderhoud. Dit deel omvat zowel economische als sociale aspecten en behandelt zaken zoals demografie, ecologie, landschap, bestaansmiddelen en de sociale structuren zoals huwelijk en seksualiteit. In het derde deel beschrijft Harrison dan de vroegmiddeleeuwse ideeënwereld, geloofsopvattingen en cultuur. Dit deel omvat o.a. geloof en bijgeloof, ketterijen en kerstening, kloosters en cultuur tot en met de positie van de joden. Het laatste deel behandelt dan de sociaalpolitieke structuren, zoals oorlog, wet, macht en geslacht en gaat in op kwesties van etniciteit en identiteit, de vroegmiddeleeuwse rechtsstructuren, koninklijke macht en de positie en rol van vrouwen in het machtsspel. Elk deel bestaat telkens uit een vijfentwintigtal behapbare hoofdstukken. Aparte vensters belichten uitgelichte thema’s, zoals de Nibelungen, koning Arthur of Monte Casino. In de epiloog stelt hij terecht dat de catastrofale achteruitgang in de vroege middeleeuwen terug te voeren is op een renaissancistische mythe.

Voor Harrison is de geschiedenis van West-Europa tussen 400 en 800 die van militarisering en kerstening, decentralisering en kleinschalige regionale gemeenschappen, waarin culturen ontstonden, die Europa karakteriseren tot op vandaag. Een uitgebreide en beredeneerde bronnen- en literatuurlijst, die evenwel maar gaat tot 1999, sluit het werk af. De kaart van Offa’s Dyke, de grens tussen Engeland en Wales, is nogal ongelukkig – met het noorden onderaan – afgedrukt.

Niettegenstaande deze studie twintig jaar oud is, was het een goed initiatief dit werk te vertalen, temeer dat Harrison zijn verhaal doet vanuit de mensen. Het geeft aan een hopelijk ruim lezerspubliek een genuanceerd historiebeeld van de vroege middeleeuwen.

Bron; Walter Smits - kunsttijdschriftvlaanderen.be 06/11/2020.

Recensie van J.H.M.J. Busio:

De vroege middeleeuwen worden niet langer gezien als een spreekwoordelijk duister tijdperk. Vergeleken met het Romeinse Rijk en de latere middeleeuwen zijn weliswaar minder bronnen beschikbaar, maar het blijkt een dynamische periode waarin overheid en samenleving zich opnieuw moesten uitvinden. Dit boek biedt een bewonderenswaardige reconstructie van deze ontstaansfase van West-Europa, die begint met een heldere analyse van de militaire en politieke perikelen rond de zogenaamde volksverhuizingen en het einde van het Romeinse Rijk. Daarna wordt een breed beeld geschetst van samenleving, economie, religie en bestuur, waarbij geografisch verspreide ontwikkelingen met elkaar in verband worden gebracht. Geweld en geloof waren de prominente elementen in de nieuwe samenleving en droegen bij aan zowel stabiliteit als conflict. Veel onderwerpen en personages passeren de revue, maar de korte paragrafen en verrassende anekdotes houden het boek prettig leesbaar. Geïllustreerd met z/w afbeeldingen, kaarten en een kleurenkatern. Daarnaast een uitgebreid literatuuroverzicht.

Een uitgebreide recensie verscheen in het Friesch Dagblad (van Tjerk de Reus): Religie en godsdienst hadden in vroege middeleeuwen impact op vrijwel alles.
 
De volksverhuizingen
De geschiedenis van West-Europa, 375-800
Dick Harrison
€ 39,99 - 654 blz.

Welkom bij Clubs!

Kijk gerust verder op deze club en doe mee.

Wat is dit?


Of maak zelf een Clubs account aan:


Aanbevelingen door leden:

bernard-de-clairvaux starstarstarstarstar

Een geweldige community over de middeleeuwen in al haar facetten. Boeken, tentoonstellingen, steden en discussies met diepgang en humor. Een Vlaams-Nederlandse samenwerking van historisch niveau!