Blogposts

Blog

Geplaatst op maandag 03 mei 2021 @ 13:05 door Calamandja , 62 keer bekeken

In Maaseik loopt de expo ‘Door de bril van Van Eyck’. Curator Stephanie Cousin bekijkt het werk van de broers Jan en Hubert van Eyck vanuit archeologisch standpunt.

Zagen Jan van Eyck en zijn oudere broer Hubert het levenslicht in Maaseik? Meer dan zes eeuwen na hun geboorte is er nog altijd geen eenduidig antwoord op die vraag, maar in de knapkoekstad lijkt men ervan overtuigd dat hun wieg nergens anders stond. Die claim wordt duidelijk als je vandaag een wandeling maakt door het centrum, waar je moeilijk naast de vele verwijzingen naar het Van Eyck-jaar 2021 kunt kijken: de vlaggen met een beeltenis van Jan van Eyck en zijn lijfspreuk Als ich can, bijvoorbeeld, of de affiches voor een aantal activiteiten en tentoonstellingen. 
 

Een daarvan is Door de bril van Van Eyck, gecureerd door Stephanie Cousin (32). Zij is wetenschappelijk stafmedewerker en curator van de drie Maaseikse stadsmusea en koos het Regionaal Archeologisch Museum als locatie voor de expo. Ze gebruikte haar expertise als archeologe om het werk van de gebroeders Van Eyck op een ongebruikelijke manier te bekijken. ‘Het was geen optie om originele werken naar hier te halen. Onze musea zijn te klein om de kosten voor verzekering, transport en bewaar­omstandigheden te financieren’, zegt ze. Daarom liet ze op grote panelen een afdruk maken van vijf bekende werken.


Silicon Valley
 

‘Daarop zie je heel wat gebruiksvoorwerpen uit de late middeleeuwen, vooral uit de milieus waarvoor Jan van Eyck werkte: het hof van de hertog van Bourgondië en de ­rijke bovenlaag in de Vlaamse steden, op dat moment de crème de la crème van de West-Europese samenleving. Het graafschap Vlaanderen was het Silicon Valley van die tijd. Ik ging in Vlaamse en Nederlandse musea op zoek naar objecten die hij afbeeldde en plaatste die naast de panelen. Door die aanpak wordt de aandacht gevestigd op de details in zijn werk. Op zijn schilderijen zie je jammer genoeg nauwelijks aardewerk. Dat werd op grote schaal geproduceerd omdat het werd gebruikt door het gewone volk, maar dat is niet zichtbaar in zijn werk omdat hij vooral portretten en rijkelijke interieurs van kerken en burgerhuizen schilderde. De elite kocht voorwerpen in fragiele luxematerialen, die veel minder goed bewaard bleven in de ­ondergrond en daardoor moeilijker te vinden zijn. Toch hoop ik dat de bezoeker een goed beeld krijgt van de levenswijze in de veertiende en vijftiende eeuw, zij het van een beperkt deel van de bevolking.’


Wat beschouwt u als het topstuk van de tentoonstelling?

‘Een fragment van een opvouwbare leesbril, die werd gemaakt uit het schouderblad van een stier en werd gevonden bij ­opgravingen in het verdwenen vissersdorp Walraversijde. Op het doek Madonna met kanunnik Joris van der Paele uit 1436 heeft de geknielde kanunnik zo’n bril in zijn rechterhand. Naast het originele fragment zie je ook een replica van de volledige bril.’
 

Het is opmerkelijk dat u van het Lam Gods – het bekendste werk van Jan en Hubert – slechts een detail toont: een nis met daarin een schotel en een hangend watervat.

‘Daarmee kan ik aantonen dat de middeleeuwers zich wel degelijk bekommerden om persoonlijke hygiëne. Aan het watervat zaten links en rechts twee tuiten, waaruit water stroomde als het aan één kant naar beneden werd geduwd. De geelkoperen schotel diende om het water op te vangen. Dergelijke installaties werden ook in de kerk gebruikt om de handen voor en na de mis te reinigen. Op een ander bekend werk, Giovanni Arnolfini en zijn vrouw, zie je niet alleen Arnolfini’s leren snavelschoenen, maar ook zijn zogenaamde trippen. Dat waren overschoenen waarmee de schoenen op straat werden beschermd ­tegen het wegzakken in de modder.’


Geeft de tentoonstelling uitsluitsel over de geboortegrond van de Van Eycks?

‘Zal iemand dat ooit definitief kunnen ­geven? Er is wel een aanwijzing in het Schilder-boeck uit 1604 van de Zuid-Nederlandse schrijver en kunstschilder Karel van Mander, die zijn tijdgenoten wegwijs wilde maken in het leven en werk van schilders uit het verleden en zijn eigen tijd. Hij heeft het uitgebreid over Ioannes en Hubertus van Eyck, die hij beschouwt als de aarts­vaders van de schilderkunst in de Lage Landen. Het is een van de oudste bronnen waarin de herkomst van de gebroeders wordt vermeld, namelijk Maeseyck, op de heerlijcke Riviere de Mase. Ook Jans lijfspreuk Als ich can en persoonlijke notities laten een link met het Maasland vermoeden. Bovendien trad Jans dochter Livina in 1449 vanuit het voor die tijd verre Brugge toe tot het Maaseikse Agenetenklooster.’


Wat intrigeert u in het werk van de broers Van Eyck?

‘Zij schilderden zowel mens als interieur zo realistisch, dat je de indruk krijgt dat je naar een foto kijkt. Zij maken hun tijd voor de hedendaagse kijker springlevend. Mochten we van alle historische periodes zulke nauwkeurige waarnemingen hebben, dan konden we het verleden met chirurgische precisie reconstrueren.’


De tentoonstelling loopt tot 30 mei.


Bron: Rudi Smeets, De Standaard, 3 mei 2021

 



Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Je moet ingelogd zijn om een reactie te mogen plaatsen. Klik hier om in te loggen.