Blogposts

Blog

Geplaatst op dinsdag 03 mei 2022 @ 11:17 door Calamandja , 118 keer bekeken

We moeten onze ideeën over immer overdadig tafelende edellieden bijstellen. Koning Arthur en andere Britse edellieden zaten helemaal niet elke avond gebraden wild te schransen en bier te zuipen. Doordeweeks aten ze hun bordje havermout met brood, zoals iedereen. 

 

Twee runderen, twintig kippen, tien ganzen, vijf zalmen, honderd palingen, driehonderd broden, een tonnetje boter, tien bollen kaas, tien potten honing en veertig vaten bier. Ziedaar het boodschappenlijstje dat de middeleeuwse ­Engelse koning Ine van Wessex (670-728) volgens historici met zich meenam als hij zijn pacht ging innen. Ine, die over bijna heel Zuid-Engeland regeerde, moet er ruim voldoende proviand aan over hebben gehouden om het schapraai van het kasteel altijd goed gevuld te houden – zelfs met de flinke hofhouding die hij had te voeden.

 

Uitgaande van een brood per eter zou de pacht van één pachter het koningshuis driehonderd maaltijden hebben opgeleverd van elk ruim 4.000 kilocalorieën, rekenen archeologen Sam Leggett en Tom Lambert van de universiteit van Edinburgh voor in hun studie "Food and power in Early Medieval England" – bijna het dubbele van de dagelijkse energiebehoefte van een hedendaagse man. Een bijzonder eiwitrijk dieet genoten de hovelingen bovendien, met 1,2 kilogram vlees, vis en kaas per maaltijd, en twee liter bier. 

 

Zo doemt vanzelf het beeld op van de vadsige, feestende bovenklasse uit de ridderverhalen over koning Arthur en zijn tijdgenoten die, anders dan het gewone volk, ­elke dag zoveel vlees kon eten en bier drinken als ze wou.

 

De vraag is of dat beeld van de schransende koningen wel klopt, schrijven Leggett en Lambert in het vakblad. Want uit hun vergelijkende chemische analyse van vijftienhonderd middeleeuwse ske­letresten van edele en niet-edele ­eilandbewoners die van de vijfde tot de achtste eeuw werden begraven in Zuid-Engeland, komt naar voren dat er geen bewijs is dat de Engelse elite in de vroege middeleeuwen meer vlees at dan de ge­wone stakker. 

 

Vrouwen en mannen gelijk

 

Aan de hand van grafgiften, zoals juwelen en wapens, konden de ­archeologen afleiden welke skeletten tot welke sociale ­klasse hadden behoord. Uit de analyse bleek dat de overblijfselen van vermoedelijke edellieden niet de typerende stikstofisotopenverhouding vertoonden die bij een hoge consumptie van dierlijke eiwitten te verwachten was. Integendeel, de isotopenverhouding was nagenoeg gelijk aan die van gewone burgers en wees in de richting van een in hoofdzaak plantaardig ­dieet, met slechts nu en dan wat vlees of vis. 

 

Daarnaast bevatten de skeletresten van mannen, van wie tot dusver werd gedacht dat ze in de middeleeuwen meer vlees aten dan vrouwen, niet meer sporen van een carnivore levenswijze dan die van het sterke geslacht. 

 

Dat moet bijna betekenen dat het boodschappenlijstje van koning Ine, waarop historici zich tot nu hadden gebaseerd om de voedselgewoonten aan Engelse middeleeuwse hoven af te leiden, niet de regel maar een uitzondering was. Vlees was in de vroege middeleeuwen voor geen enkele Engelsman dagelijkse kost, wijst de botanalyse uit. De ingrediënten van Ines lijstje zullen alleen op tafel zijn gekomen bij occasionele festiviteiten, die door zowel de hogere als de lagere klassen werden bijgewoond, vermoeden de onderzoekers. 

 

Bioloog Anton Ervynck, ge­specialiseerd in bioarcheologie, werkt voor de Vlaamse overheid. De ­Engelse studie geeft een mooi inkijkje in een periode waarover we nog maar weinig weten, zegt hij. ‘Het lijkt of we onze ideeën over de immer overdadig tafelende middeleeuwse edellieden moeten bijstellen’, zegt hij. ‘De verhalen over somptueuze banketten waarbij het vet de hoge heren van de kin droop, bevatten kennelijk wat literaire overdrijving.’

 

Of het er in onze streken in de vroege middeleeuwen net zo aan toeging als in Engeland, weten we niet, zegt Ervynck. In Vlaanderen zijn weinig begraafplaatsen uit die periode bewaard gebleven: de intensieve landbouw en de verkavelingsdrift van de voorbije eeuw hebben veel sporen gewist, die in Engeland de tijd hebben overleefd. Dat delen van Engeland op kalkgrond rusten, is ook een voordeel, zegt Ervynck: in kalkrijke grond bewaren skeletten beter dan in de Vlaamse zand- en leembodems. 

 

Leve de archeologie

 

Op de eetgewoonten van de Vlaamse elite na de middeleeuwen hebben we een beter zicht, zegt ­Ervynck. Uit een chemische analyse van postmiddeleeuwse skeletten die op de Aalsterse Hopmarkt in en bij een kloosterkerk werden opgegraven, leerden hij en zijn collega’s dat de rijkere klassen, die in de kerk werden begraven, meer vlees op het menu hadden dan de armen, die buiten de kerk een graf kregen. ‘De nieuwe Engelse studie leert nu dat we bevindingen uit perioden na de middeleeuwen niet zomaar mogen doortrekken naar de periode voor het jaar 1000. Best logisch, eigenlijk: steden waren nog niet zo groot, de onderklasse niet zo verpauperd, de vrije boeren nog niet verworden tot lijfeigenen.’ 

 

Ervynck vindt de Engelse studie een aansporing om bij de geschiedschrijving meer aandacht te besteden aan niet-geschreven bronnen, zoals archeologische vondsten. ‘Wat in de middeleeuwen op schrift werd gesteld, betrof het ­leven van de betere klassen – arme mensen schreven geen geschiedenis. Alleen afgaan op geschriften om het verleden te reconstrueren, kan een vertekend beeld geven.’

 

Bron: "En voor de koning een bordje pap", Hilde Van Den Eynde, De Standaard, 03/05/2022.



Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Je moet ingelogd zijn om een reactie te mogen plaatsen. Klik hier om in te loggen.