Blogposts

Blog

Geplaatst op zaterdag 08 februari 2020 @ 15:23 door Calamandja , 178 keer bekeken

Expo Van Eyck, een optische r…

 
Jan Van Eycks kunst verbluft, ontroert en doet naar adem happen. 

 

Jan Van Eycks meesterschap was in zijn tijd ongezien, en dat is het vandaag nog altijd. Hoe zijn kunst verbluft, ontroert en naar adem doet happen door haar virtuositeit: een weergaloos overzicht in Gent toont het allemaal. 
 

De Annunciatie of De Boodschap aan Maria - Jan van Eyck.
Het zou geschilderd zijn tussen 1434 en 1436

In de Annunciatie, een paneeltje uit Washington, zorgt een duif voor een stunt (zie afbeelding hiernaast). Uit de nok van een vroeggotische kerk, door een raam dat miraculeus onbeschadigd blijft, scheert ze in duikvlucht op Maria af. Die heft verrast de handen en laat haar lectuur even rusten om het woord Gods in ontvangst te nemen. Naast haar staat de boodschapper van dienst, de aartsengel Gabriël, te pronken in een rijk versierde koormantel. 
 
Het schilderij biedt een festijn aan virtuoze details, delicate kleurschakeringen en weldoordachte symboliek. Het is ook een showcase van subtiele lichteffecten. De natuurlijke lichtinval op het schilderij krijgt concurrentie van een tweede lichtbron, een mystiek licht dat Maria beschijnt tijdens de conceptie. Ook de reflecties zijn bijzonder. Het goudbrokaat van Gabriëls mantel, zijn scepter van bergkristal: ze leiden tot minuscule optische effecten die het blote oog nauwelijks waarneemt. 
 
Tijdgenoten keken hun ogen uit op dit hoogstandje en feest van raffinement. Van Eyck schilderde vaak Maria-taferelen, en allemaal waren ze invloedrijk. In hun ruimtelijke geloofwaardigheid en finesse tonen ze Van Eycks nieuwe visie op de realiteit. Ze demonstreren ook zijn meesterlijk gebruik van de olieverf­techniek, waarmee hij elk materiaal feilloos wist weer te geven. 
 
De zaal met De madonna bij de fontein maakt dat duidelijk (zie afbeelding hieronder). Van Eyck roept de besloten tuin op, symbool van maagdelijkheid. Italiaanse tijdgenoten als Di Giovanni en Gozzoli zochten al even fijngevoelig de paradijselijke sfeer op, maar het coloriet van hun rozentuin sprankelt net iets minder. Ze gebruikten tempera, pigment vermengd met eigeel. En daarnaast ook bladgoud, naar Byzantijnse traditie. Van Eyck doet dat niet: hij wist met verf de illusie van goud op te roepen.
 
Trompe-l’oeil
 
Jan Van Eyck liet een klein, kostbaar en uiterst fragiel oeuvre na. Het maakt tentoonstellingen over zijn werk tot een zeldzaamheid. De voorbije decennia verkenden ze vooral deelterreinen. Ze focusten op zijn atelier en op zijn voorgangers, of op de verrassende mobiliteit die laatmiddeleeuwse kunst zuidwaarts en oostwaarts voerde. 
 
De tentoonstelling "Van Eyck, een optische revolutie", te zien in Gent, gaat verder. Ze combineert een kloek overzicht met de recentste wetenschappelijke bevindingen. Die concentreren zich op Van Eycks ongeziene manier om de werkelijkheid op te roepen en de accuratesse waarmee hij licht en schaduwen observeerde. ‘Hij moet een gedegen kennis van de optica gehad hebben,’ zegt specialist Maximiliaan Martens. ‘Daarnaast streefde hij ook een hoger doel na. Inzicht in de werkelijkheid voerde voor Van Eyck rechtstreeks naar inzicht in Gods creatie en heilsverhaal.’
 
Dat gegeven vormt ook de sleutel voor het Lam Gods, het Gentse retabel dat sinds 2012 met chirurgische precisie van zijn oude lagen ontdaan wordt. De restauratie ging samen met geavanceerde digitale technieken en die voedden nieuw onderzoek. Schrik niet: beeldschermen en close-ups komen in Gent alleen zijdelings aan bod. Want de troef is juist dat deze tentoonstelling inzet op the real thing: meer dan de helft van de originele werken, inclusief de buitenpanelen van het Lam Gods. Ze zijn de echte blikvangers en dienen als referentiepunt.  
 
De panelen kregen ook elk een eigen vitrine, zodat je oog in oog staat met het wonder. De naakte Adam en Eva, monumentaal in al hun menselijkheid en schamelheid, vormen de eerste halte op het parcours. Zeker Adam lijkt ons door een schalkse trompe-l’oeil tegemoet te treden en uit zijn lijst te stappen. 

De Madonna bij de fontein, door Jan van Eyck, voltooid in 1439

Heerlijk naïef
 
Tussen de lijnen zoomt de tentoonstelling ook in op twee grootstedelijke renaissances. De noordelijke speelde zich af in Gent en Brugge, de zuidelijke in Firenze. In de weergave van landschappen of interieurs demonstreert die dialoog – het kan niet anders – Van Eycks superioriteit.  Maar de vergelijking botst ook op een verschil in esthetiek. Zo blinken Fra Angelico en Veneziano uit in een schematische, geometrische kijk op de wereld die heerlijk naïef aandoet. 
 
Van Eyck, een optische revolutie nodigt uit om versies te vergelijken: eigenhandige replica’s van de meester, kopieën, werken uit het atelier of ‘omgeving’. Ze liggen vaak dicht bij elkaar . Zo luidt de toeschrijving voor De drie Maria’s aan het graf uit Rotterdam: geen van Eyck, maar ‘Eyckiaans’, en dat vanwege  enkele zwakkere figuren. Straf zijn ook de vier versies van de Kruisiging, naar een verloren gegaan schilderij. Centraal staat een volkstoeloop met verrassend veel anekdotiek. 
 
Een buitenbeentje is de zaal met de sculpturen. Ze toont hoe ver Van Eyck ging om met schilderkunst de beeldhouwkunst te imiteren en overtreffen. Vooral de Annunciatie­diptiek uit Madrid is een wonderlijk spel met illusies (zie afbeelding bovenaan artikel). De sokkels, maar ook de vleugels van de engel Gabriël lijken uit het frame te priemen. 

Portret van Jan de Leeuw, geschilderd door Jan van Eyck in 1436

De wratten van Vijd
 
En net als je  denkt: nu hebben we het wel gehad, volgt nog een weer­galoze finale. De eregalerij is gewijd aan het portret. Van Eyck stond aan de wieg van het moderne genre, met portretten die hij niet langer in profiel, maar in driekwartpose weergaf. Zijn portretten lijken ons aan te kijken. Nooit eerder kwamen er zoveel bij elkaar, rond de schenkersportretten van het Lam Gods. De vrome magistraat Joos Vijd, gekleed in een houppelande waar een grote geldbeurs aan bengelt, is met fotografische precisie weergegeven. Inclusief zijn gezichtswratten. Van Eyck schilderde ook zijn eigen vrouw en zijn collega’s: de goudsmid Jan De Leeuw met zijn intense oogopslag, de wipneus van Léal, souvenir die wellicht de hofmuzikant Gilles  Binchois voorstelt. Voor het eerst zijn het dus geen vorsten en prinsen, maar burgers die hier poseren. Ze zijn haast fysiek aanwezig, net als het godsbeeld dat in de slotzaal wordt op­geroepen. 
 
Het MSK haalt met deze uitgelezen staalkaart een juweel van een tentoonstelling binnen. Qua scenografie overklast ze de jongste retrospectieven van Bruegel en  Da Vinci, die klassiek van snit waren. Het parcours in Gent is gevarieerd en sereen opgebouwd, de topstukken lijken als juwelen op te lichten in hun vitrines. 
 
Ook het inhoudelijke verhaal is sterk. Naam en faam van Van Eyck worden uitgelicht –  niet vanuit zijn mythische status, maar vanuit zijn ambitie om de grenzen van een genre te verkennen.  Hoe niets in deze schilderijen ondergeschikt lijkt, maar elk detail even verfijnd opduikt: het is deze verhevigde vorm van realisme waar we na zeshonderd jaar verbluft naar blijven kijken. 
 
‘Van Eyck, een optische revolutie.’   1/2> 30/4, MSK Gent

 
Bron: Geert Van Der Speeten, De Standaard, 29/01/2020



Reacties

  • bernard-de-clairvaux
    zaterdag 8 februari 2020, 17:57

    Nu durf ik echt in de auto te stappen!

Plaats een reactie

Je moet ingelogd zijn om een reactie te mogen plaatsen. Klik hier om in te loggen.