Kunst en cultuur van de middeleeuwen

- Welkom op deze club over de middeleeuwen -

ehrenritter.gifIn deze club volgen we het nieuws over de middeleeuwen en discuteren we er over op het forum of blog: nieuwe inzichten en analyses, boeken en internetberichten, tentoonstellingen, films en TV-series, strips, levende geschiedenis en re-enactment en last but not least, de reisverslagen van onze clubleden. Kortom elk evenement dat ook maar een link heeft met de middeleeuwen krijgt een plaats op deze club. Het kan dus ook een persoonlijke belevenis of ervaring zijn van een clublid of gast, daarvoor dient vooral het 'Forum'. Op de blogberichten kan je ook je reacties kwijt. Naast het vele nieuws heb je ook nog de talrijke videoclips die je vindt in 'Videoalbums' en enkele links. Kortom, ben je in geschiedenis geïnteresseerd en meer bepaald in de periode van de middeleuwen, maak je kosteloos lid en doe mee of geniet.

5_1.pngD
e naam van de club verwijst naar het boek De Kathedralenbouwers van de franse historicus G. Duby: de middeleeuwers waren immers bij uitstek kathedralenbouwers. Dit boek heeft mij begeesterd en het middeleeuwse vuur wakkerde voor eeuwig aan door "De naam van de Roos" van de erudiete Umberto Eco.

Je vindt "Kathedralenbouwers" ook op Scoop.it!.  Plaatjes over de middeleeuwen vind je op Pinterest - middeleeuwen.

De periode voor de middeleeuwen, namelijk de Prehistorie en de Oudheid, wordt behandeld in de club
"Van Prehistorie tot Middeleeuwen".

Ben je een toevallige gast?
Wordt gratis lid, of laat iets horen op het forum of mail de eigenaar van deze club op calamandja@yahoo.com.

eric-enide-e1391725330308.jpg

Reeds sedert 2008 organiseert de club Kathedralenbouwers jaarlijks een clubbijeenkomst. 
Na Utrecht (2008), Brugge (2009), Delft (2010), Zutphen (2011), Kortrijk (2012), Bergen op Zoom (2014), Mechelen (2015), Deventer (2017), Tongeren (2018) is de tiende clubdag in 2019 terug doorgegaan in Utrecht. Hieronder vind je het verslag van deze laatste clubdag, opgesteld door clublid Antonius.

Bouwers Utrecht 2019.

Voor de 10e Bouwersdag zijn de Bouwers op zaterdag 16 november 2019 terug in Utrecht voor de jaarlijkse Bouwersdag.  De dag van het 2e lustrum begint  om 10:00 uur aan de Korte Nieuwstraat bij De Rechtbank, in het hart van het Museumkwartier. Favoriet is 'TRIBES - A Coffee Prophecy' (goed straf spul). De Abt heeft parels van de stad op een rij gezet. De dag is ons goed gezind: windstil, droog en een temperatuur van 6 graden, dus een mooie november dag.

Baldakijn met Christus Pantocrator 1275-1299 

Van 11:00 tot 13:30 zijn we rondom het Catharijne Convent. In het Museum loopt voor 3 maanden de tentoonstelling North & South: altaarfronten uit de 12e t/m de 14e eeuw uit Noorwegen (Bergen, Trondheim, Oslo) en het Episcopal Museum Vic (Catalonië), met een hoofdrol voor het oudste houten beeld van het convent, de gouden Maaslandse Maria van rond 1240. De tentoonstelling gaat haar een plek geven in een altaarfront. De tentoonstelling geeft voorstellingen in heldere kleuren en donkere contouren die haast icoon-achtig aandoen.

Enkelen  bezochten  de schatkamer van het convent met daarin een gave ivoren Byzantijnse Maria-ikoon Hodegetria (Zij die de weg wijst), dat rondom 950 is gesneden in een keizerlijk aterlier in Constantinopel.

Tijdens de lunch in het convent-resto is het Noors Twaalf uurtje de voorkeur, maar niet elke Bouwer eet zijn groente-blaadjes op.

Er is nog ruim de tijd om de bisschoppelijke St. Catharinakathedraal in te kuieren; de orde van de karmelieten begonnen in 1468 met de bouw als onderdeel van hun klooster. Terecht is hier een nisje ingeruimd voor Johannus Kardinaal  De Jong die zijn stem in de donkere geschiedenis-jaren liet horen.

Rondom kwart over twee staan we op heilige grond: op het Pausdam voor het Paushuize hertelt Marjoke haar verhaal uit 2008 over Adrianus VI, de enige Nederlandse paus ooit.

Romaans reliëf Pieterskerk Utrecht

Het hoogtepunt van de dag is de Pieterskerk, gebouwd in de jaren 1040-1048, met op het koorverhoog 4 romaanse zandstenen–reliëfs van rond 1070: een ingetogen ruimte,  mede doordat zij - al sinds 1656 - bij de Waalse Gemeente Utrecht in gebruik is.

Rondom Drie-uur  trekken we via de binnenhof de gotische Domkerk in. We verwijlen bij de graftombe van bisschop Gwijde van Avesnes, omdat we de lessen van Sanne Frequin kennen en weten dat je nooit zomaar langs een graftombe moet lopen.

 Aan de Oudegracht in stadskasteel Oudaen is het te doen om de Oudaen Pilsener en Dubbel (aan 7%).

We gaan terug naar de Korte Nieuwstraat waar op de fundamenten van de Paulusabdij, gebouwd door de benedictijner monniken  in de 11e eeuw, nu het Utrechts Archief zijn onderkomen heeft. Met in de hoofdrollen schrijfster Belle van Zuylen (ook prominent aanwezig in Musee Antoine Lecuyer in Saint Quentin) en Anna Maria van Schurman, de eerste vrouw in Europa met een academische opleiding, toont een heel  inspirerende film de geheimen van het Depot. We gaan op zoek naar het Scharnier van de hoofdpoort van het middeleeuwse kasteel Vredenburg en hebben zo de deuropening naar 2008 weer te pakken.

We gaan aan tafel aan het Domplein bij restaurant LOOF. Ieder kiest zijn gerecht. Bij de afsluiting heeft Revolution Tea de meeste gebruikers.

Rond Achten schudden we de handen op de hoek van de  Catharijnesingel / ingang Hoog Catharijne.  De auto of de trein brengt ieder weer zijns weegs. Top voor het program van deze bizondere editie van de Bouwersdag. We maken ons op voor de elfde editie.

art_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpg

Foto van de clubleden op de negende clubdag in Tongeren (2018):

Foto van de clubleden op de achtste clubdag in Deventer (2017):

Foto van de clubleden op de zevende clubdag in Mechelen (2015):

Foto van de clubleden op de zesde clubdag in Bergen op Zoom (2014):

Foto van de clubleden op de vijfde clubbijeenkomst in Kortrijk (2012):

IMG_0001.JPG

Foto van de clubleden op de vierde clubbijeenkomst in Zutphen (2011):

club2.jpg

Foto van de clubleden op de derde clubbijeenkomst in Delft (2010):

Clubleden Kathedralenbouwers in Delft

Foto van de aanwezige clubleden op de tweede clubbijeenkomst van de Kathedralenbouwers te Brugge op 18 april 2009.

cluppersbrugge(1).jpg

art_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpgart_border_motif_01.jpg

documents.gif 46a0f6cd59ecc242f3e84fbf00fabaa2.jpg

Free counters!

Waarschijnlijk door het succes van "De Bourgondiërs" van Bart van Loo vind je nu in de boekenwinkels een herdruk van een boek uit 1940 in de vooroorlogse spelling van weleer. Deze biografie van Karel de Stoute (1433-1477) was  jaren niet meer beschikbaar tot uitgeverij Aspekt in 2016 besliste tot herdruk van het boek. Deze heruitgave zorgt ervoor dat deze klassieker weer gelezen kan worden, voor wie maar niet genoeg krijgt van Bourgondiërs of biografieën. 

Karel de Stoute was hertog van Bourgondië, Brabant, Limburg, Luxemburg, graaf van Vlaanderen, Holland, Zeeland, Henegouwen en andere gewesten. Hij was een zoon van Filips de Goede en Isabella van Portugal. In 1439 trouwde hij met Catharina van Frankrijk die in 1446 stierf. Hierna huwde hij Isabelle van Bourbon in 1454, maar zij stierf in 1465. Zij gaf hem zijn enige kind, Maria. In 1468 trouwde hij tenslotte met Margaretha van York die hem overleefde.

Sinds 1457 groeide de afstand tussen Karel en zijn vader, vanwege de groeiende invloed van de familie Croy op de oude hertog. Tot een breuk kwam het in 1463. In 1465 wist Karel zijn tegenstanders te verwijderen en nam het bewind namens zijn ziekelijke vader over. Hij werd toen de ziel van de Ligue du Bien Public. Karel behaalde als winst uit zijn eerste strijd met Lodewijk XI van Frankrijk de teruggave van de verloren Somme-steden.

Na de dood van Filips in 1467 begon Karels’ regering met een overwinning op de met Frankrijk verbonden Luikenaren. Ondanks diplomatiek verzet van Lodewijk XI bracht hij een verbond met Engeland tot stand (1468, huwelijk met Margaretha van York). Een poging van Lodewijk om met de hertog te onderhandelen in 1468 te Péronne, leidde tot een nederlaag voor de koning, die zelfs een tuchtiging van het weer opgestane Luik moest bijwonen. Lodewijk herstelde zich schitterend door eraan mee te werken dat Eduard IV van Engeland – zij het tijdelijk – voor de Lancasters moest vluchten (1470-1471).

Karel wist zich echter na een verlies te handhaven in de oorlog die was uitgebroken. Een nieuwe coalitie tegen Frankrijk kwam tot stand, maar de strijd leverde geen duidelijke overwinnaar op. Sindsdien kreeg Karel meer gelegenheid zich in Duitse zaken te mengen. In 1472 begon de bezetting van Gelre. In 1473 veroverde hij het hertogdom Lotharingen. In Trier onderhandelde hij met de keizer over een toekomstige verwerving van het Duitse koningschap en toen hij dit niet kon bereiken over zijn verheffing tot koning van Bourgondië.

Na tegenstand van de Duitse vorsten begon de aftakeling. Interventie in de strijd van de Keulse aartsbisschop tegen de stad Keulen leidde tot een langdurig maar vruchteloos beleg van Neuss (1474-147), dat Karel belette steun te geven aan de Engelse inval in Frankrijk die zonder succes snel eindigde. Een hernieuwde poging om Lotharingen te veroveren leidde tot een strijd tegen de Zwitsers, die Karel op 1 maart 1476 en op 22 juni daarop volgend bij Granson en Mursten zware nederlagen toebrachten. Op 22 oktober 1476 sloeg Karel het beleg voor Nancy. Bij een ontzettingspoging sneuvelde hij op 5 januari 1477.

Met zijn onderdanen, vooral de steden, lag Karel voortdurend overhoop. Ten eerste door zijn pogingen een sterker monarchaal gezag te bevestigen en ten tweede door de hoge kosten, door zijn oorlogen veroorzaakt. De groeiende belastingdruk wekte een steeds groter wordende weerstand van de Staten. De hertog zag zichzelf steeds vaker met geweld op te treden tegen de steden. Het bericht van zijn dood zou voor algemene opstand zorgen.

‘Jan Walch schreef meer dan een biografie, hij plaatst een tijdsbeeld. Het leven van Karel de Stoute was meeslepend en dramatisch, gevangen tussen heroïek en tragiek’. – Perry Pierik

Karel de Stoute - Jan Walch
Pagina's: 248 - Prijs: € 18.95

 
Bron: Mark Beumer, Academia.eu

Uit onderzoek in laatmiddeleeuwse stadsarchieven blijken de sterke rechten van vrouwen voor de duistere tijden van heksenverbrandingen en economische uitsluiting.

De Middeleeuwen, dat waren nog eens duistere tijden. En dan vooral voor vrouwen, die er als erfgename van Eva immers voortdurend op uit waren mannen tegronde te richten, zo waarschuwde rond 1530 de schrijver van ‘Dat bedroch der vrouwen’ maar weer eens. Vandaar dus dat de man de broek aan moest hebben, ook in huis.

Toegegeven, er waren ook dames met macht: gravin Ada, Jacoba van Beieren, Maria van Bourgondië, al waren die vaak tweede keus, bij gebrek aan mannelijke troonopvolgers. Ook op religieus gebied hebben enkele middeleeuwse vrouwen de geschiedenisboekjes gehaald, zoals Hadewijch en Lidwina van Schiedam. Maar hoe zat het met de macht en rechten van de gewone, onbekende poortervrouw? Had zij nog een vinger in de schrale pap, waarin ze, zo wil het beeld, de hele dag thuis moeizaam stond te roeren? Had zij wat te willen als het op trouwen of seks aankwam of moest ze alles maar lijdzaam ondergaan? Kon ze een eigen inkomen hebben? Hoe zag de middeleeuwse ‘wijvenwereld’ er uit?
 
‘Coopwijf’
 
Met die vragen heeft een vijftal jonge, enthousiaste historici van de Leuvense universiteit zich op de laatmiddeleeuwse stadsarchieven van het voormalige hertogdom Brabant gestort - allereerst hulde dus voor de vele vrijwilligers die de afgelopen jaren al die documenten hebben gescand en getranscribeerd. Aan de hand van die schat aan verordeningen, gerechtelijke uitspraken, contracten en testamenten wordt in dit alleraardigste boek uitgeplozen hoe het tussen 1350 en 1550 stond met de feitelijke rechten van de inwoonsters van steden als Brussel, Antwerpen, Luik en ook Breda en Den Bosch. En daarbij jagen de schrijvers op heerlijk lichte toon menig cliché over de kling.
 
Zo begonnen de echt duistere tijden van heksenvervolging en economische uitsluiting pas na de Middeleeuwen, in de roerige 16de eeuw; in de relatief rustige 15de eeuw blijken er in Brabant heel wat stadsvrouwen vlijtig en vrijelijk aan de weg te hebben getimmerd als ‘coopwijf’, geldschieter en ambachtsvrouw, soms zelfs als meesteres. Rechteloos waren ze zeker niet: zo werden erfenissen indertijd nog gelijkelijk verdeeld onder zonen en dochters. Weliswaar stonden gehuwde vrouwen (tot 1956 nog!) onder de voogdij (‘momboordij’) van hun echtgenoot, maar als hij zonder haar toestemming aan haar bezit zat, kon ze hem daarvoor nog tot diep in de 15de eeuw voor de rechter slepen. Meer rechten hadden ongetrouwde vrouwen en weduwes; zij konden bijna overal zelfstandig zaken doen, zoals blijkt uit het levensverhaal van de Antwerpse Janne Schuts, een ongehuwde moeder die zich van dienstmeisje opwerkte tot geslaagd zakenvrouw.
 
Schandstraf

 
Ook het huwelijksrecht was veel minder vrouwonvriendelijk dan vaak gedacht. Kindhuwelijken kwamen hoogstens voor onder de adel; gewone mensen trouwden doorgaans pas boven hun 20ste - in Brussel moest je er in 1445 zelfs minimaal 28 voor zijn. Gehokt werd er volop, zeker als er niets te vererven viel. En als ouders dwarslagen bij de partnerkeuze van hun dochter, kon ze hen voor een voldongen feit stellen met een schaking. Mits ze volwassen was en het inderdaad met haar instemming was gebeurd, want een verkrachter liep het risico dat zijn hoofd ervan afgezaagd werd met een houten plank. Mocht een echtgenoot impotent blijken of zich schuldig maken aan publiekelijk overspel, geweld of spilzucht, dan was scheiding van tafel en bed een optie; wel verbood de christelijke leer een tweede huwelijk.

De Brabantse steden waren zelfs beroemd om een grote groep alleenstaande vrouwen: de begijnen, vrome, kuise vrouwen die in veilige hofjes bijeen woonden en de sobere kost veelal verdienden met spinnen, weven en kantklossen. Uiteraard leefden niet alle stadse vrouwen deugdzaam, hoewel het aandeel van ‘quade wijven’ in de middeleeuwse misdaadstatistieken opvallend bescheiden is. Ze werden hoofdzakelijk veroordeeld voor diefstal, vechtpartijen, overspel en gescheld, vooral als dat de openbare orde en andermans reputatie in gevaar bracht. De straf bestond meestal uit een geldboete, een schandstraf (zoals een rood lapje op je kleren voor overspel) of een bedevaart; lijfstraffen werden meestal pas opgelegd in geval van recidive. Maar wat mij in ‘Wijvenwereld’ nog het meest verraste: in de late Middeleeuwen was prostitutie weliswaar zondig, maar niet strafbaar zolang het vanuit die fameuze christelijke vrije wil gebeurde, in buurten en badhuizen die het stadbestuur daartoe gedoogde. Pooiers en vrouwenhandelaars daarentegen werden actief vervolgd en streng gestraft.

Van zulk archiefonderzoek valt inderdaad nog heel wat op te steken.

Oordeel: alleraardigst boek jaagt veel clichés over vrouwenlevens over de kling.

Andrea Bardyn, Chanelle Delameillieure en Jelle Haemers, 'Wijvenwereld. Vrouwen in de middeleeuwse stad', Uitgeverij Vrijdag, 352 p., 24,95 euro © Uitgeverij Vrijdag
 
Middeleeuwse topwijven

 
We stellen u graag voor aan enkele middeleeuwse ‘topwijven’ uit de Nederlanden.
 
Machtilde Perloecx bekritiseert de keurmeesters
Op de Leuvense vismarkt ging het er niet altijd even vredig aan toe. Ambachtslieden leurden er met zeevissen die de stad werden ingevoerd en bewoners van de stad en haar omgeving verkochten er vis om een extra centje te verdienen. Ook vrouwen waren talrijk aanwezig, als kopers én verkopers. Die visverkoopsters, toen viswijven genoemd, genoten niet de beste reputatie, maar dit werkten ze zelf soms wel eens in de hand. Zo moest de Leuvense Machtilde Poerloecx zich in 1423 voor de stadsraad verantwoorden. Zij baatte een kraam uit op de vismarkt. Machtilde was verontwaardigd nadat de keurmeesters (dit waren mannen die de kwaliteit van de vissen keurden) haar vis hadden afgekeurd en riep hen daarop toe dat ze niet grondig keurden en dat “sij stoncken”. Hiermee stelde ze de rechtvaardigheid van het economische beleid van de stad in vraag – en hun welriekendheid. Dit werd haar niet in dank afgenomen en Machtilde werd op een bedevaart naar Milaan gestuurd.

Katlijne van Brussel leert haar echtgenoot een lesje
Anno 1430 leefde de Leuvense Katlijne van Brussel in Kortrijk, waar ze een eigen handelszaak had uitgebouwd. Dat was ook nodig, want ze leefde gescheiden van haar man Hendrik, die nog in Leuven woonde met hun zoontje. Katlijnes succes kwam Hendrik echter al snel ter ore. “Met behendicheiden ende scoenen woerden” smeekte hij haar om terug te keren naar haar thuisstad. Minder gewiekst in de liefde dan in het ondernemerschap verkocht Katlijne haar zaak. Ze stuurde de opbrengst alvast naar Hendrik alvorens zelf de reis te maken. Eenmaal aangekomen in Leuven stond ze – letterlijk – voor een gesloten deur. Hendrik weigerde niet alleen zijn echtgenote te verwelkomen, hij woonde ook samen met een vriendin en hield Katlijnes geld voor zichzelf. Katlijne wist wat haar te doen stond: gesteund door vrienden trok ze naar de rechtbank, en vroeg hen “omme Godswille” om gerechtigheid te laten geschieden. Dat lukte ook: de Leuvense stadsraad strafte Hendrik en dwong hem om het geld dat hij met “listigher subtijlheyt” had ontvreemd terug te geven aan Katlijne. Eind goed, al goed voor Katlijne.

Woyeken Hagen zegt neen tegen een gearrangeerd huwelijk
In 1500 ontving het Antwerpse stadsbestuur een klacht van de familieleden van Woyeken Hagen. Ze claimden dat een zekere Symoen het meisje tegen haar wil had geschaakt. De gerechtsofficier confronteerde Woyeken met de klacht, waarop ze ontkende dat Symoen haar ontvoerd had. Integendeel, Woyeken verklaarde prompt dat ze uit vrije wil was meegegaan en geen andere man wilde. Ze had namelijk vernomen dat haar familie haar aan een “leeliken man mit eenen baerde” wilde koppelen. Om dat te vermijden trouwde ze snel met Symoen, hoewel Woyeken eigenlijk minderjarig was (jonger dan 25 volgens het middeleeuws recht) en de goedkeuring van haar familie nodig had. De schepenen bestraften Symoen daarom met een boete. Toch was het huwelijk tussen Woyeken en Symoen geldig en onbreekbaar. Beide partners hadden namelijk ingestemd en dat was de enige voorwaarde om te trouwen in de middeleeuwen. Voor meisjes als Woyeken boden schakingen dus een mooie kans om aan een gedwongen huwelijk te ontsnappen.
 
Liesbet van Keerbeke verzet zich tegen haar uitsluiting uit het slagersambacht
In 1564 besliste de Leuvense stadsraad, na aandringen van het slagersambacht, dat slagersweduwen de zaak van hun overleden echtgenoot in het Vleeshuys niet langer mochten uitbaten. Volgens de ambachtslieden tastte de aanwezigheid van gevestigde weduwen het inkomen van jongere gezellen van het ambacht aan. Die nieuwe regeling was echter buiten Liesbet van Keerbeke gerekend. Twee jaar na de verordening stapte deze slagersweduwe naar de stadsraad. Ze stelde dat ze als arme weduwe zonder de zaak van haar voormalige echtgenoot haar kinderen niet meer kon onderhouden. Daarnaast argumenteerde Liesbet dat weduwen in alle Leuvense ambachten steeds het beroep van de overleden echtgenoot hadden verdergezet. De stadsraad gaf gehoor aan haar argumenten en Liesbet kreeg toelating om de vleeskraam te blijven uitbaten totdat haar zoon meerderjarig was. Het bleef niet bij die uitzondering: vier jaar later schrapte de stadsraad de verordening in zijn geheel. Liesbet kende als ambachtsweduwe haar rechten en aarzelde niet om die af te dwingen voor de schepenbank.

Cornelijken Barinagen laat zich niet doen door haar belager
Op 14 augustus 1480 viel het verdict in de rechtszaak die de Gentse Cornelijken Baringen samen met haar ouders had aangespannen. De schepenbank veroordeelde Colaert Roose tot een verbanning van vijftig jaar uit Gent. Colaert had Cornelijken het leven immers erg zuur gemaakt. Als jonge vrouw – vermoedelijk was ze een tiener – zocht ze al een tijdje naar een geschikte partner. Maar tot Cornelijkens grote frustratie hapte geen enkele man toe, en dat was de schuld van Colaert Roose. Deze man verspreidde immers kwalijke roddels over haar en zei dat hij met haar had geslapen. In de eergevoelige middeleeuwse maatschappij waren zo’n woorden niet onschuldig. Het seksueel gedrag van vrouwen bepaalde hun reputatie én die van hun familie. Voor jonge meisjes waren maagdelijkheid en eerbaarheid daarom erg belangrijk. Door Colaerts “blameerlijke ende afdraghelijke woorden” had Cornelijken dan ook “diverssche goede huwelijken” misgelopen die ze nochtans “gherne ghe(h)adt hadde”. Nu Colaert zwaar bestraft werd en het duidelijk was dat Cornelijken een “eerbaer maeghdekin” was, kon ze haar zoektocht naar een partner met goede moed hervatten.
 
Janne Schuts groeit uit tot een gerespecteerde zakenvrouw
Janne Schuts, een alleenstaande vrouw in vijftiende-eeuws Antwerpen, verstrekte op grote schaal leningen aan haar stadgenoten. Dat was een typische activiteit voor alleenstaande vrouwen in middeleeuwse steden, maar weinigen waren zo actief als Janne. Zij liet zo’n 158 transacties registeren voor de Antwerpse schepenbank – een enorm aantal. Dat waren voornamelijk leningen maar ook investeringen in vastgoed. Janne was daarmee een erg succesvolle geldschieter die de groeiende Antwerpse economie van krediet voorzag. Ze deed dat bovendien vanuit een allesbehalve evidente positie: ze was van bescheiden komaf en de alleenstaande moeder van een onwettig kind uit een affaire. Toch klom ze op van dienstmeisje naar een vishandelaarster met een eigen zaak, om vervolgens begijn te worden. In het begijnhof gaf ze les en breidde ze haar investeringsactiviteiten uit. Dankzij wat financiële meevallers en zakelijk talent kon ze een klein fortuin opbouwen, dat ze onder andere gebruikte om aan haar zus en dochter een mooie huwelijksgift mee te geven.

Barbara Smets
Vrouwen leverden dus een onmisbare bijdrage aan de handel en nijverheid van de Nederlanden, één van de belangrijkste commerciële gebieden van pre-industrieel Europa. Toen organiseerde de economie zich namelijk rond gezinnen: echtparen baatten samen een zaak uit, maar in officiële documenten werd doorgaans uitsluitend de naam van het gezinshoofd genoteerd. Zo raakten hun meewerkende echtgenotes en dochters vergeten door de geschiedenis. Een mooi voorbeeld is de bekende cartograaf Jacob van Deventer, die in de zestiende eeuw in opdracht van de Spaanse koning de steden van de Nederlanden op een innovatieve manier in kaart bracht. De naam van zijn partner, Barbara Smets, doet wellicht geen belletje rinkelen. De magnifieke kaarten kwamen er nochtans ook dankzij haar. Barbara en Jacob baatten samen een atelier uit dat instond voor het graveren, de inkleuring en de verkoop van kaarten. Terwijl Jacob de kaarten tekende, waakte Barbara over de afwerking van het kaartmateriaal en de handelsbelangen van de zaak. Op die manier droeg ook zij bij aan de cartografie, maar bleef ze onzichtbaar.

Jeanne de Montbaston
Een andere vergeten vrouw is Jeanne de Montbaston die samen met haar echtgenoot Richard de Montbaston als boekhandelaar en verluchter werkte in Parijs in de veertiende eeuw. Jeanne en Richard verkochten manuscripten en voegden er prachtige miniaturen aan toe. Lang bleven de makers van die kunstwerkjes anoniem, maar uit nieuw onderzoek blijkt dat Jeanne een aanzienlijk deel ervan produceerde. Hetzelfde geldt voor vele anderen middeleeuwse manuscripten, waarvan de kopiist gewoonlijk anoniem bleef: lang schreven historici die uitsluitend aan mannen toe, maar het blijkt steeds meer dat ook vrouwen duchtig schreven en illustreerden.

Bronnen:
- Trouw.nl, Knack.be, cultuurgeschiedenis.be

 De Tempeliers - Dan Jones

“De tempeliers”, zo lezen we, “waren religieuze soldaten. De tempeliers waren het product van de kruistochten, de door de middeleeuwse kerk geïnitieerde oorlogen die voornamelijk, maar niet uitsluitend, gericht waren tegen de islamitische heersers in Palestina, Syrië, Klein-Azië, Egypte, Noordwest-Afrika en Zuid-Spanje. De tempeliers waren dan ook in grote delen van de mediterrane wereld en elders te vinden: op de slagvelden van het Nabije Oosten en in steden en dorpen in heel Europa, waar ze grote landerijen beheerden die het geld opbrachten voor hun militaire avonturen. Maar wie waren die tempeliers nu precies? Dit boek probeert de geschiedenis van de echte tempeliers te vertellen, niet zoals ze sindsdien in de legenden zijn afgeschilderd.

Historicus Dan Jones vertelt in zijn boek ‘De Tempeliers’ (oorspronkelijke titel, “The Templars, The Rise and Fall of God’s Holy Warriors”) over de bloei en de ondergang van de kruisridders. In de 12de eeuw richtten negen ridders de Orde van de Tempeliers op. De broederschap moest de pelgrims in het Heilige Land beschermen. De pelgrims legden een gelofte van armoede en gehoorzaamheid af, en werden daardoor in 1129 erkend door de kerk. Verenigd onder het rode kruis trokken ze ten strijde in de naam van God. In 200 jaar ontwikkelden ze zich van pelgrims en kruismonniken tot ketters en bankiers. In ‘De Tempeliers’ vertelt Dan Jones op indrukwekkende en toegankelijke wijze over deze grootste religieuze militaire ridderorde ooit.

In spectaculaire beschrijvingen vertelt Dan Jones over de opkomst en de ondergang van de tot de verbeelding sprekende tempeliers. Dit boek was direct een New York Times-bestseller. Negenhonderd jaar geleden richtten negen ridders volgens de legende de Orde van de Tempeliers op. Dit broederschap moest de pelgrims in het Heilige Land beschermen. Door de gelofte van armoede en gehoorzaamheid af te leggen, werd de orde in 1129 door de Kerk erkend. In 200 jaar ontwikkelden ze zich van kruisvaarders en krijgsmonniken tot ketters en bankiers, en groeiden zij uit tot de grootste religieuze militaire ridderorde ooit. Jones schrijft op toegankelijke wijze over deze legendarische orde die, verenigd onder het rode kruis, ten strijde trok in de naam van God.

Dit is een boek over een haast eindeloze oorlog in Palestina, Syrië en Egypte, waar facties van soennitische en sjiitische moslims in strijd raakten met militante christelijke indringers uit het Westen: het gaat over een ‘geglobaliseerde’, van belasting vrijgestelde organisatie die zoveel rijkdom vergaarde dat ze machtiger werd dan sommige regeringen; het gaat over de relatie tussen internationale financiering en geopolitiek, over de macht van propaganda en mythevorming, over geweld, bedrog, verraad en hebzucht.

Het boek bestaat uit vier uitgebreide delen, Pelgrims, ca. 1102-1144, Soldaten, 1144-1187, Bankiers, 1189-1260 en Ketters, 1260-1314. De Epiloog gaat over de heilige graal en als bijlagen krijgt u de lijst van belangrijke personages, Pausen, 1099-1334, Koningen en koninginnen van Jeruzalem en Grootmeesters van de Orde van de Tempel. Het boek is ook voorzien van zeven verduidelijkende kaarten, Europa en het Heilige Land, ca. 1119, Het Heilig Land, ca. 1119, De reis van Saewulf, ca. 1102, Jeruzalem in de 12de eeuw, Palestina en het zuiden van Syrië, De Mongolen en mammelukken, ca. 1260-1291 en Akko in 1291.

- Het eerste deel, ‘Pelgrims’, beschrijft het ontstaan van de tempeliers in de vroege 12 de eeuw, toen de religieuze orde van christelijke strijders werd opgericht door de Franse ridder Hugo van Payns (foto) en (zoals later werd beweerd) acht van zijn metgezellen, die in de turbulente nasleep van de Eerste Kruistocht in Jeruzalem een doel voor zichzelf zochten.

- Het tweede deel van bet boek, ‘Soldaten’, laat zien hoe de tempeliers van een reddingsteam langs de weg evolueerden tot een militaire elite-eenheid die in de voorste linies van de kruisvaarders oorlogen streed. Het beschrijft de cruciale rol van de tempeliers tijdens de Tweede Kruistocht, toen zij niet een handjevol pelgrims, maar het hele leger onder leiding van de koning van Frankrijk door de bergen van Klein-Azië loodsten en veilig in het Heilige Land afleverden.

“Ze leenden de bankroete opperbevelhebber grote sommen geld”, zo schrijft Jones, “en vochten vervolgens in de frontlinie toen de kruisvaarders Damascus probeerden te veroveren, een van de grootste steden van de islamitische wereld”. “Vanaf dat moment”, vervolgt hij, “speelden de tempeliers een prominente rol in de politieke en militaire geschiedenis van de christelijke (of Latijnse) kruisvaarders staten: het koninkrijk Jeruzalem, het graafschap Tripoli en het prinsdom Antiochië. In dit deel komen ook een paar van de meest intrigerende figuren uit de hele geschiedenis van de kruistochten aan de orde, zoals de vrome maar ongelukkige koning Lodewijk VII van Frankrijk, de roekeloze, hooghartige Gerard van Ridefort, grootmeester van de tempeliers, die in 1187 mede leiding gaf aan het leger van God in de apocalyptische slag bij Hattin, de melaatse koning Boudewijn IV van Jeruzalem en de beroemdste islamitische sultan uit de wereldgeschiedenis, Saladin, die er zijn levenswerk van maakte om de kruisvaarders van de kaart te vegen en die persoonlijk toezag op de terechtstelling van honderden tempeliers op één enkele dag”.

- Deel III, ‘Bankiers’, onderzoekt hoe de Orde van de Tempel van een ondersteunende strijdmacht voor de kruisvaarders, gefinancierd met schenkingen uit het Westen, uitgroeide tot een instituut dat militaire competentie combineerde met een uitnemend netwerk van bezittingen en personen in de hele christelijke wereld, en dat op die manier het christelijke  Westen met de oostelijke oorlogszone verbond in een tijd waarin het enthousiasme voor de kruisvaart begon weg te ebben.

“Nadat ze als gevechtseenheid bijna waren vernietigd door Saladin”, zo lezen we, “werden de tempeliers in de jaren negentig van de 12de eeuw weer op de been geholpen met hulp van de briljante, brutale en beroemde Richard Leeuwenhart, koning van Engeland. Zijn vertrouwen in de hoogste leiding van de orde en de manier waarop hij op de tempeliers steunde, bepaalden de richting waarin de orde zich in de 13 de eeuw zou ontwikkelen. Beschermd door de koninklijke patronage, die snel werd nagevolgd door edelen en stedelijk autoriteiten, verwierven de tempeliers steeds meer land en onroerend goed en verkregen ze lucratieve belastingvoordelen. Ze werden duizelingwekkend rijk en raakten financieel uitstekend onderlegd, zodat pausen en koningen zich op den duur tot hen wendden om hun financiële administratie te verzorgen, de schatkist te bewaken, oorlogen te organiseren en in slechte tijden fondsen te fourneren”.

- Deel III laat verder zien hoe de tempeliers steeds meer verantwoordelijkheid namen voor de veiligheid van de kruisvaarders staten, waardoor ze in contact kwamen met een paar van de belangrijkste mannen uit de 13de eeuw, onder wie de heilig verklaarde Franse koning Lodewijk IX, met wie ze uitstekend overweg konden, en Frederik II van Hohenstaufen, de pompeuze en liberaal ingestelde keizer van het Heilige Roomse Rijk, die zichzelf tot koning van Jeruzalem verklaarde en prompt de strijd aanbond met de mannen wier taak het was de stad te verdedigen.

- In deel IV, ‘Ketters’, worden de gebeurtenissen uit de jaren zestig van de 13de eeuw aangewezen als de eerste aanzet tot de uiteindelijke ondergang van de tempeliers. De broeders in het Oosten stonden in de frontlinie van een oorlog tegen de twee gevaarlijkste vijanden met wie de kruisvaarders ooit te maken kregen: de Mongoolse horden onder de nakomelingen van Dzjengis Khan en de mammelukken, een kaste van islamitische slavensoldaten. De nederlaag tegen de mammelukken was een vrijbrief voor meer kritiek op de tempeliers dan ooit tevoren. Hun haast onuitputtelijke middelen en directe associatie met het wel en wee van de oorlogen tegen de islam waren nu argumenten die tegen hen werden gebruikt.

Koning Filips IV (‘de Schone’) was de drijvende kracht achter de ontbinding van de Orde van de Tempeliers. Van meet af aan was hij van plan de orde te vernietigen. Hij duldde op het Frans grondgebied geen paramilitaire organisatie die aan zijn gezag ontsnapte en kon zijn lege schatkist vullen met de bezittingen van de Tempeliers. Geestelijken waren zelf Fransen, nauw verbonden met de koning en nauwelijks bereid hem tegen te spreken. Sommigen werkten heel actief mee aan zijn plan. Op 13 oktober 1307 werden ongeveer tweeduizend tempeliers gearresteerd in Frankrijk. Na een proces van vijf jaar deelde paus Clemens V op 9 april 1312 mee dat hij besloten had de Tempelorde op te heffen.

Dit is een meesterlijk verteld boek over de geschiedenis van de twee eeuwen tussen de onopvallende geboorte en de spectaculaire vernietiging van de orde, en een aangrijpend, historisch-wetenschappelijk boek over de complottheorieën over de Tempeliers. Een must!

Dan Jones (°1981) ex-student van de Universiteit van Cambridge, is een Brits journalist, historicus en tv-presentator. Bibliografie: 

  • The Color of Time, (vert. De Tijd in Kleur, Omniboek).
  • The Templars, The Rise and Fall of God's Holy Warriors.
  • Magna Carta: The Making And Legacy Of The Great Charter.
  • The Wars of the Roses: The Fall of the Plantagenets and the Rise of the Tudors.
  • The Plantagenets: The Warrior Kings and Queens Who Made England.
  • Summer of Blood: The Peasants’ Revolt of 1381.

Dan Jones
De Tempeliers, De opkomst en ondergang van de tempelridders
480 bladz. geïllustreerd, € 30,00
Uitg. Omniboek ISBN 9789401914284

 
Bron: Michel Dutrieue, Stretto – Magazine voor kunst, geschiedenis en muziek (stretto.be)

BART VAN LOO 
De Bourgondiërs. Aartsvaders van de Lage Landen. 
  De Bezige Bij, 608 blz., 34,99 €.  

Bart Van Loo is terug. Met een turf over de Bourgondiërs die in de late middeleeuwen de Lage Landen vorm gaven. Zet je schrap voor straffe verhalen vol bloed, zweet en tranen.

Schrijver en conferencier Bart Van Loo (45) begint zijn nieuwe boek met een captatio benevolentiae die vele (oudere Vlaamse) lezers persoonlijk zal aanspreken. Hij geraakte als jonge snaak gefascineerd door een ongewone, lugubere prent uit ’s Lands Glorie, de naoorlogse prentenboekenreeks over de ‘Belgische’ geschiedenis, een romantisch-patriottisch werk dat je met bonnetjes van de kruidenier bij elkaar moest verzamelen. Prent 182, met het verhakkelde lijk van Karel de Stoute op een besneeuwde vlakte bij ­Nancy in 1477, liet Van Loo niet los. Die geschiedenis zou hij ooit schrijven en ze is nu klaar: het werd meer dan het verhaal van ­Karel alleen; het werd "De Bourgondiërs. Aartsvaders van de Lage Landen".

Dat wij nog steeds bourgondiërs genoemd worden, komt gewoon doordat we een hang naar lekker eten en drinken delen met de gelijknamige inwoners van de Franse landstreek, maar ooit wáren wij Bourgondiërs, zou je wat kort door de bocht kunnen stellen. De Lage Landen zijn een ‘uitvinding’ van de Bourgondische hertogen die in de vijftiende eeuw geduldig hun gebied uitbreidden en finaal over onze contreien heersten. Dat is de positie die Van Loo met verve verdedigt.

Bart Van Loo kennen we van zijn originele thematische Frankrijk-boeken en zijn biografie van Napoleon. Deze keer is zijn opzet nog grootser. Hij ontpopt zich opnieuw tot rasverteller. Hij neemt zijn lezer bij de hand – eigenlijk op een vrij ouderwetse schoolmeestersmanier, maar met kennis van de recentste stand van het historisch onderzoek.

De Bourgondiërs leefden in een uitermate boeiende tijd. We nemen deel aan bloedige veldslagen, zitten aan bij theatrale huwelijksbanketten, beleven spannende steekspelen en stappen op in indrukwekkende begrafenisstoeten. Het is een cliché, maar het is ‘alsof we erbij zijn’. We mengen ons tussen opstandige Gentenaren, zijn getuige van wrede wraakacties en afrekeningen onder verwante edellieden, bewonderen de kunst van Sluter in Dijon en van Van Eyck in Gent, we horen de stadspoorten van Brugge achter ons dichtvallen, ontmoeten de Van Arteveldes, Van Maerlant en Erasmus, raken verstrikt in een Honderdjarige Oorlog met ­Engeland en in de twist tussen Hoeken en Kabeljauwen. Zelfs de laatste mode in harnassen krijgen we uitgelegd.

Bornholm

Het verhaal van Filips de Stoute en Margaretha van Male en hun opvolgers, van het einde van de veertiende tot het begin van de zestiende eeuw, is er een van macht, passie, verraad, moed, praal, overspel en bloedvergieten, van successen en stommiteiten. Deze geschiedenis heeft alles om zo meeslepend te zijn als Dallasof Thuis, inclusief ongeloofwaardige wendingen en larger than life personages. Van Loo haalt veel van zijn mosterd bij de ‘journalisten’ van die tijd, de alomtegenwoordige kroniekschrijvers, en bij de zouteloze boekhouders die alles wat de Bourgondische hertogen uitspookten inventariseerden. Zo kan hij zijn relaas verrijken met sprekende details, zoals een rouwmantel van tweehonderd eekhoornvellen. Het doet er niet toe, maar het is mooi.

Hij verdeelt zijn boek in vijf delen die een spel spelen met de tijd: duizend jaar, honderd jaar, tien jaar, één jaar en één dag. De lange aanloop, ‘Het vergeten millennium (406-1369)’, is een noodzakelijk kwaad voor een beter begrip van het vervolg. Om de opkomst van de Bourgondiërs te begrijpen moet je hun voorgeschiedenis kennen – dat zij (en hun naam) verrassend genoeg van het Oostzee-eiland Bornholm komen, bijvoorbeeld. Met het deel over ‘De Bourgondische eeuw (1369-1467)’ barst het feest los; hier veroveren de Bourgondische hertogen land, status en macht. Vlaanderen en Holland vallen de Bourgondische hertogen te beurt. In ‘Het fatale decennium (1467-1477)’ gaat het over de rise and fall van Karel de Stoute en in ‘Een beslissend jaar (1482)’ over Maria van Bourgondië die verongelukt. ‘Een gedenkwaardige dag (20 oktober 1496)’ concentreert zich op het huwelijk van Filips de Schone met Johanna van Castilië. Met ‘De laatste Bourgondiër’ wordt in de epiloog keizer Karel V bedoeld.

Houwdegen en strijdros

Bart Van Loo neemt zijn lezer bij de hand – eigenlijk op een vrij ouderwetse schoolmeestersmanier, maar met kennis van de recentste stand van het historisch onderzoek

Je moet er het hoofd bijhouden, bij al die Filipsen en Karels, Johanna’s en Margaretha’s. Van Loo helpt met praktische extra’s: niet alleen een index en een bibliografie, maar ook stambomen, een tijdlijn en illustraties. De schrijver is dus gul, ook met weetjes en à-côtésover de etymologie van woorden als copain en maarschalk en over de herkomst van uitdrukkingen. Zo zet hij en passant ‘Wat Walsch is, valsch is’ opnieuw in zijn juiste context, die niets met flamingantisme te maken heeft. Bart Van Loo is de perfecte gids door het verleden, maar hij vergeet niet in welke tijd we leven. Hij is dus extra gevoelig voor de rol van vrouwen in deze geschiedenis die door mannen wordt beheerst. Jeanne d’Arc en Jacoba van Beieren krijgen glansrollen.

Het enige wat de lezer soms kan storen, is de stijl. Dat Van Loo woorden zoals houwdegen en strijdros zonder ironische bijbedoelingen van onder het stof haalt, is geen probleem. Dat zijn taal duidelijk Vlaams getypeerd is, is een verdedigbare keuze. Maar in de beeldspraak gaat het soms mis. Er worden wat te vaak mensen in de pan gehakt, of dingen opgehoest; de geest wordt nogal gemakkelijk gegeven. En soms kraken de zinnen onder de barok en neigen ze naar kitsch. Wat moet je denken van een beschrijving als ‘Het machtig knetteren van de gigantische haardvuren toverde de Kamerijkse keukens om tot ovens op mensenmaat, vanwaar dienaren in livrei de gerechten zwetend naar de eetzaal brachten’? Maar Van Loo lijkt er steeds mee weg te komen.

De auteur haalt zoals steeds alles uit de kast om zijn huzarenstuk onder de aandacht te brengen. Met de Bourgondische coalitie die zopas in Antwerpen is aangetreden, kreeg hij van de actualiteit onverwachts een mooi cadeautje – ook al staat die term in de politiek banaal voor de kleuren van de partijen. In een indrukwekkende blurb verwijst professor Frits van Oostrom, dé Nederlandse specialist in de middeleeuwse letteren, op het achterplat van het boek naarHerfsttij der middeleeuwen. Vergeleken worden met de Nobelfähige Johan Huizinga is heel wat voor een snaak die zijn inspiratie opdeed in ’s Lands Glorie.
 
Bron: Peter Jacobs, De Standaard (standaard.be)

Recensie van Marc van Oostendorp op Neerlandistiek.nl 

“Wat een diepgang,” schrijft de Brusselse mediëvist Jozef Janssens over Beatrijs in zijn nieuwe boek Vreemd vertrouwd, “wat een schoonheid”.

Met die woorden karakteriseert Janssens zijn houding tegenover de middelnederlandse literatuur in het algemeen, geloof ik. Hij ziet haar als een kunstvorm, die subtiel is, en waarvan je kunt genieten.

Tegelijkertijd wil hij in Vreemd vertrouwd, dat hij zo te zien schreef bij zijn emeritaat, vooral iets anders laten zien. De ondertitel van het boek is ‘de middeleeuwse mens en zijn ideeënwereld’, en die ideeënwereld is ons volgens Janssens tegelijkertijd vreemd en vertrouwd. Dat vreemde en vertrouwde worden duidelijk gemaakt in een afbeelding op de voorkant: een tekening van een naakte vrouw die een penis berijdt als was het een paard. Die afbeelding is ons vreemd – wie had gedacht dat de preutse middeleeuwen zoiets schokkends konden voortbrengen – en tegelijkertijd zijn alle afgebeelde onderdelen natuurlijk iedereen die weleens verder kijkt op internet dan op Neerlandistiek, vertrouwd.

Reconstructies

Feitelijk gaan slechts twee van de zes hoofdstukken in Vreemd vertrouwd over het vreemde en het vertrouwde van die ideeënwereld. Dan laat Janssens bijvoorbeeld zien wat een wonderlijke kleurencode middeleeuwers er vanuit ons oogpunt op na hielden (geel beduidde de onbetrouwbaarheid van het aards bestaan, als bleke benadering van het goud), of hoe modern men eigenlijk was in de scepsis over de houdbaarheid van hoofse idealen – was niet iedereen uiteindelijk geneigd tot corruptie en aardse geneugten?

De andere hoofdstukken geven een veel breder beeld van Janssens vak. Vreemd vertrouwd lijkt daarmee meer op een proeve van inhoudelijke memoires, waarin de auteur terugblikt op de ontwikkelingen die de studie van de middelnederlandse literatuur de afgelopen decennia heeft doorgemaakt, alsmede van de manier waarop niet-wetenschappers in Vlaanderen die middeleeuwen zijn gaan beleven, bijvoorbeeld door in nauwkeurige reconstructies het leven uit die tijd na te spelen.

Franstalig

Het nadeel van dit alles is wel dat van de lezer een even diverse belangstelling wordt verwacht als de auteur kennelijk heeft: én de recente geschiedenis van zijn vak én de hedendaagse volkscultuur én de betekenis van kleuren in de middeleeuwen. Daar komt bij dat de schrijver ons soms wel erg nadrukkelijk toespreekt vanachter zijn leestafel. Af en toe wordt de argeloze lezer vertrouwd gemaakt met allerlei vakdiscussies waar hij in zijn argeloosheid geen deel aan heeft en misschien ook niet zo veel mee kan.

Het mooist vind ik de twee hoofdstukken die gaan over het lezenvan middelnederlandse literatuur. Janssens ontpopt zich als een nogal eigenzinnige lezer die dus diepgangen schoonheid zoekt. Middelnederlandse teksten zijn volgens hem niet zozeer charmante vertellingen uit naïeve tijden, maar hun schrijvers wisten wat ze deden, speelden subtiel met vertelperspectief – in Karel ende Elegast doet Karel heel stoer over zijn inbrekerstechniek, maar hij maakt daarbij een paar domme fouten zodat de lezer volgens Janssens wel beter wist – of met verwijzingen naar andere literatuur – Vanden Vos Reynaerdewerd waarschijnlijk gelezen door een publiek dat ook bekend was met bepaalde verhalen uit de Franstalige literatuur over de vos.

Welkom

Ik neem aan dat deze techniek niet oncontroversieel is. Janssens wijst er zelf op dat een bezwaar tegen deze methode is dat de meeste lezers luisteraars waren die ondertussen bijvoorbeeld aan het eten waren en het de vraag is of ze dan de tijd hadden voor allerlei subtiele verwijzingen. Anderzijds, denk ik dan, zijn er nu allerlei tv-series die ook allerlei subtiliteiten bevatten en die nauwelijks geconcentreerder gevolgd zullen worden.

Ik had kortom graag een heel boek over willen lezen over deze manier van lezen! Al is het maar om te zien wat de grenzen er precies van zijn. Een gids in het lezen van middelnederlandse literatuur voor mensen die de middelbare school verlaten hebben! Wat zou dat welkom zijn.

Hooglied

In het allerlaatste hoofdstuk past Janssens die techniek toe op Beatrijs.Hij laat dan zien dat de minnaar die Beatrijs verleidt uit het klooster te treden en met hem een gezin te beginnen, niet zo’n losbol is als er vaak van hem wordt gemaakt, maar dat hij Beatrijs heel schroomvallig en galant benadert, met duidelijke kennis van de hoofse codes en mogelijk een verwijzing naar het Hooglied. Uiteindelijk komt er van al die hoofse idealen natuurlijk niets terecht.

Hoe houdbaar die interpretatie is, moeten de collega’s van Janssens maar uitmaken, maar mij als eenvoudige lezer van de middelnederlandse literatuur geeft dat toch weer een nieuw venstertje op zo’n middelbareschooltekst: je ziet er, inderdaad, de diepgang en de schoonheid, van in.

Jozef Janssens.
Vreemd vertrouwd. De middeleeuwse mens en zijn ideeënwereld.
Amsterdam University Press, 2018 - 256 pagina's - € 39,99

Welkom bij Clubs!

Kijk gerust verder op deze club en doe mee.

Wat is dit?


Of maak zelf een Clubs account aan:


Aanbevelingen door leden:

bernard-de-clairvaux starstarstarstarstar

Een geweldige community over de middeleeuwen in al haar facetten. Boeken, tentoonstellingen, steden en discussies met diepgang en humor. Een Vlaams-Nederlandse samenwerking van historisch niveau!