Blogposts

Blog

Geplaatst op dinsdag 05 maart 2024 @ 10:34 door Calamandja , 202 keer bekeken

Het Astrolabium van Verona

 
In wie of wat je ook gelooft, de sterrenhemel is voor iedereen hetzelfde. En dus konden in de middeleeuwen astronomische instrumenten uit islamitisch Spanje ook door joden en christenen worden gebruikt. Dat bewijst een exemplaar uit Verona.

 
Senne Starckx, De Standaard, "En plots vind je de smart­phone van de middeleeuwen", 5 maart 2024. 

 
De fraai gegraveerde inscripties in het Arabisch, daar kon ze niet naast kijken. Maar toen daar wat meer zonlicht op viel, zag kunsthistorica Federica Gigante opeens ook andere tekens tevoorschijn komen. Het astrolabium waarover ze in het Miniscalchi-Erizzo Museum in Verona gebogen stond, bleek behalve Arabische ook Hebreeuwse inscripties te bevatten. Dat vroeg om nader onderzoek.

 Het gaat om een van de oudste bewaarde islamitische astrolabia die circuleerden in middeleeuws Italië

Astrolabia waren van de laat-Romeinse tot de vroegmoderne tijd populaire instrumenten voor navigatie op zee, voor tijdsbepaling op land en voor allerlei ingewikkelde berekeningen. In feite waren ze een kompas, een klok en een rekenmachine ineen. Een astrolabium was doorgaans van metaal (bijvoorbeeld messing) en zag eruit als een schijf waaraan bovenaan een ring zat. Een gebruiker kon het instrument zo vast en verticaal houden terwijl hij de wijzers op hemellichamen zoals de zon, planeten en sterren richtte. In de vaste hoofd- of moederschijf (‘mater’ in het Latijn) konden verschillende losse deelschijven (‘timpanen’ genoemd) worden geplaatst, met daarop een hemelkaart overeenkomstig met de breedtegraad waar het astrolabium werd gebruikt.
 

Allesbehalve nep
 
Het Veronese astrolabium trok de aandacht van Gigante, die als kunsthistorica verbonden is aan de Universiteit van Cambridge in Groot-Brittannië, toen het museum er een foto van op zijn website plaatste. “Ze wisten niet goed wat het was, ze dachten zelfs dat het object nep kon zijn”, schrijft Gigante in een e-mail. Ze vloog naar Verona om het astrolabium van nabij te bestuderen. Het bleek allesbehalve nep: het gaat om een van de oudste bewaarde islamitische astrolabia die circuleerden in middeleeuws Italië. En de diverse inscripties, waaronder de Hebreeuwse, verraadden dat het instrument door verschillende handen is gegaan. Voor het Veronese museum zal het een fijne ontdekking zijn geweest. “Het is nu het belangrijkste object in de museumcollectie”, liet de kunsthistorica optekenen in een persbericht van haar universiteit.
 
Het Miniscalchi-Erizzo Museum beheert de collectie van een 17de-eeuwse Veronese edelman en collectioneur. Hoe het astrolabium in zijn bezit kwam, is niet geweten, maar het onderzoek van Gigante, waarover ze publiceerde in het vakblad Nuncius, doet uitschijnen dat het daarvóór ook al eeuwenlang in Verona en omstreken circuleerde. De Hebreeuwse inscripties refereren immers aan een handleiding voor het gebruik van astrolabia die midden 12de eeuw in Verona door een joodse wijsgeer werd geschreven.
 
Joodse diaspora
 
Het astrolabium is wel niet van Veronese makelij. Het zou in de 11de eeuw zijn gemaakt ergens op het Iberische Schiereiland, dat toen nog grotendeels onder Arabisch (Moors) bewind stond. Het ontwerp en de (Arabische) inscripties zijn kenmerkend voor Moorse astrolabia uit de decennia vlak na de ineenstorting van de Omajjaden-dynastie. De moederschijf toont bovendien de hemelkaart voor de plaats Medinaceli, in de huidige Spaanse regio Castilië en León, op ruim 41 graden noorderbreedte. Vermoedelijk werd het astrolabium daar dus vervaardigd. En een van de twee nog aanwezig timpanen schetst aan weerszijden de hemelkaarten voor de steden Córdoba en Toledo (gelegen op respectievelijk ruim 38 en 40 graden noorderbreedte).
 
Het astrolabium is wellicht via de joodse diaspora in Verona terechtgekomen. Zowel in Moors Spanje – waar joden getolereerd werden zolang ze belasting betaalden – als in Verona waren er tijdens de middeleeuwen bloeiende joodse gemeenschappen. In tegenstelling tot de Spaanse (Sefardische) joden spraken hun Italiaanse geloofsgenoten geen Arabisch, wat de Hebreeuwse inscripties kan verklaren. De opschriften, die volgens Gigante zijn aangebracht door ten minste twee verschillende mensen, zijn vertalingen naar het Hebreeuws van originele Arabische namen van sterrenbeelden zoals Boogschutter, Schorpioen, Steenbok en Waterman.
 
Religieus gebruik
 
Overigens kan het astrolabium nog een ommetje hebben gemaakt langs Noord-Afrika voor het in Italië terechtkwam. De andere timpaan toont hemelkaarten voor plekken op 30 en 35 graden noorderbreedte. Gigante: “Het astrolabium is wellicht door iemand gebruikt die er mee naar Noord-Afrika is gereisd, naar Marokko bijvoorbeeld, of Egypte.” Het instrument werd overigens niet alleen gebruikt voor navigatie- of rekenkundige doeleinden, maar ook voor religieuze. Daarop wijzen Arabische gebedsinscripties. Het astrolabium gaf niet alleen aan waar Mekka lag, maar ook wanneer het tijd was om te bidden.
 
Behalve Arabische en Hebreeuwse staan er ook ‘westerse’ tekens op het astrolabium. Het lijkt erop dat iemand de breedtegraad van Medinaceli tweemaal heeft veranderd, naar 40 en naar 42 graden noorderbreedte – in het originele Arabisch staat er 41,30 graden, wat het dichtst in de buurt komt van de werkelijke breedtegraad. De getallen ‘40’ en ‘42’ staan er losjes naast gekrast. Het gebruik van westerse cijfers kan wijzen op een niet-joodse inwoner van Verona of omgeving. Een christen wellicht, waardoor het astrolabium uiteindelijk door gelovigen van de drie abrahamitische godsdiensten is gebruikt geweest. “Dit object is zowel islamitisch, joods als Europees,” aldus Gigante, “en die herkomsten kunnen we niet los van elkaar zien. Het herinnert aan een periode waarin moslims, joden en christenen wetenschappelijke kennis uitwisselden.”



Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Je moet ingelogd zijn om een reactie te mogen plaatsen. Klik hier om in te loggen.